Eindtermendiscussie eindelijk ten einde? Grondwettelijk Hof geeft nieuwe eindtermen (voorlopig) groen licht

Print Friendly, PDF & Email

Eindelijk is er zekerheid: op 1 september treden de nieuwe eindtermen voor het derde jaar secundair onderwijs in werking. Op 22 juli 2021 verwierp het Grondwettelijk Hof immers de vorderingen tot schorsing van het nieuwe eindtermendecreet voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Die vorderingen waren ingesteld door (scholen van) het Katholiek Onderwijs Vlaanderen en de Federatie van Rudolf Steinerscholen. Met het arrest komt voorlopig een einde aan een jaar vol onduidelijkheid over de nieuwe eindtermen. De beroepen tot vernietiging tegen hetzelfde decreet behandelt het Grondwettelijk Hof later. Of de eindtermen ook het einde van het schooljaar halen, blijft daardoor onzeker.

In de kern gaat de discussie over de vrijheid van onderwijs: laten de nieuwe eindtermen onderwijsverstrekkers voldoende ruimte om eigen accenten te leggen of schenden zij de vrijheid van onderwijs (artikel 24 Grondwet)? Het Hof ging in zijn schorsingsarrest nog niet in op die kwestie. Het beperkte zich tot de vraag of de onmiddellijke uitvoering van het nieuwe eindtermendecreet – in afwachting van een eventuele vernietiging – tot “een moeilijk te herstellen ernstig nadeel” zou leiden. Volgens het Hof was dat niet het geval.

Er speelden twee verschillende kwesties. Een eerste kwestie betrof de eindtermen voor het vierde, vijfde en zesde jaar van het secundair onderwijs. Omdat die eindtermen ten vroegste ingaan op 1 september 2022, achtte het Hof een schorsing overbodig. Tegen dan zal het Hof zich immers hebben uitgesproken over de beroepen tot vernietiging. Omdat voor de inwerkingtreding duidelijk zal zijn of die eindtermen geldig blijven, ontstaan voor deze leerjaren geen ernstige nadelen voor de verzoekende partijen, aldus het Hof.

Moeilijk te herstellen ernstig nadeel?

De eindtermen voor het derde jaar secundair onderwijs vormden een moeilijker vraagstuk. Die eindtermen zouden immers reeds op 1 september 2021 in werking treden. De verzoekende partijen kaartten aan dat het hen onnodig heel wat tijd en middelen zou kosten indien de eindtermen niet zouden worden geschorst, maar later wel vernietigd. Het Grondwettelijk Hof oordeelde echter dat ook voor het derde jaar van het secundair onderwijs geen “moeilijk te herstellen ernstig nadeel” voorhanden was dat een schorsing zou verantwoorden. Het noemde daarvoor een viertal argumenten.

Een eerste argument lijkt vooral het Katholiek Onderwijs te betreffen: het aangevoerde nadeel zou zich reeds in ruime mate hebben gerealiseerd. “Redelijkerwijs”, zo stelde het Hof, “kan immers worden aangenomen dat de onderwijskoepels, de scholen en de leerkrachten […] de belangrijkste voorbereidingen op de inwerkingtreding van de bestreden bepalingen hebben getroffen. Een schorsing van die bepalingen zou het aangevoerde nadeel aldus niet wezenlijk kunnen verhelpen.”

Ten tweede maakte het Hof een bredere belangenafweging: het oordeelde dat de nadelen voor de verzoekende partijen van een onmiddellijke toepassing van het eindtermendecreet niet opwogen tegen de nadelen van een schorsing voor het gehele onderwijsveld. Nu scholen en leerkrachten de belangrijkste voorbereidingen achter de rug hadden en 1 september erg dichtbij kwam, zou een schorsing de organisatie en de planning van het gehele onderwijsveld wezenlijk doorkruisen. Bovendien speelde mee dat ook de nieuwe matrix aan studierichtingen op 1 september 2021 in werking zou treden, en de nieuwe eindtermen op die matrix geënt zijn.

Met een derde argument zoomde het Grondwettelijk Hof in op de specifieke situatie van het Steineronderwijs. De Steinerscholen gaven aan van plan te zijn om een aanvraag tot gelijkwaardigheid van vervangende onderwijsdoelen in te dienen. Zo hopen zij te kunnen (blijven) werken met eigen onderwijsdoelen. Bij een decretale wijziging van de geldende onderwijsdoelen – zoals hier het geval is – geldt voor scholen die een aanvraag willen indienen tot gelijkwaardigheid van vervangende onderwijsdoelen een gedoogperiode van één volledig schooljaar. Het is de Steinerscholen – wanneer zij zo’n aanvraag indienen – dan ook toegestaan om in het schooljaar 2021-2022 met de oude eindtermen te blijven werken. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat voor een schorsing vereist is, is daarom afwezig.

Zowel het Katholiek Onderwijs als de Federatie Steinerscholen wezen, tot slot, nog op de problematische gevolgen van een (tijdelijke) invoering van het nieuwe eindtermendecreet, in afwachting van een mogelijke vernietiging. Een school zou bijvoorbeeld naar aanleiding van een negatief inspectieverslag – terug te voeren op een gebrekkige naleving van de nieuwe eindtermen – met een negatief perceptieprobleem te maken krijgen. Daarover oordeelde het Hof kort: het betrof “een nadeel […] dat te hypothetisch is om in aanmerking te kunnen worden genomen in het kader van het onderzoek van een vordering tot schorsing.” Een tweede probleem betrof de B- en C-attesten die aan het einde van het schooljaar 2021-2022 zullen worden uitgedeeld. Die attesten riskeren immers gebaseerd te zijn op onderwijs verstrekt vanuit een nieuw eindtermendecreet dat mogelijk vernietigd wordt in de loop van het schooljaar. De verzoekende partijen vreesden daarom rechtsonzekerheid. Het Hof stipte in antwoord daarop slechts aan dat “een vernietiging van de bestreden bepalingen niet met zich meebrengt dat de administratieve beslissingen die zouden zijn genomen op grond van die bepalingen, uit het rechtsverkeer verdwijnen.” Tegen de administratieve beslissingen – de uitreiking van B- en C-attesten – kan weliswaar na de bekendmaking van het vernietigingsarrest nog tot zes maanden administratief of rechterlijk beroep worden ingesteld. De rechtsonzekerheid die daaruit kan voorvloeien, volstaat volgens het Hof op zich echter niet om van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te spreken.

‘Goede afloop’

Hoewel het arrest goed gemotiveerd is en juridisch logisch leest, heeft het toch een wrange bijsmaak. Het belangrijkste argument lijkt immers dat het kwaad reeds is geschied: op 22 juli 2021 tot schorsing van het nieuwe eindtermendecreet besluiten, zou zinloos zijn omdat de scholen alle inspanningen toch al hebben geleverd om met de voor hen ongewenste eindtermen aan de slag te gaan. De moeizame en late ontwikkeling van de eindtermen – primair de verantwoordelijkheid van de overheid – lijkt hier aan de bron te liggen van de ‘goede afloop’ van de schorsingsprocedure voor diezelfde overheid, terwijl de verzoekende partijen er net alles aan gedaan hadden om de zaak zo snel mogelijk juridisch te laten beoordelen.

Opvallend is nog dat het Hof voor de eindtermen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar secundair onderwijs de inwerkingtreding van de eindtermen – ten vroegste 1 september 2022 – als referentiepunt voor de te leveren inspanningen van de onderwijsverstrekkers neemt. Omdat het Hof vooropstelt vóór 1 september 2022 uitspraak te doen over de eindtermen voor het vierde jaar zullen de onderwijsverstrekkers – bij een eventuele vernietiging – geen nodeloze inspanningen hebben gedaan voor de implementatie van de nieuwe eindtermen. Voor de eindtermen van het derde leerjaar secundair onderwijs redeneerde het Hof echter net nog dat alle inspanningen al vóór 22 juli – de datum van de uitspraak – plaatsvonden. Of de voorbereidende inspanningen van de onderwijsverstrekkers beperkt kunnen worden, zal vooral afhangen van de snelheid waarmee het Hof de beroepen tot vernietiging beoordeelt.

Duidelijk is in ieder geval: op 1 september 2021 treden de nieuwe eindtermen in werking. Of ze ook het einde van het schooljaar halen, blijft koffiedik kijken.

Johan Lievens is universitair docent Staatsrecht bij de VU Amsterdam, en onderzoeker bij het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).

Een meer uitgebreide versie van deze tekst verschijnt later dit jaar in het Tijdschrift voor Jeugd- en Kinderrechten.


Johan LIEVENS, "Eindtermendiscussie eindelijk ten einde? Grondwettelijk Hof geeft nieuwe eindtermen (voorlopig) groen licht", Leuven Blog for Public Law, 6 August 2021, https://www.leuvenpubliclaw.com/eindtermendiscussie-eindelijk-ten-einde-grondwettelijk-hof-geeft-nieuwe-eindtermen-voorlopig-groen-licht (geraadpleegd op 28 November 2021)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

We reserve the right to refuse, without any correspondence or notification, the publication of comments, for example, due to an insufficient link with the blogpost.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.