Kunst & Recht (II): “We zitten hier allemaal tegen ons goesting he!”

Print Friendly, PDF & Email

In de blogreeks Kunst & Recht maakt elke blogpost de sprong van een element uit de wereld van de kunst in ruime zin naar de wereld van het recht. Vertrekkend van bijvoorbeeld een lied of een schilderij wordt de lezer geleid naar rechtspraak van het EHRM. In deze blogpost doet de tv-serie Cordon ons nadenken over de huidige coronamaatregelen en de persoonlijke autonomie van de bevolking.

“Ge zijt in contact geweest.”

“Ge kent de regels, Mees, ge kent de regels!”

“Ik moet u naar binnen sturen.”

In de Vlaamse televisieserie Cordon wordt bij een patiënt een besmettelijk én dodelijk virus aangetroffen. Om de verdere verspreiding van het virus tegen te gaan wordt een deel van de stad Antwerpen volledig afgesloten van de buitenwereld. Niemand mag binnen, niemand mag buiten.  Er worden verschillende maatregelen opgelegd door de overheid die de persoonlijke autonomie van de bevolking enorm inperken, om nog maar te zwijgen over de persoonlijke autonomie van wie besmet is. Deze laatsten hebben geen enkele keuze en worden onmiddellijk en ontegensprekelijk in het afgezonderde stadsdeel geplaatst.

Cordon doet onvermijdelijk denken aan de huidige nationale -en bij uitbreiding globale- omstandigheden. “Blijf binnen als u niet dringend buiten moet. Blijf op twee armlengten afstand van andere mensen. Raak mekaar niet aan.” Het lijkt wel alsof Carl Joos een flashforward naar 2020 had bij het schrijven van de dramaserie. Juist dat maakt zijn weergave van de beperking van autonomie interessant voer voor reflectie. Ook de coronamaatregelen zorgen er immers voor dat we de dingen die we normaal gerechtigd zijn te doen, niet meer mogen doen. We mogen niet meer gaan en staan waar we willen. Het is de overheid die momenteel beslist wat kan en wat niet. De beslissingen van de overheid hebben dus meer dan ooit een rechtstreekse impact op onze persoonlijke levensstijl.

Coronamaatregelen: (Vrijwillige) beperking van de persoonlijke vrijheid ?

Met betrekking tot de coronamaatregelen zien we dat de bevolking relatief bereidwillig is om deze na te leven, dit vooral omdat we ervan overtuigd zijn dat dit noodzakelijk is vanuit gezondheids- en veiligheidsoverwegingen. Wie de maatregelen weigert na te leven, kan dan ook rekenen op sociale afkeuring en kritiek. Deze algemene bereidwilligheid neemt echter niet weg dat de maatregelen dwingend zijn opgelegd vanwege de overheid. Waar aanvankelijk vooral gerekend werd op de solidariteit om de naleving van de regels te garanderen, worden nu controles uitgevoerd en boetes opgelegd. Mensen die besmet zijn, worden volledig geïsoleerd en kunnen hier niets tegen inbrengen.

Wanneer we de situatie vanuit juridisch oogpunt bekijken, kunnen we ons natuurlijk de vraag stellen of dit allemaal wel kan. Schendt de overheid geen mensenrechten door het inperken van de beschikkingsvrijheid van haar bevolking? Eén van de meest problematische aspecten van deze pandemie ligt volgens mij in het verzoenen van de vrijheidsbeperkende maatregelen met artikel 5 van het EVRM, namelijk het recht op persoonlijke vrijheid.  Over de hele wereld werd de persoonlijke vrijheid van de mensen immers (in meerdere of mindere mate) aan banden gelegd. Dit recht wordt hierna dan ook uitgebreider besproken. Daarnaast zullen ook andere door het EVRM gewaarborgde rechten een rol spelen, denk maar aan het recht op privéleven in artikel 8 EVRM.

Toepassing artikel 5, e) EVRM 

Artikel 5 EVRM somt zelf de gevallen op waarin een gevangenhouding legitiem is. Puntje e) voorziet in de gevangenhouding van personen die een besmettelijke ziekte zouden kunnen verspreiden. Tot op heden heeft het Hof artikel 5(1), e) EVRM enkel toegepast op mensen die zelf besmet zijn met een overdraagbare ziekte, zoals in de zaak Enhorn t. Zweden betreffende een HIV-patiënt die in isolatie werd gehouden opdat hij de ziekte niet verder zou verspreiden. Het Hof heeft in dat arrest de criteria bepaald die in acht dienen te worden genomen. Ten eerste moet de verspreiding van de ziekte gevaarlijk zijn voor de openbare gezondheid of veiligheid. Daarnaast moet de vrijheidsberoving de enige mogelijkheid zijn om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan.

Wanneer we de bovenstaande criteria toepassen op een coronapatiënt, kunnen we aannemen dat een isolatie legitiem is. Wat echter wanneer we deze criteria willen toepassen op de maatregelen die opgelegd zijn aan de rest van de bevolking? Ook de vrijheid van gezonde mensen wordt tijdens een “lockdown light” immers aan verregaande restricties onderworpen. Ook gezonde mensen worden tijdens een totale lockdown in zekere zin volledig van hun vrijheid beroofd. Dat de verspreiding van de ziekte gevaarlijk is voor de openbare gezondheid staat buiten kijf. Daarnaast kan een totale isolatie van een persoon die besmet is met het coronavirus inderdaad voldoen aan het tweede criterium dat vereist dat deze isolatie de enige mogelijkheid is om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan.

De toepassing van dit tweede criterium is echter minder evident wanneer het gaat om de isolatie van gezonde personen, die met andere woorden niet positief testten op het virus en/of zelfs geen symptomen hebben. Is de vrijheidsberoving hier de enige mogelijkheid? Wanneer we kijken naar de verschillende versoepelingsgolven lijkt het antwoord op deze vraag negatief te zijn. Daarnaast dient erop gewezen te worden dat de notie “personen die een besmettelijke ziekte zouden kunnen verspreiden” restrictief dient te worden geïnterpreteerd. Een ruime interpretatie is immers moeilijk verenigbaar met de rest van artikel 15 EVRM dat verder vrijheidsbeperkingen toestaat ten opzichte van geesteszieken, verslaafden en landlopers. Het gaat hier om concrete toestanden van welbepaalde personen die objectief kunnen worden vastgesteld. Het positief getest hebben op corona is ook een zulke toestand. De vrijheidsberoving ten aanzien van een persoon waarbij het virus wordt vastgesteld ligt dan ook in lijn met de rest van het artikel. Echter, het mogelijk besmet zijn van eender welk individu in de samenleving is daarmee vergeleken lang niet voldoende gericht op een welbepaalde persoon. Het is dus betwijfelbaar of een dergelijke specifieke uitzondering aanvaard kan worden.

Artikel 15 EVRM als terugvalbasis

De overheid kan mogelijk wel met succes terugvallen op de meer algemene rechtvaardigingsgrond van artikel 15 EVRM, namelijk de noodtoestand die het bestaan van de bevolking bedreigt. Het is aannemelijk dat een pandemie onder de toepassing van dit artikel valt. Hierbij geldt wel een proportionaliteitsvoorwaarde. De beperking van de persoonlijke autonomie kan met andere woorden alleen gerechtvaardigd worden als de maatregelen noodzakelijk, gepast en evenredig zijn of waren in het licht van de specifieke noodtoestand. Of aan deze proportionaliteitsvoorwaarde voldaan is, is voorlopig onderhevig aan stevig debat.

Het inroepen van artikel 15 EVRM lijkt op het eerste zicht dus mogelijk hoewel de proportionaliteit van de maatregelen valt af te wachten. Het voornaamste probleem vormt zich hier echter op nationaal niveau. Het is immers zo dat de Belgische Grondwet niet in de mogelijkheid voorziet om een noodtoestand in te roepen (cfr. blogpost Willem Verrijdt).

Conclusie

De maatregelen die de overheid heeft genomen in het licht van de strijd tegen het coronavirus staan op gespannen voet met de persoonlijke vrijheid van de bevolking. Artikel 5 van het EVRM voorziet zelf in een uitzondering voor de vrijheidsberoving ten aanzien van personen die een besmettelijke ziekte zouden kunnen verspreiden. Tot op heden werd deze uitzondering echter enkel gebruikt in zeer concrete gevallen en niet in het algemeen voor de ganse bevolking. De kans dat het Hof deze uitzondering ruimer zal interpreteren dan voordien is eerder klein.

Artikel 15 EVRM zou daarentegen wel soelaas kunnen bieden. Het gegeven dat de Belgische Grondwet niet voorziet in de mogelijkheid om een noodtoestand in te roepen, zou hier echter een complicatie kunnen vormen.

Elise Rooseleers is studente Master in de Rechten aan de KU Leuven. Deze blogpost is gebaseerd op een paper geschreven in het kader van het werkcollege Rechten van de mens.


E. ROOSELEERS, "Kunst & Recht (II): "We zitten hier allemaal tegen ons goesting he!"", Leuven Blog for Public Law, 31 July 2020, https://www.leuvenpubliclaw.com/kunst-recht-ii-we-zitten-hier-allemaal-tegen-ons-goesting-he (geraadpleegd op 1 December 2020)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.