Universele mensenrechten in Europa: ook voor inheemse volken?

Onder andere door hun leven in afzondering en gelet op een geschiedenis van discriminatie tegen deze groepen, vormen inheemse volken een van de meest kwetsbare groepen in Europa. Biedt het EVRM een voldoende waarborg voor de bescherming van hun culturele identiteit?

De laatste jaren is de rechtspraak van het EHRM gevoeliger geworden voor de bescherming van de rechten van minderheden. Zoals blijkt uit de arresten D.H. e.a. tegen Tsjechië en Winterstein e.a. tegen Frankrijk wordt bijvoorbeeld meer aandacht besteed aan de discriminatie van Roma en andere groepen zonder vaste verblijfplaats. Tegen deze achtergrond is het interessant om de bescherming  van de mensenrechten te bestuderen voor een van de meest kwetsbare groepen in Europa, namelijk inheemse volken. Hun kwetsbaarheid hebben ze mede te danken aan hun afzondering van de samenleving en aan een geschiedenis van discriminatie. Toont het EHRM zich ook gevoelig voor de kwetsbaarheden van deze minderheidsgroepen?

Culturele identiteit

Inheemse volken over de hele wereld worden getypeerd door een culturele eigenheid en een manier van leven die ze al sinds jaar en dag aanhouden. Het concept ‘culturele identiteit’ kan gebruikt worden om deze culturele eigenheid aan te duiden (bijv. Inter-Amerikaans Hof voor Mensenrechten, Kichwa Indigenous People , §159 en §217; Afrikaanse Commissie voor Mensenrechten, Endorois, §156 en §162). Dit concept doelt op de manier waarop inheemse volken in het leven staan: hun religie, hun culturele gewoonten en tradities, hun politieke systeem, enzovoort. Kortom, de culturele identiteit van inheemse volken omvat de manier waarop zij leven en dus ook wat zij nodig hebben om te over-leven als inheems volk met een eigen cultuur. Ook op het grondgebied van de Raad van Europa leven een heel aantal inheemse volken met een eigen culturele identiteit, zoals onder andere de Sámi van Scandinavië, de Inuit van Groenland en de Ilois van het Brits Indische Oceaanterritorium.

Deze culturele identiteit wordt zowel door het EHRM als door andere mensenrechtenhoven erkend als een overkoepelend concept gewaarborgd via verschillende sub-rechten. Deze post bespreekt het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven (artikel 8 EVRM) en de bescherming van eigendom (artikel 1 Protocol 1 EVRM) als twee cruciale sub-rechten van het recht op culturele identiteit van inheemse volken.

Het EHRM over inheemse volken: van privé-, familie- en gezinsleven…

Sinds de jaren ’90 beoordeelde het EHRM vier zaken over inheemse volken: Johtti Sapmelaccat Ry e.a. tegen Finland (1998), Hingitaq 53 tegen Denemarken (2006), Handölsdalen Sami Village tegen Zweden (2010) en Chagos Islanders tegen het Verenigd Koninkrijk (2012). Slechts één van deze zaken werd deels ontvankelijk verklaard. In elk van deze zaken trokken de inheemse volken aan het kortste eind. De vraag rijst dan ook hoe effectief het recht op culturele identiteit van inheemse volken beschermd is.

De laatste jaren toonde het EHRM zich in een aantal arresten gevoelig voor mensenrechtenschendingen van minderheden. Vooral onder artikel 8 EVRM maakte de rechtspraak van het EHRM een evolutie door. Zo beschermt artikel 8 de specifieke kenmerken van de levensstijl van minderheden zoals de Roma en mensen zonder vaste verblijfplaats alsook de mogelijkheid om hun specifieke identiteit te behouden (zie EHRM Chapman/Verenigd Koninkrijk, §73). Ook moet rekening gehouden worden met de kwetsbaarheid van de betrokken gemeenschap bij de beoordeling of een inbreuk op het recht op privéleven nodig is in een democratische gemeenschap. Dit vertaalt zich in een grotere moeilijkheid voor de lidstaat om te verantwoorden dat een inmenging in het recht op privéleven noodzakelijk is in een democratische samenleving. De gewoonlijk brede appreciatiemarge van de lidstaat zal in dit geval dus nauwer zijn (zie EHRM Winterstein ea./Frankrijk, §142 en §160; EHRM Yordanova ea./Bulgarije, §129).

…tot bescherming van eigendom

De bescherming van eigendom blijkt eveneens cruciaal voor het recht op culturele identiteit. De rechtspraak met betrekking tot dit artikel neemt echter de specificiteit van de levensstijl van bepaalde minderheden niet in aanmerking. De regel dat een eigendomsrecht een duidelijke basis moet hebben in het nationale recht van de lidstaat, alsook de fair balance-test bij een inmenging van de staat in het eigendomsrecht van een individu houden onvoldoende rekening met de culturele beleving van eigendom van veel inheemse volken. Inheemse volken hebben immers per definitie een speciale connectie met hun land, waardoor een inmenging in hun eigendom hen op een andere manier raakt. Deze speciale band met het land zou in acht genomen moeten worden bij het maken van de fair balance-test, waarbij het individuele en het collectieve belang tegen elkaar afgewogen worden. Recente rechtspraak van het EHRM toont geen indicatie dat deze afweging gemaakt wordt..

Daarnaast leven inheemse volken vaak al honderden tot duizenden jaren op hun grondgebied, zonder officiële eigendomstitel. Wanneer een land, zoals Zweden in de Handölsdalen-zaak, bewijs van eigendom toelaat via gebruik sinds mensenheugenis, weigert het EHRM een oordeel te vellen over de hoge bewijslast bij het leveren van dit bewijs. Het laat dit immers over aan de appreciatiemarge van de lidstaat. Het zijn echter bij uitstek inheemse volken die land bezitten zonder officiële eigendomstitel en dit bewijs zullen moeten leveren. Deze bewijslast benadeelt hen dus onevenredig in vergelijking met andere individuen of groepen van mensen. Recente rechtspraak levert ook hierover geen indicatie dat deze visie van het EHRM veranderd zou zijn.

Conclusie

Hoewel deze blogpost slechts twee sub-rechten van het recht op culturele identiteit van inheemse volken besprak, is toch een voorlopige conclusie mogelijk over de universaliteit van de mensenrechtenbescherming van het EVRM. Hoewel het EHRM op de goede weg is met rechtspraak die gevoelig is voor rechten van minderheden en het in sommige zaken een voldoende bescherming zal bieden voor de rechten van inheemse volken, zal het in andere zaken tekort schieten. De bescherming van inheemse volken in Europa kan beter en daarbij is de eerste stap aandacht hebben voor de specifieke kenmerken van deze groep.

Merel Vrancken is afgestudeerd als master rechten aan de KULeuven en start een doctoraat aan de UHasselt. Zij schreef haar masterproef over het recht op culturele identiteit van inheemse volken in Europa onder begeleiding van dra. Louise Reyntjens en onder het promotorschap van prof. dr. Koen Lemmens (Leuven Centre for Public Law).


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.