VTM mag ‘Cold Case’ toch uitzenden van de rechter – Het resultaat is juist, nu nog de redenering…

Het Antwerpse parket eiste in kort geding een uitzendverbod van de tv-reeks ‘Cold Case’. Hoewel de voorzitter de vordering afwees, toont zijn beschikking aan dat de rechtspraak van het EHRM omtrent preventieve uitzendverboden nog niet ten volle is doorgedrongen tot de Belgische rechtbanken.

De moord op Sally Van Hecke

In de nieuwe reportagereeks ‘Cold Case’ wordt de onopgehelderde moord op Sally Van Hecke belicht. Het levenloze lichaam van de aan heroïne verslaafde prostituee werd in 1996 aangetroffen op het strand van Sint-Anneke te Antwerpen. Het gerechtelijk onderzoek eindigde echter op een dood spoor en bleef lange tijd inactief. De dader werd nooit gevonden. In 2005 besloot journalist Kurt Wertelaers zelf op onderzoek uit te trekken. Zijn ontdekkingen deelde Wertelaers in september 2017 mee aan het Antwerpse parket. Op basis daarvan werd het gerechtelijk onderzoek gereanimeerd, en is het tot op heden nog volop aan de gang.

Tegelijkertijd mondde het journalistieke speurwerk ook uit in de vijfdelige televisiereeks ‘Cold Case’, die vanaf 7 februari 2019 te zien zou zijn op VTM. In de aankondiging werd benadrukt dat de makers van de reportage de dader zouden hebben ontmaskerd.

Het parket van Antwerpen kantte zich evenwel tegen de uitzending van de reeks, ter bescherming van het gerechtelijk onderzoek en van de rechten van de slachtoffers en de eventuele verdachten. Op 6 februari 2019, één dag voor de geplande uitzending, spanden de Belgische Staat en het Openbaar Ministerie een kort geding aan bij de voorzitter van de Brusselse Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg, met de eis om de uitzending te verbieden.

Een toe te juichen uitspraak…

Op 7 februari 2019 verklaarde de voorzitter de vordering ontvankelijk, maar ongegrond, zodat de uitzending die dag toch kon doorgaan. Een preventief uitzendverbod vormt volgens de voorzitter een zodanig verregaande inmenging in de vrijheid van meningsuiting dat het enkel om voldoende zwaarwichtige redenen te verantwoorden valt. Zulke redenen, zoals het voorkomen van een inbreuk op de strafwet of van de aantasting van het strafonderzoek, waren echter niet voorhanden. De voorzitter benadrukte dat het gerechtelijk onderzoek inmiddels meer dan 20 jaar aansleept. Hierdoor kan de maatschappelijke nood aan een journalistiek onderzoek groeien, terwijl het risico op beschadiging van het gerechtelijk onderzoek daalt.

… of toch niet helemaal

Op zich valt het toe te juichen dat de voorzitter de uitzending van de reportagereeks niet verbood. Toch stemt de uitspraak niet onverdeeld tevreden. In plaats van de vrijheid van meningsuiting ad hoc af te wegen tegen daarmee botsende belangen, had de rechter de eis om een preventief uitzendverbod bij voorbaat van tafel moeten vegen. In het arrest RTBF t. België van 29 maart 2011 oordeelde het EHRM namelijk dat er in België geen voldoende precieze wettelijke basis voorhanden is voor een dergelijk verbod. De hoogste Belgische rechtscolleges zijn het immers grondig oneens over de vraag of onze Grondwet preventieve maatregelen enkel verbiedt t.a.v. de geschreven pers (Hof van Cassatie), of ook t.a.v. de audiovisuele media (Grondwettelijk Hof). Indien staten preventieve uitzendverboden willen toelaten, moeten zij over een wettelijk kader beschikken. Dit kader moet zowel een strikte controle op de omvang van dergelijke verboden verzekeren, als een daadwerkelijk rechterlijk toezicht om misbruiken te voorkomen.

Zolang er in België geen (grond)wettelijk kader bestaat dat aan die strenge eisen voldoet, is elk rechterlijk verbod om een tv-programma uit te zenden per definitie in strijd met artikel 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting). Geen belangenafweging die daaraan iets zou kunnen veranderen. Correcter ware het dan ook geweest indien de Brusselse rechter deze achterwege had gelaten.

Persvrijheid: tijd voor een update?

De hamvraag is natuurlijk of het überhaupt wenselijk is dat België in een (grond)wettelijk kader zou voorzien dat preventieve uitzendverboden m.b.t. audiovisuele media toestaat. Enerzijds, is het zo dat de audiovisuele media – in het bijzonder televisie – vaak een veel directere en krachtigere uitwerking hebben dan de geschreven pers. Zeker wanneer het gaat om intieme beelden, of wanneer de beelden zijn gemaakt op privéterrein of met een verborgen camera, kan de uitzending ervan enorme en onherstelbare schade aanrichten aan de betrokkene. Vanuit die optiek kan het passend lijken om preventieve beperkingen niet absoluut uit te sluiten t.a.v. audiovisuele media, maar in strikt omschreven gevallen toch toe te laten.

Anderzijds zijn er ook belangrijke argumenten tegen een preventief uitzendverbod. Preventieve maatregelen zijn hoe dan ook uiterst belastend voor de vrijheid van meningsuiting. Audiovisuele programma’s worden bovendien op voorhand aangekondigd, waardoor de kans vergroot dat mensen die vrezen in een programma te worden bekritiseerd, naar de kortgedingrechter zullen stappen om de uitzending te voorkomen. Die kortgedingrechter moet dan erg snel een beslissing nemen en zal de vrijheid van meningsuiting geval per geval afwegen tegen conflicterende belangen. Het risico is reëel dat dit zal leiden tot erg uiteenlopende rechtspraak en dat omroeporganisaties er zelfs voor zullen terugdeinzen om controversiële informatie en ideeën aan te bieden.

Daarnaast mogen we niet uit het oog verliezen dat een absoluut verbod op preventieve maatregelen, ook wat audiovisuele media betreft, beter aansluit bij de geest van de Belgische Grondwet. Uiteraard kon de constituante in 1831 het bestaan van audiovisuele media nog niet bevroeden. Had zij dat echter wel gekund, dan had zij preventieve maatregelen wellicht ook t.a.v. die media uitgesloten. De afkeer van elke vorm van censuur was immers erg groot onder de leden van de Volksraad. Meer nog, volgens sommige constitutionalisten behoort het absolute verbod op preventieve maatregelen tot de Belgische grondwettelijke kernwaarden of “constitutionele identiteit”, die het Grondwettelijk Hof in 2016 heeft aangekondigd bijzonder te zullen beschermen, desnoods tegen het Europees en internationaal recht in (zie bijvoorbeeld hier, hier en hier). Aangezien het voor de legitimiteit van grondwetten belangrijk is dat zij stabiliteit en continuïteit bieden, is het beter om niet al te lichtzinnig aan de Belgische Grondwet te gaan sleutelen, laat staan aan haar kern te raken. In tegenstelling tot wat de recente academische debatten over de herziening van de Grondwet doen uitschijnen, is alles bij het oude laten doorgaans te verkiezen in het grondwettelijk recht, tenzij heel dwingende redenen toch tot een wijziging nopen. Om een gekende boutade nogmaals van onder het stof te halen: de Grondwet is geen vodje papier.

Prof. Dr. Elke Cloots is docent mediarecht aan de UA en advocaat bij Demos Public Law. Zij behaalde haar doctoraat aan het Instituut voor Constitutioneel Recht van de KUL, dat inmiddels deel geworden is van het Leuven Centre for Public Law.

Thomas Van Diest is advocaat bij Demos Public Law en assistent aan de KU Leuven.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.