Nieuwe wet opent deuren rechtbanken voor mensenrechtenorganisaties

Palais de Justice

Op 21 december 2018 werd de wet houdende diverse bepalingen betreffende justitie afgekondigd. De wet bevat diverse maatregelen op het stuk van de burgerlijke rechtspleging die vaker níet dan wél met elkaar verband houden, zoals we al vaker zagen tijdens deze legislatuur (zie o.m. de “Potpourri”-wetten). Veel aandacht kreeg de nieuwe wet nog niet, ook al is ze politiek zeker relevant. Ze werd immers ná het ontslag van de regering-Michel aangenomen (met een ruime meerderheid), wat erop wijst dat er in het parlement toch nog meerderheden te vinden zijn om regeringsprojecten af te werken. Minstens even interessant is de inhoud ervan, en dan meer bepaald de wijziging die de wet aanbrengt in artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek.

*English summary below*

Waarover gaat het?

De ingreep in artikel 17 Gerechtelijk Wetboek verruimt de toegang tot de burgerlijke rechter voor mensenrechtenorganisaties. Tot nu toe waren de mogelijkheden voor mensenrechtenorganisaties om naar een burgerlijke rechtbank te stappen eerder beperkt. In de weg stond immers het voormelde artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek, dat luidt als volgt: “De rechtsvordering kan niet worden toegelaten, indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen”. Het door artikel 17 vereiste belang interpreteren de hoven en rechtbanken – met het Hof van Cassatie voorop – zeer strikt.  Luidens de Eikendael­-doctrine (Cass. 19 november 1982) hebben rechtspersonen enkel het vereiste belang om een vordering in te stellen wanneer die vordering de bescherming van het eigen belang van de rechtspersoon beoogt, d.w.z. als de vordering beoogt de materiële goederen of morele rechten van de rechtspersoon te beschermen met inbegrip van diens eer en goede naam. Burgerlijke rechtbanken laten niet toe dat rechtspersonen vorderingen instellen ter bescherming van het algemeen belang (de zgn. actio popularis) of van een collectief belang (d.w.z. een specifiek belang dat gemeen is aan een bepaald of onbepaald deel van de samenleving).

Evolutie in de visie op collectieve rechtshandhaving

De enge interpretatie van het belang in artikel 17 is allicht ingegeven door de bekommernis dat private actoren niet hoeven in te staan voor de rechtshandhaving. Daarvoor hebben we de overheid en het openbaar ministerie, toch? De afgelopen decennia hebben de toegenomen regulering – er zijn steeds meer regeltjes om te handhaven – en het tekort aan publieke financiering echter nieuwe inzichten doen ontstaan. Het besef lijkt ingetreden dat rechtshandhaving op initiatief van de overheid en rechtshandhaving op initiatief van private actoren wel complementair kunnen zijn. De Raad van State en het Grondwettelijk Hof zetten alvast sinds jaren hun deuren open voor vorderingen ter bescherming van een collectief belang. En voor de toegang tot de burgerlijke rechtbanken riep de wetgever de afgelopen twee decennia al meermaals uitzonderingen in het leven.

De aanpak van de wetgever was tot nu toe wel gefragmenteerd: specifieke uitzonderingen zagen het licht voor welomlijnde beleidsonderwerpen die op een gegeven moment op grote aandacht van de ene of de andere politieke strekking konden rekenen. Zo riep de wetgever een verruimd ius agendi in het leven voor milieuverenigingen of voor verenigingen die strijden tegen racisme, discriminatie, ontkenning van genocide of partnergeweld. Op internationaal niveau doet het Verdrag van Aarhus hetzelfde.

Ongrondwettig

Die wettelijke en verdragsrechtelijke uitzonderingen zetten de strikte toepassing van de Eikendael-doctrine al jaren onder druk. Waarom daarvan afwijken voor de strijd tegen racisme of partnergeweld maar niet voor bijvoorbeeld de strijd tegen kindermisbruik of mensenhandel? Niet geheel onverwacht greep het Grondwettelijk Hof in. Dat gebeurde naar aanleiding van een prejudiciële vraag gesteld door een arbeidsrechtbank op initiatief van een ngo die zich het lot van minderjarige vluchtelingen aantrok, de vzw « Défense des Enfants – International – Belgique – Branche francophone (D.E.I. Belgique) ». De organisatie was van oordeel dat het gebrek aan opvang voor minderjarige vluchtelingen een onmenselijke behandeling uitmaakte en dus een inbreuk op artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Zij vorderde dat de rechtbank de Belgische Staat en FEDASIL zou bevelen om voor opvang te zorgen maar stootte op een middel van onontvankelijkheid wegens gebrek aan persoonlijk belang. De rechtbank vroeg aan het Grondwettelijk Hof of dit geen ongrondwettig verschil in behandeling uitmaakte.

In zijn arrest van 10 oktober 2013 heeft het Hof die vraag affirmatief beantwoord. Rechtspersonen die een vordering instellen die overeenstemt met een van hun statutaire doelen en beoogt om een einde te maken aan onmenselijke en vernederende behandelingen in de zin van artikel 3 EVRM worden gediscrimineerd ten opzichte van de rechtspersonen die gebruik kunnen maken van de rechtstoegang geboden door bijzondere wetgeving, zoals de anti-racismewet of de anti-discriminatiewetten, en daardoor wél een vordering kunnen instellen die overeenstemt met een van hun statutaire doelen en beoogt een einde te maken aan de schending van (andere) fundamentele vrijheden.

De wijziging van art. 17 Ger.W.

Het Grondwettelijk Hof leidde daaruit echter niet af dat artikel 17 Gerechtelijk Wetboek ongrondwettig was. Wel ongrondwettig was de ontstentenis van een wetsbepaling die de voorwaarden preciseert waaronder een rechtsvordering – een ius agendi – kan worden toegekend aan de rechtspersonen die een vordering wensen in te stellen die overeenstemt met hun statutair doel en de bescherming beoogt van de fundamentele vrijheden.

De wet van 21 december 2018 beoogt de vastgestelde ongrondwettigheid recht te zetten door een tweede paragraaf toe te voegen aan artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek. Daarin luidt het dat vorderingen van rechtspersonen die de bescherming beogen van de rechten van de mens of fundamentele vrijheden die erkend zijn in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden, ontvankelijk zijn mits voldaan is aan enkele voorwaarden. Zo moet het maatschappelijk doel van de rechtspersoon van bijzondere aard zijn en onderscheiden van het nastreven van het algemeen belang.  De rechtspersoon moet het maatschappelijk doel op duurzame en effectieve wijze nastreven. De rechtspersoon moet optreden in het kader van dat maatschappelijk doel en met het oog op de verdediging van een belang dat verband houdt met dat doel. Tot slot moet de rechtspersoon met zijn vordering een louter collectief belang nastreven.

Els Vandensande is vrijwillig wetenschappelijk medewerker bij het Leuven Centre for Public Law en juriste bij het Netwerk tegen Armoede.

Benoît Allemeersch is deeltijds hoogleraar Belgisch en Europees proces- en bewijsrecht aan het Leuven Centre for Public Law en advocaat (Quinz).

English summary

 

New statute opens the doors of the Belgian courts for human rights organizations

On December 18th, just before the winter recess, the Belgian parliament approved a bill which grants human rights organizations locus standi before the Belgian courts when acting in the defense of the human right or fundamental freedom the protection of which they have been created for. Traditionally, under Belgian law, a legal person is only granted access to the Belgian civil or criminal courts to defend the material of moral interests of the organization itself and not to defend the collective interest which the organization aims to protect. The new statute, which amends article 17 of the Belgian Judicial Code, makes an exception to this principle for human rights organizations. Their locus standi is now significantly broadened, subject to a number of conditions which most well-reputed organizations are likely to fulfill. This reform is an important step forward in the access to justice of human rights organizations and is expected to have a deep impact on Belgian law in general by allowing new legal questions to be brought to the courts.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.