Het hoorrecht van de minderjarige: horen, zien en… zwijgen?

Print Friendly, PDF & Email

In procedures waarin kinderen betrokken zijn, is hun mening van belang voor het oordeel van de rechter.  Daarom heeft elk kind op basis van artikel 12 Kinderrechtenverdrag het recht te worden gehoord in elke procedure die hem aanbelangt.  Dit hoorrecht ligt ook besloten in het in artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van het familieleven. In België regelen de artikelen 1004/1 en 1004/2 Ger.W. het hoorrecht van de minderjarigeDeze blogpost vestigt de aandacht op enkele knelpunten van de Belgische omzetting van dit hoorrecht in het licht van beide genoemde verdragen. Waar de Belgische regeling afwijkt, bestaat het risico op een veroordeling door het EHRM.

Volgens artikel 12 Kinderrechtenverdrag heeft elke minderjarige die in staat is zijn mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die hem betreffen. Daardoor beschikt die minderjarige in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die hem aanbelangt, over een hoorrecht (artikel 12 Kinderrechtenverdrag). Op basis hiervan hoort de rechter  de minderjarige bijvoorbeeld in geschillen over het recht op persoonlijk contact met de minderjarige. 

Naast het Kinderrechtenverdrag is ook het EVRM van belang. Het EHRM past de principes van artikel 12 Kinderrechtenverdrag immers toe op het recht op eerbiediging van het familieleven van artikel 8 EVRM (M. en M. t. Kroatië, § 181). Zaken die onder artikel 8 EVRM vallen zijn bijvoorbeeld zaken over de verblijfsregeling van minderjarige kinderen. Aldus moet volgens de Straatsburgse rechtspraak omtrent artikel 8 EVRM artikel 12 Kinderrechtenverdrag gerespecteerd worden.

Deze blogpost gaat in op de geïdentificeerde knelpunten in de Belgische regeling van het hoorrecht van de minderjarige. Daarnaast wordt onderzocht welke aanpassingen aan de Belgische wetgeving nodig zijn om dit hoorrecht in burgerrechtelijke procedures in overeenstemming te brengen met deze verdragen en een veroordeling door het EHRM te vermijden. 

Eerste knelpunt: personeel toepassingsgebied

Het personele toepassingsgebied van het hoorrecht van de minderjarige vormt een eerste knelpunt. In België hanteren zowel de gemeenrechtelijke regeling als de bijzondere regelingen in adoptie-, voogdij- en jeugdbeschermingszaken een (onderling verschillende) leeftijdsgrens vanaf wanneer de hoorplicht en/of oproepingsplicht gelden. De leeftijdsgrenzen variëren van 12 tot 15 jaar. Artikel 12 Kinderrechtenverdrag werkt daarentegen zonder leeftijdsgrens en houdt ook rekening met het onderscheidingsvermogen van de minderjarige. Daarenboven raadde het Kinderrechtencomité België uitdrukkelijk af om met een leeftijdsgrens te werken. Verder creëren deze verschillende leeftijdsgrenzen een gebrek aan uniformiteit in de Belgische regeling.

Bij een hervorming is het aanbevolen om zowel met de leeftijd als met de rijpheid van de minderjarige rekening te houden. Artikel 12 Kinderrechtenverdrag stelt immers dat het gaat om elke minderjarige “die in staat is zijn mening te vormen“. Dit kan bijvoorbeeld door het invoeren van een vermoeden van rijpheid vanaf een bepaalde leeftijd. Aangezien de rijpheid steeds in concreto beoordeeld moet worden, is een weerlegbaar vermoeden aangewezen.

Tweede knelpunt: materieel toepassingsgebied

Het materiële toepassingsgebied maakt het tweede knelpunt uit. Volgens artikel 12 Kinderrechtenverdrag is het hoorrecht van toepassing “in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind aanbelangt“. De Belgische gemeenrechtelijke regeling is echter slechts van toepassing in limitatieve materies, zoals geschillen over de verblijfsregeling.

Bovendien  zijn er nog bijzondere regelingen in adoptie- voogdij- en jeugdbeschermingszaken. Deze maken de regeling van het hoorrecht van de minderjarige in burgerrechtelijke procedures onoverzichtelijk, uiteenlopend en mogelijkerwijze discriminatoir.  De bijzondere regelingen hanteren immers verschillende leeftijdsgrenzen, modaliteiten en gevolgen van het hoorrecht van de minderjarige hoewel dat verder onderscheid t.o.v. de gemeenrechtelijke regeling niet noodzakelijk is. Het feit dat telkens minderjarigen betrokken zijn, toont immers aan dat het steeds gaat om gevoelige materies en dat één uniforme regeling voldoende is.

Het is dus aanbevolen om het hoorrecht van de minderjarige toe te passen in alle aangelegenheden die hem aanbelangen. Hiervoor kan de wetgever inspiratie putten uit Nederland waar het hoorrecht van toepassing is op “zaken betreffende minderjarigen” (art. 809, eerste lid Rv.). Indien de wetgever het toepassingsgebied zo formuleert, is er ook geen behoefte aan bijzondere regelingen.

Derde knelpunt: informeren minderjarige

Het derde knelpunt betreft het feit dat de minderjarige erover geïnformeerd wordt dat de procespartijen het verslag van het onderhoud kunnen inzien. Het risico bestaat daarbij dat de minderjarige zijn werkelijke mening niet durft te uiten tijdens het onderhoud met de rechter. De vraag is dan of het hoorrecht, dat als een belangrijk participatierecht van de minderjarige beschouwd wordt, zo gereduceerd wordt tot een illusoir recht. Is er met andere woorden nog sprake van een hoorrecht of is het eerder horen, zien en … zwijgen?

Daarom is het aangewezen om de minderjarige pas op het einde van het onderhoud in te lichten over de inzage van het verslag. Indien de minderjarige niet wil dat de partijen kennisnemen van bepaalde informatie, moet de rechter deze ‘geheime’ informatie uit het verslag laten en mag hij zijn oordeel daarop niet baseren.  Dit is echter een moeilijke, quasi onmogelijke oefening. De rechter kan ook samen met de minderjarige zoeken naar een aanvaardbare herformulering, wat reeds in Nederland gebeurt. Zo herformuleren sommige rechters in Nederland samen met de minderjarige de ‘geheime’ informatie op zo’n wijze dat ze wel met de partijen gedeeld mag worden.

Vierde knelpunt: minderjarige (g)een procespartij

Het vierde knelpunt betreft het feit dat de minderjarige in de Belgische regeling geen procespartij wordt door de uitoefening van het hoorrecht. Het Kinderrechtencomité gaat er daarentegen vanuit dat de minderjarige wel procespartij is en dat hij rechtsmiddelen kan instellen tegen de rechterlijke beslissing. Opdat de minderjarige rechtsmiddelen kan instellen, moet hij bovendien geïnformeerd worden over de rechterlijke beslissing. In België bestaat zo’n informatieverplichting enkel in jeugdbeschermingszaken. In de gemeenrechtelijke regeling heeft de wetgever nagelaten die verplichting op te nemen. Het informeren van de minderjarige wordt overgelaten aan de ouders

In het licht van het EVRM en het Kinderrechtenverdrag kan er daarom overwogen worden om de mogelijkheid van vrijwillige tussenkomst (zoals die overigens al bestaat in adoptiezaken) of van (trapsgewijze) procesbekwaamheid van de minderjarige in te voeren. Toch zou de opportuniteit daarvan meteen ook in vraag gesteld kunnen worden vanuit het idee dat procesbekwame minderjarigen nood hebben aan bijstand door een advocaat. Of de bijstand van een minderjarige door een advocaat wenselijk is voor de oplossing van het geschil kan  worden betwijfeld. Verdere reflectie hierover is dan ook aangewezen.

Besluit

Hoewel het hoorrecht een goede zaak is voor de participatie van minderjarigen in het recht, is de Belgische implementatie niet feilloos ten opzichte van het EVRM en het Kinderrechtenverdrag. Na de aanbeveling van het Kinderrechtencomité in 2019 om de regeling i.v.m. de leeftijdsgrens te wijzigen is de vraag of en hoe de wetgever hieraan gehoor zal geven.  Dat een wijziging wenselijk is, moge echter duidelijk zijn.

Laurence Jacquet is afgestudeerd als Master in de Rechten aan de KU Leuven. Deze blogpost bouwt voort op haar masterscriptie onder begeleiding van Pieter Gillaerts, verbonden aan het Leuven Centre for Public Law. Dit jaar volgt zij een Manama Notariaat aan de KU Leuven.


L. JACQUET, "Het hoorrecht van de minderjarige: horen, zien en... zwijgen?", Leuven Blog for Public Law, 6 December 2019, https://www.leuvenpubliclaw.com/het-hoorrecht-van-de-minderjarige-horen-zien-en-zwijgen (geraadpleegd op 1 December 2020)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

One Reply to “Het hoorrecht van de minderjarige: horen, zien en… zwijgen?”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.