Hebben Britse rechters de EU al verlaten? De impact van Brexit op het gebruik van EU-recht in het Verenigd Koninkrijk

 

Terwijl de regering van het Verenigd Koninkrijk (VK) onder leiding van Theresa May de ene na de andere politieke crisis doormaakt, wordt er in Brussel nog steeds gewerkt aan een doorbraak in het Brexit-dossier. Nu deze zich niet heeft aangediend, maakt het VK nog steeds formeel deel uit van de Europese Unie (EU). Europese wetten, regels en doctrines gelden er dus onverkort. Is het echter mogelijk dat Britse rechters en rechtszoekenden, in navolging van bedrijven en multinationals en in anticipatie op een wereld na Brexit, desondanks afstand nemen van EU-recht?

Het behoeft geen betoog dat het Britse referendum de toekomstige relatie tussen het VK en de EU hult in onzekerheid. Verschillende toekomstscenario’s dienen zich aan. Een zogenaamde harde Brexit brengt mee dat het VK vanaf 29 mei 2019 terugkeert naar de status van derde land. Mochten beide partijen wel tot een deal komen, dan begint een transitieperiode waarin de verhoudingen grotendeels ongewijzigd blijven. Desalniettemin moet overeenstemming worden bereikt over een aantal pijnpunten, zoals de positie van het Hof van Justitie van de EU (HvJ) en de directe werking van EU-recht in het VK. Bovendien kan het VK een tweede referendum organiseren waarin de Britten alsnog stemmen voor lidmaatschap van de EU. In sommige van deze scenario’s verliest het HvJ zijn autoriteit over Britse onderdanen reeds volgend jaar of aan het einde van een transitieperiode. In andere scenario’s behoudt het rechtsmacht na een soortgelijke transitieperiode of blijven de zaken door een tweede referendum formeel ongewijzigd.

Deze onzekerheid plaatst Britse rechters en rechtszoekenden in een lastig parket. Waarom zou een Britse rechter een prejudiciële vraag (art. 267 VWEU) stellen aan het HvJ als hij mogelijk pas een antwoord krijgt nadat die laatste zijn juridische autoriteit binnen het VK heeft verloren? Procesvoering en de argumentatiestrategie van rechtszoekenden zijn op hun beurt afhankelijk van rechterlijke besluitvorming. Zo voeren rechtszoekenden argumenten aan die naar hun mening rechters overtuigen. Als een Britse rechter moeilijker te overtuigen is een prejudiciële vraag te stellen, dan kunnen rechtszoekenden mogelijk beter argumenten ontlenen aan het nationale recht. Een dergelijke toenemende wending tot nationaal recht kan leiden tot ontrafeling van juridische integratie, zelfs wanneer Brexit wordt afgewend.

Een vergelijking tussen een wereld met en zonder Brexit

Of deze intuïtie overeenstemt met de recente ontwikkelingen van het Britse juridische systeem, is een empirische vraag. Een op het eerste gezicht logische stap bestaat in het vergelijken van het aantal prejudiciële verwijzingen van Britse rechters voor het referendum met het aantal erna. De hoeveelheid prejudiciële procedures per kwartaal is na het referendum inderdaad verminderd. In het tweede kwartaal van 2016 (april-juni) stuurden Britse rechters negen verwijzingen naar het HvJ. In het derde kwartaal, dat direct volgde op het referendum, stelden zij slechts drie prejudiciële vragen. Het is echter om meerdere redenen problematisch om deze verandering te wijten aan een Brexit-effect. Ten eerste ligt, gelet op de bevolkingsgrootte van het VK, het aantal Britse verwijzingszaken traditioneel onder het Europees gemiddelde. Ten tweede fluctueert het aantal verwijzingszaken per kwartaal, onder meer omdat rechterlijke activiteit tijdens het derde kwartaal daalt door de rechterlijke verlofperiode. Ten slotte beïnvloeden andere factoren de mate waarin rechters prejudiciële vragen stellen. Van belang zijn bijvoorbeeld kleinere handelsvolumes binnen de EU, want EU-recht gaat vaak over de handel in goederen. Denk ook aan lagere publieke steun voor de EU, aangezien rechters die niet ingenomen zijn met de EU, evenmin veel ophebben met het HvJ. Ook speelt de variatie in migratiepatronen, omdat het inroepen van EU-recht afhankelijk is van grensoverschrijding.

Britse rechters verwijzen 23 procent minder

Om het effect van de onzekerheid omtrent Brexit op Britse rechters te meten, vergelijken we bij voorkeur het echte VK met een VK waarin het referendum niet heeft plaatsgevonden. Om dit te doen creëren wij in een recent artikel een synthetisch VK uit delen van de overige EU-landen die sterk overeenkomen met het VK. Tevens identificeren wij op basis van data over alle prejudiciële verwijzingen van 1973 tot juni 2018 de landseigenschappen die samenhangen met verwijzingsactiviteit. Het gewogen gemiddelde van die eigenschappen stelt ons in staat om de verwijzingspraktijk van het synthetisch VK te construeren. In de periode voorafgaand aan het referendum voorspelt ons synthetisch VK een hoeveelheid verwijzingen per kwartaal die overeenkomt met het aantal verwijzingen van het echte VK. Na het referendum verwijzen Britse rechters 22 tot 23 procent minder zaken naar het HvJ dan de rechters in ons synthetisch VK. Dit biedt overtuigend bewijs dat het referendum, ondanks het voortdurende Britse EU-lidmaatschap, een nadelig effect heeft gehad op het gebruik van EU-recht in het VK.

De toekomstige relatie tussen de EU en het VK bevindt zich momenteel in het ongewisse, maar ons onderzoek suggereert dat de huidige politieke onzekerheid het weefsel van juridische integratie nu al aantast. Een bredere les voor de toekomst van supranationaal recht is dat effectieve disintegratie kan vooruitlopen op (vertraagde) formele terugtrekking of zich zelfs kan voordoen als deze terugtrekking niet plaatsvindt.

Arthur Dyevre, Monika Glavina, Nicolas Lampach, Michal Ovádek en Wessel Wijtvliet, allen onderzoekers aan het Leuven Centre for Legal Theory and Empirical Jurisprudence (binnen het Leuven Centre for Public Law).


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.