Een Vlaamse minister van Justitie: klauwende leeuw of dode mus?

Het Vlaamse Regeerakkoord creëert een Vlaamse minister van Justitie. Daarmee lijkt de regering-Jambon I voornemens om haar justitiebevoegdheden maximalistisch in te vullen. De vraag is waar de uiterste grens van die bevoegdheden ligt, en hoeveel ruimte het Grondwettelijk Hof de Vlaamse decreetgever daarbij zal willen geven. In deze blogpost vragen professor Stefan Sottiaux en Karel Reybrouck zich af of de Vlaamse ministerpost van Justitie een voorbode is van een onzichtbare staatshervorming, of louter een interne reorganisatie inhoudt. Kortom, toont de Vlaamse minister van Justitie zich een klauwende leeuwin of eerder een dode mus?

De Vlaamse regeringsvorming brengt ons een primeur. Zuhal Demir (N-VA) is naast minister van Omgeving, Energie en Toerisme ook de allereerste Vlaamse minister van Justitie en Handhaving. Die nieuwe portefeuille doet meteen wenkbrauwen fronsen. We hebben toch al een federale minister van Justitie (momenteel Koen Geens)?

Anders dan in vele andere federale staten, zoals Duitsland, Zwitserland, de Verenigde Staten en Canada, is de rechtsbedeling in België centraal georganiseerd. De rechtsbedeling en de rechterlijke macht behoren uitsluitend tot de bevoegdheid van de federale overheid. De gemeenschappen en de gewesten kunnen dus geen eigen rechtbanken oprichten, zelf rechters benoemen, deelstatelijke parketten creëren of eigen gevangenissen bouwen. Maar wat zal het Vlaams justitiebeleid dan wel inhouden?

Van een interne reorganisatie …

Het Regeerakkoord somt alvast enkele bevoegdheden op die traditioneel in andere ministerportefeuilles staken. Zo vielen het jeugddelinquentierecht en de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden vroeger onverdeeld binnen het domein ‘Welzijn en Gezin’. Andere bevoegdheden komen nog maar sinds de zesde staatshervorming toe aan Vlaanderen, zoals de justitiehuizen, de opvolging van het elektronisch toezicht en de juridische eerstelijnsbijstand.

Of de centralisering van de Vlaamse bevoegdheden inzake justitie en handhaving bij één minister ook betekent dat dit een zwaarwichtige post wordt, is nog maar de vraag. Zal de Justitieminister alle justitie-gerelateerde aspecten van het Vlaamse beleid usurperen, of louter een coördinerende bijrol spelen tussen de verschillende vakministers? Hoeveel budget wordt er voor het Vlaamse justitiebeleid uitgetrokken en wordt er ook een Vlaamse administratie voor justitie uitgebouwd? Kortom, zal Demir in staat zijn een overkoepelend justitiebeleid te ontwikkelen, of blijft het een symbolische functie? Het is momenteel koffiedik kijken. Volgens de onderhandelaars moet de bundeling van de bevoegdheden inzake justitie, handhaving en bestuursrechtspraak leiden tot een snellere, meer kordate en consequente aanpak van delinquentie. ‘Vlaanderen is een deelstaat met rechten én plichten’, dat is de zelfverklaarde rode draad van het Vlaamse Regeerakkoord. De Vlaamse Justitie moet er streng op toezien dat de burger zijn of haar plichten nakomt.

… naar een echte staatshervorming?

Belangrijker dan de vraag naar de interne reorganisatie van de Vlaamse Regering is de vraag of de Vlaamse ministerpost van Justitie een voorbode is van een onzichtbare staatshervorming. In het verleden creëerde Vlaanderen al met succes enkele eigen justitiebevoegdheden, en dat zonder voorafgaande grondwetswijziging of specifieke bevoegdheidsoverdracht. Zo schiep Vlaanderen een rist administratieve rechtscolleges zoals de Raad voor verkiezingsbetwistingen, de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen, de Raad voor Vergunningsbetwistingen en het Handhavingscollege onder het voorwendsel dat dit noodzakelijk was voor de uitoefening van haar eigen bevoegdheden (lokale verkiezingen, onderwijs, ruimtelijke ordening, leefmilieu).

Als we het regeerakkoord lezen, lijkt het wel of de nieuwe Vlaamse regering nu een versnelling hoger wil schakelen door de Vlaamse Dienst van de Bestuursrechtscolleges (DBRC) te vervangen door een eengemaakte Vlaamse Bestuursraad, een beetje een Vlaamse Raad van State dus. De regering wil ook zo veel mogelijk betwistingen inzake het Vlaams omgevingsrecht door de Vlaamse bestuursrechtspraak laten behandelen. Beroepen tegen ruimtelijke uitvoeringsplannen en complexe projecten (bv. Uplace, het Eurostadion of de infrastructuur ter bescherming van de Kust tegen de klimaatverandering) worden liefst niet meer overgelaten aan de federale Raad van State. Het regeerakkoord wil bovendien sleutelen aan de uitspraaktermijnen van diezelfde Raad van State door decretaal de uitspraaktermijn voor complexe projecten te beperken tot één jaar.

Klauwende leeuw of dode mus?

Het is dus duidelijk dat de regering-Jambon I zich heeft voorgenomen om haar justitiebevoegdheden op maximalistische wijze in te vullen en af te tasten waar de uiterste grens van die bevoegdheden ligt. Blijft het trouwens bij wat getouwtrek rond de bevoegdheden van de federale Raad van State, of maakt Demir ook werk van een geensiaanse codificatiebeweging in de vorm van een Vlaams GAS-decreet of een uitbreiding van het Vlaams Procedurebesluit? Toont Demir, de allereerste Vlaamse minister van Justitie, zich een klauwende leeuwin, of maken Vlaams-nationalisten zich blij om een dode mus?

Dé vraag voor de toekomst is hoeveel ruimte het Grondwettelijk Hof de Vlaamse decreetgever daarbij zal geven. Laat het ruimte voor een deelstatelijke justitie, zoals het dat in het verleden deed voor delen van het sociaal beleid, zoals de Vlaamse zorgverzekering? Ook die kwam er dankzij een creatieve interpretatie van de Vlaamse bevoegdheden, na een jarenlange juridische strijd met de Franstalige deelstaten. Of steken de rechters aan het Koningsplein een stokje voor de Vlaamse ambities? De aankomende benoemingen bij het Grondwettelijk Hof kunnen het Vlaamse justitiebeleid aldus kraken of maken.

Karel Reybrouck is als doctoraatsstudent en voltijds assistent in het Constitutioneel Recht verbonden aan het Leuven Centre for Public Law.

Stefan Sottiaux is hoogleraar grondwettelijk recht verbonden aan het Leuven Centre for Public Law en advocaat bij Demos Public Law.

Deze blogpost verscheen eerder als opiniebijdrage in de Tijd.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.