Gemoederen verhit totdat de rechter zegt hoe het zit?

Print Friendly, PDF & Email

Zo’n 200 à 250 tweedeverblijvers hebben de federale overheid in gebreke gesteld. Ze dreigen naar de rechter te zullen stappen als de overheid binnen een week niet de maatregel intrekt die tweedeverblijvers verbiedt naar hun tweede verblijf te trekken. In deze blogpost vraagt drs. Pieter Gillaerts aandacht voor de declaratoire vordering als gepast instrument voor een toekomstgerichte oplossing.

Op 18 mei is een nieuwe fase aangevangen in de versoepeling van de maatregelen in het kader van de coronacrisis. Daarbij gaat het onder meer om de geleidelijke heropstart van de lessen voor bepaalde leerlingen in het basis- en secundair onderwijs, het heropenen van musea, culturele bezienswaardigheden en trekpleisters in de natuur (zoals dierenparken), maar ook om het hervatten van reguliere sporttrainingen en -lessen in de buitenlucht en in clubverband met maximaal 20 personen. Goed nieuws, denk je dan, maar volgens heel wat tweedeverblijvers in ons land is het problematisch dat die aandacht voor onderwijs, cultuur en sport niet gepaard gaat met de mogelijkheid om naar hun tweede verblijf in de Ardennen of aan de kust te gaan.

Heropleving discussie over belastingvermindering

Tweede verblijven hebben in het verleden al herhaaldelijk voor ophef gezorgd. Voorwerp van discussie is daarbij hoofdzakelijk de belasting op tweede verblijven geweest. Naast een mogelijke provinciale belasting op tweede verblijven (zoals bijvoorbeeld in West-Vlaanderen), heffen gemeentes soms een aanvullende belasting op tweede verblijven. Meestal vormt deze belasting een soort compenserende heffing ten opzichte van de algemene gemeentebelasting op de personenbelasting die de eigen inwoners van de gemeente betalen. Tweedeverblijvers zijn niet ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente zodat ze niet aangeslagen worden in de aanvullende personenbelasting maar wel gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen en dienstverlening. Door een tweedeverblijfstaks delen zij toch in de kosten daarvoor.

In het verleden stelde de rechtspraak (o.a. van het Hof Cassatie en het hof van beroep van Gent) aan de kaak dat als de gemeente evenwel geen aanvullende personenbelasting heft, zoals bijvoorbeeld in de gemeentes Knokke-Heist, Koksijde en De Panne het geval is, de tweedeverblijfstaks een schending van het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod kan opleveren. Zowel tweedeverblijvers als permanente inwoners van die gemeentes maken dan immers gebruik van de gemeentelijke diensten en faciliteiten zonder bij te dragen via de personenbelasting dus waarom zouden tweedeverblijvers dan toch een taks moeten betalen? Die discussie laait nu weer hevig op.

Doordat tweedeverblijvers niet naar hun tweede verblijf mogen gaan omwille van de coronamaatregelen, eisten verschillenden van hen al een belastingvermindering. Er is daarnaast een rechtszaak op til om de vernietiging of integrale ontheffing van de gemeentebelasting op tweede verblijven te eisen. In het licht van de huidige rechtspraak, hebben dergelijke vorderingen een grote kans op slagen in gemeentes zonder aanvullende (gemeentelijke) personenbelasting.

Nieuwe discussie over toegang tot tweede verblijf

Naast dat oud zeer op fiscaal vlak, heeft de coronacrisis tot een nieuwe discussie geleid: mogen tweedeverblijvers – zeker na de laatste versoepelingen – terug naar hun tweede verblijven?

Luidens artikel 8 van het Ministerieel Besluit van 23 maart 2020 is iedereen ertoe gehouden om thuis te blijven. Het is verboden om zich op de openbare weg en in openbare plaatsen te bevinden, behalve in geval van noodzakelijkheid en omwille van dringende redenen. De recente versoepelingen hebben de lijst van noodzakelijke verplaatsingen uitgebreid, onder meer door de heropstart van het onderwijs en de nieuwe mogelijkheden tot sport en cultuur. Wat evenwel niet in het rijtje staat, is de toegang tot tweede verblijven.

Zo’n 200 à 250 tweedeverblijvers stellen de federale overheid nu in gebreke omdat ze door de coronamaatregelen niet naar hun tweede verblijf kunnen gaan. Eerder al stuurde de eigenaar van een tweede verblijf aan de kust een gerechtsdeurwaarder naar het kabinet van federaal minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem. In de dagvaarding eist hij een vergoeding van 50 euro per dag omdat hij deze periode van (versoepelde) lockdown niet mag doorbrengen in zijn tweede verblijf aan de Belgische kust. Het inreisverbod naar een tweede verblijf zou ongrondwettig zijn. Die eis van 50 euro per dag keert terug in de ingebrekestelling van de grote groep tweedeverblijvers, zelfs met terugwerkende kracht vanaf 23 maart bij het ingaan van de strenge maatregelen.

Centraal staat de vraag naar het eigendomsrecht (artikel 544 BW) van de tweedeverblijvers met betrekking tot hun tweede verblijf en de mogelijkheid voor de overheid om dat te beperken (artikel 16 Gw. en artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM). Een eerdere analyse heeft terecht gewezen op het cruciale begrip “thuis” in de verplichting om behoudens essentiële verplaatsingen thuis te blijven (artikel 8 MB 23 maart 2020). Zonder definitie van dat begrip, heerst enige onduidelijkheid. Een eerste optie is een interpretatie in enge zin waarbij thuis duidt op de plaats waar iemand is ingeschreven in het bevolkingsregister. Er is evenwel daarnaast een ruime invulling mogelijk waarbij ook een tweede verblijf iemands thuis zou kunnen vormen. Bedenk overigens dat studenten hun “thuis” mochten kiezen: de gezinswoning of hun kot.

Het is belangrijk het doel achter de maatregelen voor ogen te houden, zeker in het licht van de proportionaliteitstoets die bij de beoordeling van de beperking van het eigendomsrecht aan de orde zal zijn. Het gaat om het tegengaan van een (te sterke) verspreiding van het virus, wat voor personen in risicogroepen en de capaciteit van onze ziekenhuizen een probleem zou kunnen vormen. De verplaatsingen en contacten zijn daarom beperkt. Het argument dat de capaciteit van de ziekenhuizen niet is berekend op de tweedeverblijvers, zou in dat opzicht kunnen verantwoorden dat zij bij het begin van de strenge maatregelen niet naar hun tweede verblijf mochten gaan. Het spreidingsplan tussen ziekenhuizen mag echter niet vergeten worden, net zoals andere grote groepen die niet op hun domicilie verblijven (zoals studenten die, zoals gezegd, de keuze hadden). Het blijft bovendien de vraag of het argument vandaag ook nog geldig is.

Declaratoire vordering als gepast instrument

De vraag van de tweedeverblijvers richt zich in hoofdzaak niet op het verleden maar op de toekomst. Nu verschillende versoepelingen aan de orde zijn, vinden zij dat ze vrij moeten kunnen beslissen waar ze tijdens de verdere (versoepelde) lockdownperiode willen verblijven. Het uiteindelijke doel is geen schadevergoeding voor die dagen gemist zicht op zee, maar wel laten vaststellen dat zij naar hun tweede verblijf mogen gaan. Op voorwaarde dat ze zich ook daar aan de nodige maatregelen houden, zoals voldoende afstand bewaren van anderen, lijkt er geen gevaar te zijn dat een verdere beperking van hun eigendomsrecht verantwoordt. Bovendien zorgt het gebruik er mogelijk voor dat mensen zich beter kunnen isoleren en dat verschillende generaties even onder een verschillend dak kunnen verblijven. Onderliggend speelt de vraag naar een (wetenschappelijke) motivering van de maatregelen.

De discussie blijkt hoofdzakelijk te gaan over de vraag of de overheid het eigendomsrecht van de tweedeverblijvers nog mag beperken, nu allerlei maatregelen versoepeld zijn en de belasting van de ziekenhuizen is verminderd, alsook over de invulling van het begrip “thuis” in die context. Het betreft een vraag naar de rechtspositie van de tweedeverblijvers die er een andere visie op nahouden dan de overheid. Een declaratoire vordering vormt in dat licht een gepast instrument. Laat partijen net precies de prangende vraag voorleggen aan de rechter die via een verklaring voor recht zal vaststellen of het voortdurende verbod een inbreuk dan wel bedreiging van het eigendomsrecht uitmaakt. Onnodige of ongewenste discussies over schade door de schending van het eigendomsrecht worden daardoor vermeden. De focus ligt immers op wat voor tweedeverblijvers toegelaten is binnen het bestaande kader van de maatregelen. Het vizier is zo gericht op de toekomst, wat precies de inzet lijkt te zijn van de zaak. Zo stelde de advocaat van de eisers in de zaak nog dat ze willen vermijden dat het inreisverbod herhaald wordt indien een eventuele nieuwe uitbraak zou nopen tot een tweede lockdown.

Voor het bieden van richtlijnen voor toekomstig gedrag is precies de declaratoire vordering een uiterst geschikt instrument. Er komt dan wel geen geldsom van 50 euro per dag richting de tweedeverblijvers, maar dat is misschien een goede zaak als die kosten voor de overheid via belastingen weer terechtkomen bij die tweedeverblijvers én bij mensen die niet over de mogelijkheid beschikken om naar een tweede verblijf te gaan.

Pieter Gillaerts is als doctoraatsbursaal verbonden aan het Leuven Centre for Public Law. Hij bereidt er een proefschrift voor over de rol van de declaratoire vordering bij het nastreven van niet-vergoedende doelstellingen van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht.


P. GILLAERTS, "Gemoederen verhit totdat de rechter zegt hoe het zit?", Leuven Blog for Public Law, 19 May 2020, https://www.leuvenpubliclaw.com/gemoederen-verhit-totdat-de-rechter-zegt-hoe-het-zit (geraadpleegd op 31 October 2020)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.