‘Maar het was allemaal niet zo bedoeld’: over discriminatie en schuld

Vorige week was in De Standaard een debat te volgen over de toegang van mensen met een verstandelijke beperking tot culturele voorstellingen. In het kader van die discussie werd de volgende uitspraak gedaan: ‘We hangen dus geen bordje buiten met “Gehandicapten niet toege­laten”, (…) maar wel “Geen toegang voor wie de voorstelling stoort”.’ De implicatie lijkt te zijn dat hoewel het eerste duidelijk laakbaar is, dat niet geldt voor het tweede. Iedereen wordt gelijk behandeld dus is er geen discriminatie, lijkt de redenering. Deze uitspraak illustreert een courante misvatting over discriminatie(recht). Een prima aanleiding om even stil te staan bij de vereisten van het juridisch discriminatieverbod met bovenvermeld citaat als leidraad. De beschermde grond handicap zal daarom als voorbeeld worden gebruikt, maar de besproken principes gelden ook voor andere beschermde gronden, tenzij anders aangegeven.

Discriminatieverbod: geen ongunstigere behandeling maar soms ook geen ‘gelijke’ behandeling

Doorgaans omvat het juridische discriminatieverbod onder meer een verbod van directe en indirecte discriminatie. Het verbod van directe discriminatie verbiedt een ongunstigere behandeling van een persoon op grond van een beschermd kenmerk (in casu handicap)  ten opzichte van een persoon in een gelijkaardige situatie zonder dat beschermd kenmerk. Er wordt dus een rechtstreeks onderscheid gemaakt op basis van het beschermde kenmerk. In het voorbeeld  hierboven zou bij een bordje ‘Gehandicapten niet toege­laten’ op basis van handicap een soort segregatie worden ingevoerd. Wie geen handicap heeft, mag in dat geval binnen, wie wel een handicap heeft niet.

Het verbod op indirecte discriminatie daarentegen viseert de situatie waar een ogenschijnlijk gelijke behandeling resulteert in een bijzondere benadeling van mensen met een beschermd kenmerk ten opzichte van anderen. Hier is dus het effect van de behandeling relevant. Hoewel het criterium van onderscheid ogenschijnlijk neutraal is, heeft die een gelijkaardig effect als een direct onderscheid. In het aangehaalde citaat zou dus ook sprake kunnen zijn van indirecte discriminatie. ‘Geen toegang voor wie de voorstelling stoort’ wordt dan wel voor iedereen op dezelfde manier toegepast, maar het lijkt in de praktijk te resulteren in een bijzondere benadeling van personen met een handicap.

Waarom ook indirecte discriminatie?

Het verbod op indirecte discriminatie beantwoordt aan twee bekommernissen. Enerzijds wilde men voorkomen dat een ‘discriminator’ kon ontsnappen aan het verbod door een ogenschijnlijk neutraal onderscheidingscriterium te hanteren (verkapte discriminatie). Anderzijds bestaat ook een dieperliggende vorm van discriminatie die diep geworteld zit in de structuren van onze samenleving. Deze zogeheten structurele of institutionele discriminatie is vaak onbedoeld en is een gevolg hoe onze samenleving in elkaar zit of soms zelfs van hoe ons brein werkt. Zo is onze samenleving grotendeels gebouwd vanuit de norm ‘mensen zonder handicap’. Dit heeft als effect dat heel wat gebouwen bijvoorbeeld nog steeds niet of moeilijk toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers en hen bijzonder benadelen.

Vandaar dat het discriminatieverbod meer vereist dan een passief onthouden van directe discriminatie. Het kan ook een actief aanpassen van de ogenschijnlijk neutrale norm vereisen waar die norm ongelijkheid in stand houdt. Dit is des te meer het geval voor de beschermde grond handicap aangezien ook het weigeren van een redelijke aanpassing discriminatie kan uitmaken ten opzichte van personen met een handicap. Redelijke aanpassingen zijn individuele maatregelen die maatschappelijke drempels voor gelijkwaardige participatie verwijderen of verminderen. Men kan bijvoorbeeld denken aan het installeren van een lift en hellingen voor rolstoelgebruikers.

Misvatting: de leek vs. de jurist

Waar iemand veroordeeld wordt voor indirecte discriminatie, wordt dit vaak als onrechtvaardig aangevoeld. In tegenstelling tot directe discriminatie, kan indirecte discriminatie ook ‘per ongeluk’ plaatsvinden en dus, lijkt het aanvoelen, draagt dit eigenlijk geen of toch aanzienlijk minder schuld waar dus ook geen of een lichtere ‘straf’ aan gekoppeld moet worden. Dezelfde visie lijkt ook ten grondslag te liggen aan een prejudiciële vraag over het Gelijkekansendecreet hangende voor het Grondwettelijk Hof. Die vraagt of het toekennen van gelijke rechtsgevolgen (o.m. schadevergoeding) bij directe en indirecte discriminatie de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt.

In zijn proefschrift wijt Tarunabh Khaitan dit aan een mismatch tussen het lekenbegrip van discriminatie en het juridische discriminatierecht. Waar het juridische begrip vooral kijkt naar het effect op het slachtoffer en de (schuld van de) dader bijkomstig is, is de lekeninvulling van het begrip voornamelijk gefocust op het laakbare gedrag van de dader. In die automatische koppeling van discriminatie aan een negatief moreel waardeoordeel daarover gaat het mis, of nog:

The proposition that if conduct is accepted as discriminatory it therefore falls to be condemned as disreputable or bigoted is a non sequitur.

Het juridische discriminatieverbod is in die zin dus ruimer.

Same difference?

Het is echter niet zo dat directe en indirecte discriminatie juridisch volledig gelijk behandeld worden. Waar een (in)direct onderscheid in behandeling is aangetoond, kan de verweerder aantonen dat dit onderscheid gerechtvaardigd en dus niet discriminerend is. Hoewel veel afhangt van de toepasselijke norm, zijn de rechtvaardigingsmogelijkheden bij directe discriminatie doorgaans beperkter dan bij indirecte discriminatie. In deze zin lijkt het juridisch begrip dus het maatschappelijk aanvoelen te weerspiegelen.

Marie Spinoy doet onderzoek naar discriminatierecht.

Op 15 maart 2019 organiseert het Leuven Centre for Public Law een interdisciplinaire studiedag over dit onderwerp in het kader van de week voor ‘Wetenschap & Ethiek’.

 


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.