Monopolie DPA-Deposit op de schop

Print Friendly, PDF & Email

Sinds 12 januari 2020 zijn advocaten niet langer verplicht om voor de elektronische neerlegging van stukken en conclusies gebruik te maken van het door de balies ontwikkelde en betalende DPA-Deposit. Zij kunnen terug gebruik maken van e-Deposit, een gratis en door justitie ontwikkeld systeem.  Lees meer over de DPA-saga in deze blogpost door Caroline Daniels.

DPA is het door de Orde van Vlaamse Balies (OVB) en de Ordre des Barreaux Francophones et Germanophone (OBFG) ontwikkelde digitale advocatenplatform. Via de applicatie DPA-Deposit kunnen stukken en conclusies worden neergelegd. DPA-Deposit fungeert daarbij als een soort van ‘doorgeefluik’ aan e-Deposit, de onlinetoepassing voor het neerleggen van stukken en conclusies die door de FOD Justitie en de magistratuur werd ontwikkeld. Het gebruik van e-Deposit is gratis, maar het gebruik van DPA-deposit is dat niet.

Door een KB en een MB van 9 oktober 2018 werd het gebruik van DPA-Deposit verplicht voor advocaten, althans voor zover zij stukken of conclusies digitaal wensten neer te leggen. Advocaten mochten dus niet langer rechtstreeks (en gratis) gebruik maken van e-Deposit. In navolging van het KB en het MB verdween binnen e-Deposit de mogelijkheid die voor advocaten was gecreëerd om zich als advocaat te identificeren, en communiceerden de balies aan de advocaten dat zij zich schuldig zouden maken aan ‘valsheid’ als zij zich op e-Deposit als burger zouden identificeren.

Geen sanctie

Voor de fans van gerechtelijk recht: het gebruik van DPA-Deposit werd niet voorgeschreven op straffe van verval of op straffe van nietigheid (en mocht dat toch zo zijn geweest, valt er niet in te zien waaruit de belangenschade zou bestaan bij een neerlegging via e-Deposit als zowel rechtbank als tegenstrever de stukken en conclusies tijdig zouden ontvangen). De rechtbanken konden advocaten die in weerwil van het KB en het MB tóch nog gebruik maakten van e-Deposit, dus niet sanctioneren. De Brusselse ondernemingsrechtbank weigerde in een vonnis van 27 september 2019 dan ook om conclusies die door een advocaat via e-Deposit waren neergelegd, uit de debatten te weren. De ondernemingsrechtbank ging zelfs zo ver om te stellen dat de verplichting uit het KB en het MB niet conform het Gerechtelijk Wetboek was en dus buiten beschouwing moest worden gelaten. (zie JT 2019, afl. 6792, 797).

Meer algemeen liet de magistratuur –die niet werd geconsulteerd over de beslissing om DPA-Deposit verplicht te stellen voor advocaten- zich zeer kritisch uit over deze verplichting. Het hof van beroep te Antwerpen moedigde advocaten in een folder ook uitdrukkelijk aan om gebruik te blijven maken van e-Deposit:

Digitale uitverkoop

Bij de magistratuur lijkt terecht de vrees te bestaan dat er een soort van ‘digitale uitverkoop’ gaande is waarbij privébedrijven (soms zelfs zonder enige vorm van aanbesteding) een monopolie krijgen op applicaties van justitie.

In 2016 ondertekenden de minister van Justitie en de FOD Justitie een samenwerkingsprotocol inzake de informatisering van justitie met de advocaten, notarissen en de gerechtsdeurwaarders. De magistratuur werd hierbij niet geraadpleegd. Tekenend is dat dit protocol onder meer stelt dat het van groot belang is dat alle digitale informatie-uitwisseling van de verschillende bij justitie betrokken beroepsgroepen ‘via de door die beroepsgroepen opgerichte digitale platformen verloopt’ (lees: via hun eigen platformen).

Uiteraard kunnen de juridische beroepen een belangrijke rol spelen bij de digitalisering van justitie. Het is ook evident dat er goed moet worden samengewerkt tussen de verschillende actoren van justitie om zo snel mogelijk tot een digitale omslag te kunnen komen. Dat de juridische beroepen een mandaat krijgen om digitale oplossingen uit te werken of te beheren, moet niet a priori worden uitgesloten, zelfs niet als er voor bepaalde applicaties moet worden betaald door de gebruiker. Platformen zoals RegSol (platform voor de opvolging van faillissementsdossiers, onder de verantwoordelijkheid van de balies) en het CBB (het centraal register beslagberichten, onder de verantwoordelijkheid van de deurwaarders) tonen aan dat de beroepsgroepen hierin een voortrekkersrol kunnen spelen. Maar ook in die gevallen kan men zich afvragen of er wel de nodige transparantie aan de dag werd gelegd bij het toekennen van een monopolie aan de betrokken beroepsgroepen.

Dat het verplicht stellen van DPA-Deposit zo veel kritiek teweegbracht, heeft er natuurlijk mee te maken dat het al mogelijk was om via e-Deposit gratis elektronisch conclusies neer te leggen én dat DPA-Deposit (althans voorlopig) niet echt veel voordelen lijkt te bieden vergeleken met e-Deposit (zie verder). Mocht dat wel het geval zijn, zouden advocaten DPA-Deposit wellicht veel talrijker op vrijwillige basis gebruiken. Het verplicht stellen van het betalende DPA-deposit voor advocaten leek dan ook verdacht veel op een poging om de balies toe te laten de financiële putten te dempen die bij de ontwikkeling van DPA werden gegraven.

Monopolie op de schop

Ook veel individuele advocaten waren ontevreden over het feit dat elke digitale neerlegging voortaan via het betalende DPA-Deposit moest verlopen. Dit leidde ertoe dat een aantal advocaten daarover procedures startten bij de Raad van State. Zij haalden hun slag thuis. Op 12 december 2019 vernietigde de Raad van State het KB en het MB van 9 oktober 2018 voor zover daarbij het gebruik van DPA-Deposit verplicht werd gesteld voor advocaten.

Opvallend is dat de Belgische Staat en de balies er in de procedure voor de Raad van State voor pleitten om bij een nietigverklaring de rechtsgevolgen van het KB en het MB nog gedurende één jaar te handhaven. Tijdens dat jaar zouden advocaten dan verplicht blijven om DPA-deposit te gebruiken. Wellicht zagen de balies de bui al hangen, en hoopten zij zo de financiële kater wat te verlichten. De Raad van State ging niet in op dat verzoek. Tot vóór de inwerkingtreding van het KB en het MB konden advocaten zich immers via e-Deposit ook al identificeren als advocaat. Erg moeilijk kon het volgens de Raad van State dan ook niet zijn om die optie terug in e-Deposit in te voeren. Bovendien meende de Raad van State terecht dat ook indien advocaten zich op e-Deposit tijdelijk zouden moeten identificeren als burger (in plaats van als advocaat), dit de betrokken magistraten er niet van kon weerhouden om later ter zitting nog na te gaan of conclusies of stukken wel rechtsgeldig werden neergelegd. De Raad van state besloot dan ook dat het volstond om de gevolgen van het KB en het MB slechts één maand na het arrest te handhaven, met name tot en met 12 januari 2020.

Sinds 12 januari 2020 kunnen advocaten dus terug kiezen of ze voor het digitaal neerleggen van conclusies gebruik maken van e-Deposit of van DPA-Deposit. E-Deposit werd intussen al terug aangepast en advocaten kunnen zich er opnieuw op identificeren als advocaat.

Voordelen DPA?

De balies en DPA laten niet na om de advocaten er in via verschillende kanalen op te wijzen dat de elektronische neerlegging via DPA-Deposit rechtsgeldig blijft, én ook voordelen biedt. Zo is er bijvoorbeeld de nieuwsbrief van DPA van 13 december 2019:

In de praktijk lijken zeer weinig advocaten gebruik te maken van de mogelijkheid om via DPA-deposit ‘in één klik’ stukken en conclusies mee te delen. Dat de status van ontvangen en verzonden documenten in de DPA-box van advocaten wordt weergegeven, vormt ook geen voordeel dat als enorm interessant wordt ervaren. Na een neerlegging via e-Deposit volgt er immers ook een ontvangstmelding, die in het dossier kan worden bewaard.

Dat de documenten volgens de eigen communicatie van DPA zouden worden bewaard en raadpleegbaar zijn in DPA-box, doet bovendien de wenkbrauwen fronsen. In een advies over deze kwestie had de  Gegevensbeschermingsautoriteit immers uitdrukkelijk gesteld dat de beroepsorganisaties in géén geval de documenten mogen bewaren die zij door middel van hun eigen informaticasystemen doorsturen naar de informaticasystemen van justitie.

Het zal de doorsnee advocaat verder wellicht weinig interesseren of de authentificatie op het systeem verloopt via zijn e-ID (e-Deposit) of via zijn advocatenkaart (DPA-Deposit). De vermeende extra waarborgen die DPA-Deposit zou bieden en het feit dat het platform veiliger zou zijn (argumenten die door de Belgische Staat en de balies in de procedure voor de Raad van State naar voren werden gebracht), werden in de procedure voor de Raad van State niet hardgemaakt en ook de Gegevensbeschermingsautoriteit plaatst daar haar vraagtekens bij.

Als de balies de advocaten dus willen overtuigen om vrijwillig gebruik te (blijven) maken van DPA-Deposit, zullen zij wellicht toch met vernieuwendere functionaliteiten op de proppen moeten komen dan pakweg de mogelijkheid om DPA-Deposit te integreren met softwarepakketten die courant worden gebruikt door advocaten. Wordt hoe dan ook vervolgd…

Caroline Daniels is advocate aan de balie van Brussel en medewerker van het Leuven Centre voor Public Law.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.