Intertemporeel recht (deel 2): Rechtsregels als tijdmachines. Over intertemporeel recht in rechtsregels

Print Friendly, PDF & Email

Een belangrijk en toch onderschat onderdeel van rechtsregels is de uitwerking ervan in de tijd. De vraag of een bepaald rechtsfeit onder de oude of de nieuwe wet valt, duikt regelmatig op en kan niet altijd duidelijk worden afgeleid uit de tekst van de rechtsregel zelf. In een eerste van drie blogposts over intertemporeel recht pleitte dr. Thijs Vancoppernolle voor een technische en inhoudelijke herijking van het algemene intertemporele recht. In deze tweede blogpost wordt ingegaan op de vraag hoe rechtsregels zelf op een duidelijke wijze de uitwerking ervan in de tijd kunnen regelen… maar dat lang niet altijd doen.

Enkele basisbegrippen en spelregels

Bij de uitwerking in de tijd van rechtsregels moet rekening worden gehouden met vier basisbegrippen of ankerpunten.

De totstandkoming van de rechtsregel (bij wetten: de bekrachtiging door de Koning) houdt in dat de rechtsregel officieel bestaat. Het is echter pas vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad dat de rechtsregel door de overheid kan worden tegengeworpen aan burgers. De inwerkingtreding is het tijdstip vanaf wanneer de rechtsregel verbindend wordt, d.w.z. moet worden toegepast door de overheid en nageleefd door de burgers. Ten slotte is er de cesuur, namelijk het tijdstip vanaf wanneer de relevante feiten (de aanknopingscriteria) zich moeten voordoen om onder het toepassingsgebied van de rechtsregel te vallen.

Er gelden ook enkele spelregels. Een daarvan is dat de inwerkingtreding niet vóór de bekendmaking kan vallen. Dat is de keerzijde van het beginsel nemo censetur ignorare legem: je kan immers pas worden verondersteld de wet te kennen en na te leven als je er kennis van hebt kunnen nemen. Het is om die reden dat art. 190 GW en art. 22 BWHI bepalen dat rechtsregels pas verbindend zijn “dan na te zijn bekendgemaakt (…)”.

Maar hoe zit het dan met terugwerkende kracht? Is retroactiviteit niet strijdig met die spelregel? Neen, omdat retroactiviteit hoogstens inhoudt dat de cesuur, niet de inwerkingtreding, vóór de bekendmaking van de rechtsregel wordt gelegd. Anders gesteld: er worden vanaf de inwerkingtreding van de rechtsregel bepaalde (nieuwe) rechtsgevolgen verbonden aan feiten die zich in het verleden, vanaf de cesuur, hebben voorgedaan.

Dat wil niet zeggen dat terugwerkende kracht zonder meer mogelijk is. Daarover bestaan specifieke spelregels, maar daarop wordt nader ingegaan in de volgende blogpost van deze reeks.

En de regelpraktijk?

In de praktijk wordt door de regelgever meestal weinig aandacht besteed aan de uitwerking in de tijd.

Een vaak voorkomend scenario is dat waarbij enkel de inwerkingtreding wordt geregeld, zoals bij de wet van 12 juli 2019 over de verhoging van de leeftijd voor de verkoop van tabaksproducten van 16 naar 18 jaar. Die wet trad in werking op 1 november 2019. Omdat er verder niets werd geregeld over de uitwerking in de tijd, moeten we ervan uitgaan dat de cesuur samenvalt met de inwerkingtreding. Dat is immers het moment vanaf wanneer de wet nieuwe dwingende rechtsgevolgen kan verbinden aan feiten. Aangezien het in dit geval voor de hand ligt dat het aanknopingscriterium (de relevante feiten waarmee wordt aangeknoopt) het sluiten van een koopovereenkomst is, betekent dat dat een handelaar die vanaf die datum een slof sigaretten verkoopt aan een zestienjarige, strafbaar is. Dat zou enkel anders zijn indien uit de tekst van de wet, uit de logische samenhang ervan of uit de parlementaire voorbereiding een ander tijdstip als cesuur naar voor komt. Zoals blijkt uit de eerste blogpost, is de vraag naar het aanknopingscriterium in de praktijk vaak wel moeilijker dan in dit eenvoudige voorbeeld.

Een tweede scenario houdt in dat er niets wordt geregeld, niet eens de inwerkingtreding. In dat geval geldt de gemeenrechtelijke wijze van inwerkingtreding op de tiende dag na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en valt de cesuur in beginsel ook op die datum, onder hetzelfde voorbehoud als in het eerste scenario.

In een derde scenario wordt enkel de cesuur en het aanknopingscriterium geregeld, maar niet de inwerkingtreding, zoals bijvoorbeeld in de nieuwe wettelijke regeling van – zet u even schrap – de achterwaartse verliesverrekening ter compensatie van schade aan landbouwteelten, veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden in titel VI van de wet van 11 februari 2019 houdende fiscale, fraudebestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen. Deze titel is overeenkomstig artikel 108 “van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 op de beroepsverliezen die toe te schrijven zijn aan schade aan landbouwteelten, veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden die hebben plaatsgevonden vanaf 1 januari 2018”. Wanneer treedt de wettelijke regeling dan in werking, als enkel de cesuur en het aanknopingscriterium is bepaald? Daarover wordt getwist in de rechtsleer: sommigen menen de tiende dag na de bekendmaking; anderen menen dat bij deze (begunstigende) terugwerkende kracht (het inkomstenjaar 2018 was immers al afgelopen) de dag van de bekendmaking geldt als datum van inwerkingtreding. Hier is nog een ander voorbeeld.

Idealiter worden – zoals in het vierde scenario – zowel de inwerkingtreding als de cesuur met de aanknopingscriteria geregeld, zoals af en toe gebeurt.

Overgangsbepalingen zijn belangrijk

Bij de regeling van de temporele uitwerking van rechtsregels moet altijd worden nagegaan of er geen nood is aan overgangsbepalingen. Volgens de handleiding wetgevingstechniek (nr. 143) zijn overgangsbepalingen bepalingen die de overgang van een oude naar een nieuwe regeling mogelijk maken. Die overgang moet niet alleen op een rechtszekere, maar ook op een billijke wijze worden opgevangen, onder meer gelet op het beginsel van gewekte verwachtingen, het redelijkheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.

Zo drong de afdeling wetgeving van de Raad van State er bij de hervorming van de renovatiepremie in het Vlaamse Gewest bij de besluiten van 29 oktober 2014 en 30 oktober 2015 op aan om te voorzien in overgangsmaatregelen voor gevallen waarin de werken nog niet zijn aangevat of voltooid, ook al zijn voor die werken reeds concrete verbintenissen aangegaan. Het doorkruisen van de rechtmatige verwachtingen kon immers in sommige gevallen tot aanzienlijke financiële problemen leiden.

Conclusie

Bij het uitwerken van rechtsregels moet voldoende aandacht worden besteed aan de regeling van de uitwerking ervan in de tijd op een voldoende duidelijke en rechtszekere wijze. Dat houdt ook in dat moet worden nagegaan of overgangsbepalingen niet wenselijk zijn. Bij het uitwerken daarvan moet steeds rekening worden gehouden met rechtmatige verwachtingen van de burgers en met de principiële gelijkheid tussen die burgers.

Jeroen Van Nieuwenhove is staatsraad en vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuven Centre for Public Law van de KU Leuven.

Deze blogpost is een bewerking van een bijdrage voor een studienamiddag op 25 oktober 2019 naar aanleiding van de uitgave van het proefschrift van dr. Thijs Vancoppernolle over intertemporeel recht.


J. VAN NIEUWENHOVE, "Intertemporeel recht (deel 2): Rechtsregels als tijdmachines. Over intertemporeel recht in rechtsregels", Leuven Blog for Public Law, 6 March 2020, https://www.leuvenpubliclaw.com/rechtsregels-als-tijdmachines-over-intertemporeel-recht-in-rechtsregels (geraadpleegd op 30 November 2020)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.