EHRM veroordeelt parlementair onderzoek van geloofsbrieven: grondwetgever buitenspel gezet?

Print Friendly, PDF & Email

In het arrest Mugemangango veroordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (‘EHRM’) in grote kamer de wijze waarop het Waals Parlement in 2014 een klacht van een kandidaat die (net) niet verkozen raakte, verwierp. Daarmee geeft het Hof definitief de doodsteek aan het onderzoek van de geloofsbrieven, niet alleen in dat parlement, maar ook in de andere deelstaatparlementen en in de federale wetgevende Kamers. In deze blogpost gaan we na hoe aan deze verdragsschending kan worden verholpen, hoewel niet alle relevante grondwetsbepalingen voor herziening vatbaar zijn verklaard.  

Bij de parlementsverkiezingen van 25 mei 2014 miste Germain Mugemangango op een haar na zijn verkiezing als lid van het Waals Parlement. Mits veertien stemmen meer zou zijn partij, PTB-Go!, in de provincie Henegouwen een zetel hebben behaald die dan, via het systeem van de apparentering, aan hem zou zijn toegekomen. Mugemangango liet het daar niet bij en diende bezwaar in bij het Waals Parlement. Hij vroeg onder meer dat de blanco en ongeldige stemmen die in zijn kieskring werden uitgebracht, zouden worden herteld. In eerste instantie gaf de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven van het Waals Parlement hem gelijk. In de plenaire vergadering was een meerderheid evenwel een andere mening toegedaan. Het verslag van de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven werd op dat punt verworpen.

Daarop trok Mugemangango naar het EHRM.

Geen verrassing

Het Hof besluit, op weinig verrassende wijze, tot de schending van het recht op vrije verkiezingen (artikel 3 Eerste Protocol EVRM) en het recht op daadwerkelijke rechtshulp voor een nationale instantie (artikel 13 EVRM). De kritiek van het Hof op het onderzoek van de geloofsbrieven in de zaak Mugemangango is in wezen drievoudig.

Vooreerst gaf het Waals Parlement geen blijk van de vereiste onpartijdigheid. Zo stemden in de plenaire vergadering de leden wier zetel in het geding was mee over de uitkomst van het bezwaar. Vervolgens verwijt het Hof het Waals Parlement over een te ruime discretionaire bevoegdheid te beschikken  bij het regelen van verkiezingsbetwistingen. Het reglement van die assemblee voorzag op het ogenblik van de feiten immers niet in een procedure om de bezwaren te behandelen. Ook werd onvoldoende geregeld welke de gevolgen zijn indien een bezwaar gegrond wordt verklaard. Moet dan worden overgegaan tot een hertelling of worden de verkiezingen ongeldig verklaard?

Ten slotte waren er onvoldoende waarborgen voor de verzoeker om gehoord te worden en een gemotiveerde beslissing te verkrijgen. De bijzondere wet van 8 augustus 1980 en het reglement van het Waals Parlement regelen daarover niets. In de praktijk werd Mugemangango wel gehoord in de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven, maar dat was gebeurd op basis van een gelegenheidsbeslissing van die commissie. In de plenaire vergadering werd hij dan weer niet gehoord.

Probleem opgelost?

In een poging een herhaling te vermijden van de problemen bij het behandelen van het bezwaar van Mugemangango, heeft het Waals Parlement ondertussen zijn reglement aangepast. Het reglement bepaalt nu dat de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven gedurende de eerste zes maanden van de zittingsperiode wordt vervangen door drie commissies bevoegd voor drie groepen van kieskringen. Elke commissie telt vijf leden die bij lot worden aangeduid uit de leden die niet gekozen zijn in de kieskringen waarvoor de commissies bevoegd zijn. Aldus wordt vermeden dat een lid zich dient uit te spreken over zijn eigen verkiezing of over die van zijn rechtstreekse concurrenten.

Daarmee is het probleem echter niet van de baan. De bijzondere wet vereist immers dat het ganse parlement zich uitspreekt over de bezwaren die tegen een verkiezing rijzen, met inbegrip van de leden wier verkiezing desgevallend in het geding is. Ook de aangepaste procedure kan derhalve niet voldoen aan de vereisten van onpartijdigheid die het EHRM stelt. Wat de deelstaatparlementen betreft, dringt een wijziging van de bijzondere wet (en wat de Duitstalige Gemeenschap betreft, van de gewone wet) tot hervorming der instellingen zich op.

Valt een louter parlementair onderzoek van de geloofsbrieven nog te redden?

Welke vorm zou die wijziging moeten aannemen? In het arrest Grosaru liet het EHRM al verstaan dat het zich niet per se verzet tegen een parlementair onderzoek van de geloofsbrieven. Wel moet die beslissing het voorwerp kunnen uitmaken van een beroep bij een rechterlijke instantie die voldoet aan de vereisten van onpartijdigheid en onafhankelijkheid. In het arrest Mugemangango preciseert het Hof dat in het verkiezingscontentieux de nationale instantie bedoeld in artikel 13 EVRM geen rechterlijke instantie moet zijn. Het volstaat dat het gaat om een orgaan wiens onpartijdigheid voldoende gewaarborgd is, wiens discretionaire bevoegdheid ingeperkt is en wiens procedure voldoende waarborgen biedt op een eerlijke, objectieve en gemotiveerde beslissing.

Die precisering heeft de vraag doen rijzen of het bestaande systeem van een louter parlementair onderzoek van de geloofsbrieven zou kunnen worden behouden, bijvoorbeeld door te verzekeren dat de leden wier mandaat in het geding is ook in de plenaire vergadering niet meestemmen over het onderzoek van de geloofsbrieven. Het is maar zeer de vraag of het Hof dit bedoeld heeft. Het Hof erkent enkel dat het niet moet gaan om een rechterlijk orgaan in de strikte zin van het woord: ook een ander orgaan, wiens onpartijdigheid voldoende gewaarborgd is, is toelaatbaar. Het Hof zegt niet met zoveel woorden dat het om een parlementair orgaan kan gaan. Integendeel, volgens het Hof kan een parlementslid per definitie niet politiek neutraal zijn. Een goede verstaander kan hier enkel uit afleiden dat een louter parlementair onderzoek van de geloofsbrieven niet aan de vereiste van onpartijdigheid voldoet.

Wat met de Grondwet?

Hoewel het arrest Mugemangango betrekking heeft op het onderzoek van de geloofsbrieven door het Waals Parlement, vloeit er onmiskenbaar uit voort dat ook de procedure voor de federale wetgevende Kamers zal moeten worden herzien. Voor die assemblees is evenwel een wijziging nodig van artikel 48 van de Grondwet, dat bepaalt dat elke Kamer de geloofsbrieven van haar leden onderzoekt en de geschillen beslecht die hieromtrent rijzen. Die grondwetsbepaling is thans evenwel niet voor herziening vatbaar. De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat namen artikel 48 wel op in hun respectieve lijst van bepalingen die voor herziening vatbaar dienden te worden verklaard, maar de regering liet na hetzelfde doen.

Nochtans komt het onderzoek van de geloofsbrieven wel voor in het regeerakkoord van 30 september 2020. Er wordt een “proces” in het vooruitzicht gesteld dat zal worden opgestart in de Kamer van volksvertegenwoordigers en dat zou moeten resulteren in het “formuleren van aanbevelingen” inzake, onder meer, het onderzoek van de geloofsbrieven. Wat de federale Kamers betreft, zullen die aanbevelingen – als ze er al komen – deze zittingsperiode allicht niet uitvoerbaar zijn.

Is daarmee de kous af en is bij de volgende federale verkiezingen elk rechterlijk toezicht op het onderzoek van de geloofsbrieven door de federale wetgevende Kamers bij voorbaat uitgesloten?  Dat lijkt ons niet het geval te zijn. Volgens het Hof van Cassatie primeert het EVRM immers op de Grondwet. Op grond van het arrest Mugemangango kan de gewone (kortgeding)rechter artikel 48 van de Grondwet buiten toepassing laten en zich op grond van het eerste zinsdeel van artikel 145 van de Grondwet bevoegd verklaren om bij hoogdringendheid uitspraak te doen over het kiescontentieux. Door artikel 48 van de Grondwet niet voor herziening vatbaar te verklaren heeft de grondwetgever zichzelf buiten spel geplaatst.

Koen Muylle is staatsraad en ere-referendaris van het Grondwettelijk Hof. Hij was voorheen als assistent, vrijwillig wetenschappelijk medewerker en praktijklector verbonden aan het Leuven Centre for Public Law.


K. MUYLLE, "EHRM veroordeelt parlementair onderzoek van geloofsbrieven: grondwetgever buitenspel gezet?", Leuven Blog for Public Law, 23 October 2020, https://www.leuvenpubliclaw.com/ehrm-veroordeelt-parlementair-onderzoek-van-geloofsbrieven-grondwetgever-buitenspel-gezet (geraadpleegd op 3 December 2020)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.