Ook juridisch hebben we veel te danken aan het mondmasker

Print Friendly, PDF & Email

Het mondmasker is in een razendsnel tempo onze samenleving binnengedrongen, gepaard met talloze discussies over het nut van de ‘gezichtsbedekkende’ maskers. Ook juridische discussies zijn onvermijdelijk. Zo bevat ons Strafwetboek een verbod tot het dragen van gezichtsbedekkende kledij. Deze blogpost peilt naar de juridische problemen die het mondmasker veroorzaakte de voorbije maanden en hoe de regelgever getracht heeft deze problemen voor de toekomst te vermijden.

De mondmaskerplicht kaderen we binnen het geheel van maatregelen die de federale regering nam om het virus te bestrijden. Wanneer een land immers geconfronteerd wordt door een onbekend virus, is een snelle en kordate aanpak vanwege de regering, waarbij de fundamentele vrijheden even aan de kant worden geschoven, onontbeerlijk. De klassieke weg volgen via het federale parlement is geen optie. Kan de noodtoestand dan een uitweg bieden en een juridische basis vormen voor het zelfstandig handelen van de regering?

In tegenstelling tot vele andere landen, valt er in onze Grondwet geen enkele bepaling te lezen omtrent de noodtoestand. Er zijn evenwel twee Belgische alternatieven waarbij de regering vrijheidsbeperkende maatregelen kan afkondigen zonder daarbij langs het parlement te passeren.  Een gunstig gezind parlement kan namelijk in concrete bewoordingen bijzondere machten verlenen aan de regering waarbij de toelating wordt gegeven om bij Koninklijk Besluit legitieme en proportionele maatregelen te nemen.                                   Verkrijgt de federale regering die bijzondere volmachten evenwel niet, dan is er het ultieme redmiddel in artikel 37 van de Grondwet: de zogenoemde zelfstandige verordende politiebevoegdheid van de federale regering. Die bevoegdheid is geconcretiseerd in de wet betreffende de civiele veiligheid. Deze wet geeft  aan de individuele Minister van Binnenlandse Zaken onder andere de mogelijkheid om bij rampen bepaalde binnenlandse verplaatsingen te verbieden.

De strategie van Wilmès II

De regering Wilmès II verkreeg zo op 27 maart 2020 volmachten van het parlement om – ietwat kort door de bocht –  alles te ondernemen om het coronavirus klein te krijgen. Zie hier dus de formeel wettelijke grondslag om bij Koninklijk Besluit fundamentele rechten even aan de kant te schuiven. Dat werd ook zo bevestigd door de Raad van State. Toch maakte de regering geen gebruik van deze gift van het parlement. Het verkoos de mondmaskerverplichtingen af te kondigen bij Ministerieel Besluit, gestoeld op de eerder vermelde wet betreffende de civiele veiligheid.

Deze keuze geeft aanleiding tot heel wat juridische bekommernissen. Zo hebben tal van grondwetspecialisten de ongeschiktheid van de wet voor deze doelstelling aan de kaak gesteld. De parlementaire voorbereiding leert ons immers dat de wet in kwestie er gekomen is om acute en zeer tijdelijke noodsituaties zoals ontploffingen en overstromingen te beheersen. Voorts is een delegatie van een bevoegdheid aan een individuele minister, luidens rechtspraak van de Raad van State, een prerogatief van de regering en dus niet van het parlement. Verder kan artikel 563bis van het Strafwetboek, dat het dragen van gezichtsbedekkende kledij (en dus ook van mondmaskers) verbiedt, enkel buitenspel gezet worden bij formele wet. Een ministerieel besluit ontbeert die wettelijke kracht. Het dragen van een mondmasker is dus verplicht bij ministerieel besluit, maar tegelijkertijd verboden volgens het Strafwetboek. Tot op vandaag blijft het gissen waarom de regering geen gebruik maakte van de meer legitieme grondslag die het ter beschikking kreeg in de vorm van de volmachten.

De regering Wilmès II ging nog een stap verder en gebruikte het Ministerieel Besluit zowaar als grondslag voor lokale besturen om nog meer ingrijpende maatregelen af te kondigen. En daar werd gretig gebruik van gemaakt. Zo voerde de Antwerpse gouverneur in augustus 2020 een mondmaskerplicht in die het dragen van een mondmasker in de gehele openbare ruimte verplichtte. Naast inhoudelijke bezwaren omtrent de niet-proportionaliteit van de maatregel, waren er ook juridisch-technisch grote vraagtekens te plaatsen naast deze maatregel. De algemene mondmaskerplicht stoelde namelijk deels op een recent ministerieel besluit dat op zijn beurt, zoals hierboven uiteengezet, voorwerp was van kritiek!

Beterschap op komst?

De rechtsleer mag dan wel vanaf de zijlijn vurig kritiek uitoefenen op de regering, het oordeel van de Raad van State is finaal wat telt. En wat bleek? De Raad van State gunde de regering veel beleidsruimte door te oordelen dat besmettingen van een virus een ‘catastrofe’ zijn in de zin van de wet betreffende de civiele veiligheid. Meteen bleken alle ministeriële besluiten rechtsgeldige grondslagen te zijn om te knagen aan onze meest dierbare vrijheden.

Ondanks de gunstige uitspraak werd er in het parlement werk gemaakt van een zogenaamde Pandemiewet die een leidraad moest vormen voor de bestrijding van latere pandemieën. Volgens de wet, die recent groen licht kreeg in de plenaire vergadering, zal een epidemische situatie afgekondigd worden door de regering en vervolgens bekrachtigd worden door het parlement. Daarna kan de regering binnen een bepaald tijdskader maatregelen nemen die opgesomd staan in een limitatieve lijst.

Die lijst vormt zowaar een grondslag voor het afkondigen van mondmaskerverplichtingen! Ook is er gedacht aan de lokale besturen die meer ingrijpende maatregelen wensen af te kondigen. Behoren de ministeriële besluiten nu definitief tot het verleden? Eén ding is alvast zeker: het mondmasker heeft onze fundamentele vrijheden sterker op de kaart gezet. Dank u en vaarwel (?), mondmasker.

Arnaud Leterme is masterstudent Rechten aan de KU Leuven. Deze blogpost is gebaseerd op zijn bachelorseminarie in het Gezondheidsrecht over de toetsing van de Antwerpse algemene mondmaskerplicht aan het recht tot eerbiediging van het privéleven, onder begeleiding van prof. dr. Steven Lierman en Kaat Van Delm (Leuven Centre for Public Law).


Arnaud LETERME, "Ook juridisch hebben we veel te danken aan het mondmasker", Leuven Blog for Public Law, 15 October 2021, https://www.leuvenpubliclaw.com/ook-juridisch-hebben-we-veel-te-danken-aan-het-mondmasker (geraadpleegd op 27 November 2021)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

We reserve the right to refuse, without any correspondence or notification, the publication of comments, for example, due to an insufficient link with the blogpost.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.