Kunst & Recht (VIII): Blote voeten van 100 Rohingya als oproep tot persoonlijke autonomie

Print Friendly, PDF & Email
farnham maltings fly the flag for human rights‘ – Ai Weiwei

In de blogreeks Kunst & Recht maakt elke blogpost de sprong van een element uit de wereld van de kunst in ruime zin naar de wereld van het recht. Vertrekkend van bijvoorbeeld een lied of een schilderij wordt de lezer geleid naar rechtspraak van het EHRM. In deze blogpost zet de VN-mensenrechtenvlag van Chinees kunstenaar Ai Weiwei aan tot reflectie over het huidige belang van mensenrechten en de Rohingya, een minderheidsgroep in Myanmar.

Om de 70ste verjaardag van de Universele Verklaring voor de rechten van de Mens (hierna: UVRM) te vieren vroeg de VN aan de Chinese kunstenaar Ai Weiwei om een vlag te ontwerpen. Hiervoor deed Ai Weiwei inspiratie op in de vluchtelingenkampen van de Rohingya in Bangladesh. De kunstenaar zag hoe iedereen daar blootsvoets rondliep. Hierin zag hij een symbool voor iedereen die ooit gedwongen werd te vluchten en tevens voor de mensheid. Vervolgens nam hij een afdruk van 100 voeten van Rohingya en maakte er een gemene deler van voor een ontwerp dat zo op een lichtblauwe achtergrond de VN-mensenrechtenvlag werd.

Respecteren van mensenrechten als basis voor menselijke waardigheid

Met deze vlag wil Ai Weiwei aantonen dat mensenrechten en menselijke waardigheid één en ondeelbaar zijn. Hiermee bedoelt hij dat deze twee begrippen noodzakelijkerwijze samengaan: er is geen menselijke waardigheid indien de mensenrechten niet gerespecteerd worden. Deze vlag is de reactie van de Chinese kunstenaar op de veranderde wereld en samenleving die vergeten is waarom mensenrechten zo belangrijk zijn. Met deze vlag wil hij mensen eraan herinneren dat we een minimum standaard aan veiligheid en menselijke waardigheid moeten verzekeren voor eenieder en dat dit enkel mogelijk is, indien de mensenrechten gerespecteerd worden.

Wie zijn de Rohingya?

De Rohingya, een Islamitische etnische minderheid in Myanmar, wordt ook wel ‘de meest vervolgde minderheid ter wereld’ genoemd. Hoewel de Rohingya al generaties lang in Myanmar leven, houdt de regering van Myanmar vol dat zij allemaal illegale immigranten uit Bangladesh zijn. Volgens Myanmar horen de islamitische Rohingya helemaal niet thuis in het overwegend boeddhistische Myanmar. Zij weigert de Rohingya als burgers te erkennen, waardoor de meesten van hen nu effectief staatloos zijn. Ze worden systematisch gediscrimineerd waardoor ze in armoede en grotendeels gescheiden leven van de rest van de bevolking. Ze kunnen zich niet vrij bewegen en hebben maar beperkte toegang tot gezondheidszorg, onderwijs en jobs. De politie en het leger van Myanmar voerden al veelvuldige aanvallen uit op de Rohingya met als doel hen van het grondgebied van Myanmar te verwijderen. Hierdoor moesten ze noodgedwongen vluchten naar de buurlanden van Myanmar, waaronder Bangladesh.

Is er persoonlijke autonomie bij gebrek aan respect voor de basisrechten van de mens?

Een VN-Resolutie veroordeelde reeds de schending van mensenrechten van de Rohingya. Men kan zich afvragen wat het gevolg is van deze schendingen voor de menselijke waardigheid, die volgens AI Weiwei onbestaande is wanneer mensenrechten geschonden worden. Hiervoor kan men zich bijvoorbeeld baseren op de vele toepassingen die het concept menselijke waardigheid kreeg in het mensenrechtelijk kader van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De menselijke waardigheid wordt door het EHRM gelinkt met de persoonlijke autonomie. Meer bepaald vormt de persoonlijke autonomie het verlengstuk van de menselijke waardigheid en wordt die door het EHRM omschreven als “the ability to conduct one’s life in a manner of one’s own choosing” (EHRM 29 april 2002, Pretty/Verenigd Koninkrijk). Wat blijft er nog over van die persoonlijke autonomie wanneer het gaan en staan van een minderheidsgroep volledig wordt onderdrukt door een meerderheidsgroep?  Indien mensenrechten op een zodanige manier geschonden worden als het geval is bij de Rohingya, is het volgens mij vrijwel onmogelijk om te spreken van enige vorm van persoonlijke autonomie. Die autonomie wordt bij de Rohingya namelijk volledig onderdrukt door de boeddhistische meerderheid in Myanmar. De Rohingya zijn staatloos, hebben slechts beperkte toegang tot gezondheidszorg en jobs: waarover kunnen zij nog zelf beslissen?

Zo is bijvoorbeeld het recht op identiteit een wezenlijke voorwaarde voor het recht op autonomie en ontplooiing, en behoort het tot de kern van het recht op respect voor het privé leven. (artikel 8 EVRM, dissenting opinion bij EHRM 13 februari 2003, Odièvre/Frankrijk; EHRM 7 maart 2006, Evans/United Kingdom).  Een belangrijk aspect van die identiteit is ook de nationaliteit van de persoon, die eveneens wordt gewaarborgd door artikel 15 UVRM. Dat artikel bepaalt dat eenieder recht heeft op nationaliteit en dat niemand die nationaliteit willekeurig mag worden ontnomen. Dit recht lijkt vanzelfsprekend; zo vanzelfsprekend zelfs dat men het niet vaak onder de noemer van ‘autonomie van de persoon’ hoort vallen. Als men aan de autonomie van de persoon denkt, komen veel vaker andere aspecten als ‘geslachtsverandering’ en ‘vrijheid om seksuele relaties uit te bouwen’ terug.  Nationaliteit wordt als aspect van de identiteit als vanzelfsprekend geacht. Maar wat met staatlozen? Op welke manier kunnen zij hun identiteit vrij bepalen? Bovendien wordt op deze manier ook het vrij uiten van hun groepsidentiteit volledig onderdrukt.

Ook van enige vrijheid om zelf te beslissen welke godsdienst te beoefenen, zoals gewaarborgd in artikelen 18 UVRM en 9 EVRM, is geen sprake. De Rohingya worden immers gedwongen om te vluchten omdat zij niet behoren tot de boeddhistische meerderheid in Myanmar.

Conclusie

Het werk van Ai Weiwei is in mijn ogen een mooie poging om in de eerste plaats ernstige schendingen van de mensenrechten bloot te leggen en daarnaast om mensen ook bewust te maken van het belang van het blijven respecteren van die mensenrechten. Daarnaast denk ik dat dit ook een treffende illustratie biedt van de gevolgen van die mensenrechtenschendingen voor de persoonlijke autonomie. Indien er geen respect is voor de basisrechten van de mens, is er geen sprake van enige vorm van persoonlijke autonomie, die ook het EHRM zo belangrijk acht (EHRM 10 maart 2015, nr. 14793/08, Y.Y./Turkije).

Anna Hulpiau is Masterstudente in de Rechten aan de KU Leuven. Deze blogpost is gebaseerd op een paper geschreven in het kader van het werkcollege Rechten van de mens.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.