Wie bewaakt de bewakers? Artikel 48 van de Grondwet onder vuur

Sinds het arrest-Grosaru van het EHRM is duidelijk dat  de Belgische regeling van de goedkeuring van de geloofsbrieven door het pas verkozen parlement, verankerd in artikel 48 Grondwet, de toets aan artikel 3 EP EVRM niet kan doorstaan. Nochtans is die grondwetsbepaling niet opgenomen in de recentste herzieningsverklaring, zodat zij in de huidige legislatuur niet kan worden herzien.  In het recente arrest G.K. t. België liet het EHRM na om België op dit punt te veroordelen. In een paar andere hangende zaken lijkt een dergelijke veroordeling echter onafwendbaar. Eén van die zaken werd recent aan de Grote Kamer van het EHRM voorgelegd.

Krachtens artikel 48 van de Grondwet onderzoekt elke wetgevende vergadering “de geloofsbrieven van haar leden en beslecht [zij] de geschillen die hieromtrent rijzen”. Met “geloofsbrieven” wordt gedoeld op de vraag of de verkozenen aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldeden en of de verkiezingen correct verlopen zijn. Het zijn de verkozenen zelf die daarover oordelen, zonder enige rechterlijke controle. Het Grondwettelijk Hof, de Raad van State en de hoven en rechtbanken verklaren zich dan ook steeds onbevoegd om kennis te nemen van de geschillen over het geldige verloop van de wetgevende verkiezingen.

Kritiek

In de rechtsleer ligt die regeling al langer onder vuur, omdat de betrokkenen vaak rechter en partij zijn, omdat de andere belanghebbenden niet worden gehoord en omdat de beslissingen amper worden gemotiveerd. Ook de Commissie van Venetië toont zich al lang voorstander van een effectieve rechterlijke controle op het verloop van wetgevende verkiezingen.

Op 2 maart 2010 veroordeelde het EHRM een gelijkaardige Roemeense regeling in het baanbrekende arrest-Grosaru.  Het Hof toonde zich daarin wantrouwig ten aanzien van toezichtprocedures waarbij verkozenen die vooral belang hebben bij het behoud van het status quo, moeten oordelen over een klacht betreffende het eerlijke verloop van de verkiezingen. Het benadrukte ook het belang van een controle door een onafhankelijke en onpartijdige rechter als waarborg tegen arbitraire beslissingen en machtsmisbruik.

Niet voor herziening vatbaar

Noch in de verklaring tot herziening van de Grondwet van 25 april 2014, noch in die van 20 mei 2019 werd artikel 48 van de Grondwet voor herziening vatbaar verklaard. De Kamer en de Senaat namen die bepaling wel op in hun recentste lijst van voor herziening vatbare grondwetsbepalingen, maar de Koning deed dat niet.

Bijgevolg kan tijdens de huidige legislatuur niet worden geanticipeerd op een eventuele veroordeling van de Belgische regeling inzake geloofsbrieven door het EHRM. Ook remediëren aan een dergelijke veroordeling is niet mogelijk zonder een nieuwe verklaring tot herziening van de Grondwet aan te nemen, hetgeen krachtens artikel 195 van de Grondwet wetgevende verkiezingen impliceert.

Voorlopig geen EHRM-veroordeling betreffende artikel 48 Grondwet…

Op 27 november 2017 communiceerde het EHRM verschillende zaken aan de Belgische Regering waarin artikel 48 van de Grondwet in vraag wordt gesteld.

In één van die zaken, G.K. t. België (21 mei 2019), werd België intussen veroordeeld. Dat arrest heeft betrekking op een senator die ontslag nam nadat zij in opspraak was gekomen in een drugszaak. Een paar dagen later en voordat haar ontslag officieel was aanvaard, wou ze het terug intrekken. Zij beweerde dat ze haar ontslag alleen maar had ingediend omdat ze daartoe onder druk was gezet door haar partij. Het Bureau van de Senaat adviseerde evenwel dat een ontslag als senator niet kan worden ingetrokken. De Senaat aanvaardde vervolgens de geloofsbrieven van haar opvolger, waardoor haar ontslag effectief werd.

Het EHRM stelde in deze zaak een schending van artikel 3 EP EVRM vast omdat de intrekking van het ontslag van een senator niet bij wet of in het reglement van de Senaat was geregeld, omdat de belanghebbende niet door de Senaat werd gehoord, omdat de beslissing van de Senaat niet gemotiveerd was en omdat de personen die haar onder druk zouden hebben gezet om ontslag te nemen, deel uitmaakten van het Bureau van de Senaat. Als gevolg van die systeemfouten was het risico op een arbitraire beslissing te groot, aldus het Hof.

Aangezien die argumenten volstonden om de schending vast te stellen, ging het Hof in dat arrest niet in op het heikele punt van de  overeenstemming van artikel 48 van de Grondwet met artikel 3 EP EVRM. Dat is een gemiste kans, maar uitstel hoeft geen afstel te zijn. In enkele gelijkaardige zaken die thans voor het EHRM hangende zijn, zal het Hof immers moeilijk om dat vraagstuk heen kunnen.

…wel een zwaard van Damocles

De zaak Verzin t. België gaat over problemen bij het elektronisch stemmen voor de verkiezing van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement in 2014. Door een softwarefout waren om en bij de 2200 uitgebrachte stemmen verloren gegaan. Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement keurde de geloofsbrieven niettemin goed op grond van de beknopte motivering dat die stemmen geen invloed konden hebben op de uitslag. Uit een expertenrapport bleek nochtans dat die invloed niet kon worden uitgesloten. De voorzitter van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel verklaarde zich onbevoegd op grond van artikel 48 van de Grondwet.

De zaak Verbauwhede en PTB t. België betreft de evenredige verdeling van de zetels in het Parlement van de Franse Gemeenschap en in de Senaat. Volgens de berekeningen van de verzoekers maakten zij na de verkiezingen van 2014 in beide parlementen aanspraak op meer zetels dan hen werden toegewezen. Beide parlementen keurden de geloofsbrieven goed zonder op de klachten van de verzoekers in te gaan.  Een annulatieberoep bij de Raad van State werd onontvankelijk verklaard op grond van artikel 48 van de Grondwet, ondanks de vermelding van het arrest-Grosaru door de verzoekers.

De zaak Mugemangango t. België ten slotte gaat over de lijsttrekker van de PTB-lijst voor de verkiezing van het Waals Parlement in 2014. Hij raakte niet verkozen en eiste daarop de hertelling van meer dan 21.000 blanco en ongeldig verklaarde stemformulieren, omdat daarbij tal van onregelmatigheden zouden zijn begaan. De verificatiecommissie van het Waals Parlement adviseerde dat hij gelijk had en stelde daarom voor om de geloofsbrieven van de verkozenen uit de provincie Henegouwen nog niet goed te keuren en de hertelling te bevelen. Het Waals Parlement keurde toch alle geloofsbrieven goed, op grond van de beknopte motivering dat er geen onregelmatigheden waren aangetoond.

Zeker die laatste zaak zou wel eens tot een belangrijk arrest over artikel 48 van de Grondwet kunnen leiden. De Kamer van het EHRM waarbij die zaak hangende was, besliste op 11 juni 2019 immers om haar te laten beoordelen door de Grote Kamer. Een dergelijke relinquishment of jurisdiction komt zelden voor en duidt doorgaans op een nakende principiële uitspraak. Dit doet vermoeden dat de Grote Kamer, in lijn met het arrest-Grosaru, zal oordelen dat de Belgische regeling van de geloofsbrieven niet bestaanbaar is met artikel 3 EP EVRM.

Herziening van de herzieningsprocedure?

Die uitspraak volgt wellicht al binnen enkele maanden. Indien de huidige legislatuur de volledige termijn van vijf jaar volmaakt, zal het dus meer dan vier jaar duren vooraleer artikel 48 van de Grondwet met een eventuele Straatsburgse veroordeling in overeenstemming kan worden gebracht.

De laatste jaren is er veel te doen over de procedure tot herziening van de Grondwet. Zonder op de ganse draagwijdte van die discussie in te gaan, kan in het kader van de eerbiediging van internationale verplichtingen worden gewezen op een interessante suggestie van de afdeling Wetgeving van de Raad van State. Zij adviseert om “artikel 195 van de Belgische Grondwet te vervolledigen met een soepelere herzieningsprocedure om de aanpassing van onze Grondwet aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Europese recht, of zelfs ruimer uit het internationale recht, te vergemakkelijken”. De Raad formuleerde dit voorstel in het kader van de goedkeuring van een Europees verdrag en had toen wellicht in de eerste plaats de implementatie en omzetting van verplichtingen van secundair Europees Unierecht in het achterhoofd. De casus van de geloofsbrieven toont echter aan dat een dergelijke versoepeling van de herzieningsprocedure daartoe niet beperkt hoeft te blijven, en dat zij dus evenzeer haar nut zou kunnen bewijzen om de Grondwet in overeenstemming te brengen met de Straatsburgse rechtspraak.

Willem Verrijdt is referendaris bij het Grondwettelijk Hof en praktijklector aan de KU Leuven (Leuven Centre for Public Law).


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

One Reply to “Wie bewaakt de bewakers? Artikel 48 van de Grondwet onder vuur”

  1. “De Kamer en de Senaat namen die bepaling [=art. 48] wel op in hun recentste lijst van voor herziening vatbare grondwetsbepalingen, maar de Koning deed dat niet.”

    Waarom niet?

    Is het al ooit eerder gebeurd dat Kamer & Senaat een grondwetsartikel willen laten herzien maar de koning zijn veto stelt?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.