Samenwerkingsakkoorden als vlottende bevoegdheidsmechanismen

Print Friendly, PDF & Email

Het Belgisch federalisme berust in globo op twee schijnbaar tegengestelde doelstellingen. De grondwetgever koos van meet af aan voor de autonomie van de deelstaten; tezelfdertijd poogde men het federale niveau voldoende slagkracht te laten behouden. Een uitdagende evenwichtsoefening die na zes formele Staatshervormingen is uitgemond in een gordiaanse knoop. Bovendien liggen alle bevoegdheidsverdelende regels verankerd in de Grondwet en bijzondere wetten, waardoor elke wijziging een bijzondere meerderheid vereist, hetgeen in het huidige politieke landschap onbegonnen werk lijkt. Valt de knoop nog wel te ontwarren?

De deelstatelijke autonomiegedachte, de eerste doelstelling, wordt bewerkstelligd door het exclusiviteits- en verticaliteitsbeginsel. Eerstgenoemde houdt in dat in principe elke materie waarvoor de ene overheid bevoegd is, niet onder de bevoegdheid van een andere overheid kan vallen. Hieruit volgt dat er in het federale België tot op heden geen hiërarchie bestaat tussen wet en decreet. Laatstgenoemde houdt in dat, indien een entiteit ten aanzien van een bepaalde materie bevoegd is om wetgeving aan te nemen, diezelfde entiteit per definitie ook bevoegd is om deze wetgeving uit te voeren. Het federale niveau kan aldus het deelstatelijke niveau niet belasten met de uitvoering van federale wetgeving en vice versa.

Het behouden van een voldoende slagkrachtig federaal niveau, de tweede doelstelling, heeft echter geleid tot een grote mate van bevoegdheidsversnippering. Homogene bevoegdheidspakketten zijn slechts uitzonderlijk, waardoor de eerste doelstelling ondermijnd wordt. Versnipperde bevoegdheidsdomeinen vereisen immers de tussenkomst van meerdere wetgevers, hetgeen noodzakelijkerwijze een beperking van de autonomie van elk van deze wetgevers impliceert. Een formele Staatshervorming is vooralsnog het enige middel om de complexiteit te reduceren en aldus de autonomie te herstellen. De zware juridische vereisten hiervoor kunnen echter de Belgische politieke besluitvorming volledig verlammen, zoals bleek tijdens de 541 dagen durende regeringsformatie in 2010 en 2011 die het Vlinderakkoord voorafging.

Als antwoord op bovenstaande vaststellingen woedt, zowel in de politiek als in de rechtsleer, volop de discussie omtrent de omkering van de residuaire bevoegdheden, die momenteel toekomen aan het federale niveau. Een toekenning van de residuaire bevoegdheden aan de deelstaten zou volgens sommigen een uitweg kunnen bieden uit het bevoegdheidsmoeras. Prima facie lijkt deze discussie echter overbodig, aangezien artikel 35 van de Grondwet de residuaire bevoegdheden reeds toekent aan de gemeenschappen en gewesten. De inwerkingtreding van het artikel werd evenwel afhankelijk gemaakt van een politiek en juridisch complexe procedure, die ook een grondwetswijziging vereist, zoals beschreven in de overgangsbepaling bij artikel 35. De omkering van de residuaire bevoegdheden lijkt aldus in hetzelfde bedje ziek als een gewone Staatshervorming.

Samenwerkingsakkoorden als licht in de duisternis?

André ALEN, voormalig voorzitter van het Grondwettelijk Hof, liet evenwel optekenen dat “een nieuwe grondwetsbepaling […] die de mogelijkheid creëert om samenwerkingsakkoorden te sluiten die wel een uitwisseling, een afstand of een teruggave van bevoegdheden kunnen inhouden mits de parlementen van alle betrokken entiteiten ermee instemmen” een alternatief zou kunnen vormen voor artikel 35 van de Grondwet. Een hoogst interessante denkpiste, die diepgaander onderzocht zal worden in mijn masterproef.

In de huidige stand van het Belgisch constitutioneel recht blijft de gedachtegang van ALEN een juridische fictie. Het verschanste karakter van de bevoegdheidsverdeling belet immers dat bevoegdheden in onderling overleg, dus zonder effectieve wijziging van de Grondwet en de bevoegdheidsverdelende regels, kunnen worden getransfereerd van de ene naar de andere entiteit. Deze stelling werd bij de invoering van samenwerkingsakkoorden herhaald door het toenmalige Arbitragehof.

Daarmee is de kous echter nog niet af. Uit enkele passages uit de BWHI blijkt dat de bijzondere wetgever dit principe niet altijd even stringent toepast; zie bijvoorbeeld artikel 92bis, §5quinquies, dat de overdracht van de Nationale Plantentuin naar de deelentiteiten afhankelijk maakt van een samenwerkingsakkoord. Ook in de rechtspraak van zowel de Raad van State als het Grondwettelijk Hof zijn enkele evoluties te bemerken. Zo diende laatstgenoemde uit te maken of bepalingen uit het samenwerkingsakkoord van 13 februari 2014 tussen de drie gewesten betreffende de gewestoverschrijdende intercommunales een bevoegdheidsoverdracht tussen de partijen inhield. Het Hof nam in dezen een mild standpunt in; het betoogde dat “de uitzondering ten aanzien van de drie met naam genoemde intercommunales werd aangenomen met het oog op het bereiken van een evenwichtig akkoord tussen de drie betrokken gewesten […]. Aldus is het bekritiseerde verschil in behandeling niet zonder redelijke verantwoording.” Hieruit zou een afzwakking van het verbod tot uitwisseling, afstand of teruggave van bevoegdheid via een samenwerkingsakkoord kunnen afgeleid worden teneinde de communautaire vrede te vrijwaren. De vernietiging van het voorliggende samenwerkingsakkoord, dat na vele jaren van onderhandelingen tot stand kwam, zou tenslotte een bevoegdheidsrechtelijk vacuüm creëren. Het Hof zet hiermee wel de deur open – of toch minstens op een kier – voor bevoegdheidsoverdrachten in onderling overleg via samenwerkingsakkoorden. Een aanpassing van het Belgisch constitutioneel kader in die zin zou overigens geen unicum uitmaken, zo getuige het grondwettelijk mechanisme van afstand van bevoegdheid in Maleisië; zie artikelen 76 en 80 van de Maleisische Grondwet.

Brecht Plessers is masterstudent Rechten aan de KU Leuven. Deze blogpost is gebaseerd op zijn onderzoeksvoorstel in het Staatsrecht, onder begeleiding van Eline Roofthooft.


Brecht PLESSERS, "Samenwerkingsakkoorden als vlottende bevoegdheidsmechanismen", Leuven Blog for Public Law, 20 August 2021, https://www.leuvenpubliclaw.com/samenwerkingsakkoorden-als-vlottende-bevoegdheidsmechanismen (geraadpleegd op 27 November 2021)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

We reserve the right to refuse, without any correspondence or notification, the publication of comments, for example, due to an insufficient link with the blogpost.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.