Nationaal mensenrechteninstituut eindelijk van start!

Print Friendly, PDF & Email
Belangrijk nieuws voor de mensenrechten in België.   In februari startte het Federaal Instituut voor Mensenrechten (FIRM) met zijn werkzaamheden. Marike Lefevre licht toe waarom dit een belangrijke stap is.

België werd door de Verenigde Naties reeds verschillende keren op de vingers getikt omdat een volwaardig nationaal mensenrechteninstituut ontbrak. Na verschillende decennia van internationale politieke druk werd op 12 mei 2019 dan toch vooruitgang geboekt met de aanname van de wet tot oprichting van een Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens. Nadat eerder de raad van bestuur zijn werkzaamheden aanvatte, gebeurde de operationalisering van het secretariaat van het FIRM in februari.

Een volwaardig nationaal mensenrechteninstituut

De bedoeling is dat dit instituut zal uitgroeien tot een volwaardig nationaal mensenrechteninstituut volgens de principes van Parijs of dat dit instituut alleszins in samenwerking met andere instellingen (bevoegd voor mensenrechten) zal kunnen kwalificeren als een volwaardig mensenrechteninstituut.

Nationale mensenrechteninstituten zijn onafhankelijke organen die belast zijn met de bescherming en bevordering van mensenrechten op nationaal niveau. De principes van Parijs, die in 1993 werden bekrachtigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, zetten de criteria uiteen waaraan een dergelijk instituut moet voldoen. De nationale instellingen voor de rechten van de mens maken deel uit van de Internationale Alliantie van Mensenrechteninstituten (GANHRI) en, op Europees niveau, van het Europees Netwerk van Nationale Mensenrechteninstellingen (ENNHRI). GANHRI beoordeelt of een bepaald instituut wel degelijk is opgericht en/of het opereert volgens de voormelde principes. Zo kan een instituut een A-status verkrijgen indien het volledig beantwoordt aan de voormelde principes, een B-status indien het slechts gedeeltelijk conform is, en ten slotte kan het ook geen status toebedeeld krijgen.

Hoewel staten beschikken over een beleidsmarge bij de oprichting van een NMRI, zijn er evenwel enkele minimale vereisten waaraan een dergelijk instituut zeker moet voldoen:

    • een zo ruim mogelijk mandaat en een zo ruim mogelijke bevoegdheid van het instituut;
    • autonomie, zodat het instituut kan opereren zonder enige inmenging van de overheid (de toekenning van het budget mag bijvoorbeeld niet afhangen van een ministeriële goedkeuring);
    • een (grond)wettelijk vastgelegde onafhankelijkheid (wat betrekking heeft op de aanstellingsprocedure, het statuut en het ontslag van de leden);
    • pluralisme (wat de samenstelling van het NMRI betreft);
    • voldoende middelen voor de uitoefening van het volledige mandaat; en
    • voldoende bevoegdheid en macht om zaken te onderzoeken.

Enkele vragen

Een eerste vaak gestelde vraag is of België een dergelijk mensenrechteninstituut nodig heeft. Beschikt België niet al over verschillende instituten die bevoegd zijn voor mensenrechten?

Dat is inderdaad het geval. Er zijn reeds talrijke instanties die een mandaat hebben om bepaalde specifieke mensenrechten te beschermen: UniaMyria, de Gegevensbeschermingsautoriteit, de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind, het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, enzovoort.  Elk van de betrokken instellingen werkt op basis van een eigen mandaat en dynamiek. Unia heeft een mandaat op het gebied van antidiscriminatie en de rechten van mensen met een handicap (en is als enige mensenrechteninstituut in België erkend met een B-status); Myria heeft een mandaat op het gebied van migratie; de gegevensbeschermingsautoriteit is bevoegd voor privacykwesties; enzovoort.

Er is echter geen instelling met een breed mandaat.  Het is dus niet mogelijk om de mensenrechtensituatie in België als geheel te beoordelen. Bovendien worden verschillende mensenrechtenkwesties momenteel niet behandeld (bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting, behalve bij hate speech waarvoor Unia bevoegd is omwille van de discriminatiecomponent) en/of opgevolgd door één van de voornoemde instanties. Er is op dit moment dus wel degelijk sprake van versnippering en het risico op overlapping (en de daarbij horende domeinconflicten) is niet ondenkbaar. Met andere woorden, een toezichtmechanisme dat zich – met autoriteit en een brede kijk – kan uitspreken over álle mensenrechten, ontbreekt.

Of het FIRM deze leemte vult en of het in zijn huidige vorm in aanmerking komt voor een erkenning als volwaardig mensenrechteninstituut met een A-status, is een tweede vraag.  Het antwoord hierop is dat er daarvoor minstens één grote hindernis zal moeten overwonnen moeten worden, namelijk de versnippering van het bevoegdheidslandschap in België.

Gelet op de principes van Parijs moeten het mandaat en de bevoegdheid van het instituut zo ruim mogelijk zijn.  Dit is niet het geval omdat het FIRM enkel bevoegd is voor federale aangelegenheden en dus niet voor de bevoegdheden die zijn toegewezen aan ‘de gewesten en de gemeenschappen’ in België. De gemeenschappen hebben bevoegdheden die te maken hebben met taal en cultuur (bijvoorbeeld: onderwijs), terwijl de gewesten bevoegd zijn voor economische belangen.  Mensenrechten zijn in België in hoge mate gemeenschapsbevoegdheden met als gevolg dat het FIRM dus voor heel wat zaken onbevoegd is.

Een interfederaal instituut, bevoegd zowel op federaal niveau als op het niveau van de gewesten en de gemeenschappen, zou aan deze voorwaarde tegemoet komen. Het interfederaliseren van het instituut is voordelig. Het instituut heeft dan een ruimere bevoegdheid, wat de kans verkleint op hiaten in de opvolging en bescherming van mensenrechten in België.  Artikel 21 van de wet van 12 mei 2019 geeft weliswaar al aan dat het de bedoeling is dat het instituut zal worden geïnterfederaliseerd, maar het valt dus nog af te wachten wanneer dat in de praktijk zal worden omgezet.  Op deze manier zal het FIRM naar alle waarschijnlijkheid eerder in aanmerking komen voor de erkenning als volwaardig mensenrechteninstituut met een A-status.

Marike Lefevre is doctoraatsonderzoeker in mensenrechten aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).

Deze blogpost vormt een gewijzigde versie van een post die eerder te lezen was via de blog Nederland Rechtsstaat. 

 


& Marike LEFEVRE, "Nationaal mensenrechteninstituut eindelijk van start!", Leuven Blog for Public Law, 13 April 2021, https://www.leuvenpubliclaw.com/nationaal-mensenrechteninstituut-eindelijk-van-start (geraadpleegd op 14 June 2021)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

We reserve the right to refuse, without any correspondence or notification, the publication of comments, for example, due to an insufficient link with the blogpost.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.