De vrederechter: manusje-van-alles in het Vlaamse onteigeningsrecht

Print Friendly, PDF & Email

Op 1 januari 2018 trad het Vlaamse Onteigeningsdecreet in werking en werd de Raad voor Vergunningsbetwistingen bevoegd om te oordelen over annulatieberoepen tegen definitieve onteigeningsbesluiten. De gespecialiseerde onteigeningskamer van de Raad verklaart zich echter onbevoegd om te oordelen over de wettigheid van een onteigeningsbesluit van zodra de gerechtelijke onteigeningsprocedure wordt ingeleid voor de vrederechter. Deze bijzondere, historisch gegroeide bevoegdheidsverdeling tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter heeft belangrijke gevolgen. Als echte manusjes-van-alles moeten de (alleenzetelende en niet-gespecialiseerde) vrederechters in onteigeningsdossiers complexe, vaak administratiefrechtelijke kwesties uitspitten om de wettigheid van de onteigening te kunnen beoordelen.

*English summary below*

Weinig wetten in ons land hebben de tand des tijds al zo lang doorstaan als de Wet van 17 april 1835 op de onteigening ten algemene nutte. Deze wet focust op de gerechtelijke fase van de gewone (lees: niet-hoogdringende) onteigening. De gerechtelijke fase is de laatste fase van de onteigeningsprocedure en volgt op de zogenaamde bestuurlijke fase waarin het bestuur een minnelijke aankoop tracht te onderhandelen en, bij gebrek aan akkoord met de eigenaar, een onteigeningsbesluit neemt dat de basis zal vormen voor de dagvaarding in onteigening. 

Historische anomalie in de bevoegdheidsverdeling

In 2018 werd het toepassingsgebied van de wet van 1835 in Vlaanderen aanzienlijk ingeperkt door de inwerkingtreding van het Vlaamse Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017. Een aantal principes die volgen uit de federale onteigeningswet, werden echter schijnbaar vanzelfsprekend overgenomen in het Vlaamse Onteigeningsdecreet. Zo bepaalt de wet van 1835 dat de burgerlijke rechtbank oordeelt over de wettigheid (met name “of de bij de wet voorgeschreven formaliteiten, om tot onteigening te geraken, werden in acht genomen”) én de onteigeningsvergoeding. De burgerlijke onteigeningsrechter bevindt zich dus al sinds 1835 op het kruispunt tussen het objectieve legaliteitscontentieux en het subjectieve vergoedingscontentieux. 

Sinds de oprichting van de Raad van State in 1948 behoort het gros van het objectieve contentieux echter toe aan dit administratief rechtscollege. Ook de bevoegdheid om een onteigeningsbesluit te vernietigen behoort toe aan de Raad op basis van diens residuaire bevoegdheden. Van zodra de onteigenaar overgaat tot dagvaarding van de onteigende voor de rechtbank van eerste aanleg, acht de Raad van State zich echter niet langer bevoegd. De wet van 1835 kent als lex specialis de ‘controle van de vormvoorwaarden’ immers nog steeds uitdrukkelijk toe aan de burgerlijke rechtbank.

Doorwerking in het Vlaamse Onteigeningsdecreet

Deze historisch gegroeide anomalie wordt in stand gehouden door het Vlaams onteigeningsdecreet, zelfs nu de bevoegdheden werden verschoven naar andere (bestuurs)rechters. Naar aanleiding van de zesde staatshervorming werden de gewesten bevoegd om een eigen gerechtelijke onteigeningsprocedure uit te werken. De Vlaamse decreetgever heeft die kans gegrepen om te kiezen voor de snelste weg. Zo is de (Vlaamse) Raad voor Vergunningsbetwistingen nu het aangewezen administratieve rechtscollege en dient de gerechtelijke onteigeningsprocedure ingeleid te worden voor de vrederechter. De gespecialiseerde onteigeningskamer van de Raad voor Vergunningsbetwistingen verklaart zich echter onbevoegd van zodra de burgerrechtelijke procedure wordt ingeleid (ondanks gebrek aan regeling hieromtrent in het decreet). 

Een verklaring voor deze keuze is te vinden in het feit dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen is opgericht op basis van impliciete bevoegdheden. Dit houdt onder meer in dat elke uitbreiding van de bevoegdheden van dit rechtscollege slechts een “marginale weerslag” mag hebben op de uitoefening van de federale bevoegdheden. De legaliteitscontrole volledig overhevelen naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen, ten nadele van de burgerlijke rechtbanken, vormt in dat kader een risico. Het lijkt echter niet per definitie uitgesloten om deze route te bewandelen. Het gaat immers over een zeer beperkt contentieux dat slechts deels zou worden overgedragen. Bovendien staat het de vrederechter steeds vrij om het onteigeningsbesluit alsnog buiten toepassing te verklaren op grond van artikel 159 van de Grondwet

Takenpakket van de vrederechter

Daarnaast valt te bepleiten dat de taak die de vrederechter vandaag op basis van de Vlaamse regelgeving moet opnemen, te zwaar weegt. Van de rechtbank werd in 1835 verwacht dat zij – in een kamer van drie – puntsgewijs controleerde of de vormvoorwaarden werden gerespecteerd. De – alleenzetelende – vrederechter van vandaag wordt bij een onteigening met tal van complexe, vaak administratiefrechtelijke vraagstukken geconfronteerd. Zo moet het vredegerecht bevoegdheidsrechtelijke twisten beslechten (wie is bevoegd om te onteigenen?) maar dient het zich ook te buigen over de bescherming van het eigendomsrecht (dient de onteigening een algemeen nut?) en worden het regelmatig omgevingsrechtelijke discussies voorgeschoteld (is het ‘onderliggend’ RUP m.e.r.-plichtig?). Dit is een bijzonder uitgebreid en zeer gespecialiseerd takenpakket voor een vrederechter die slechts sporadisch gevraagd wordt een onteigeningsvonnis te vellen.

 Bovenstaande bezorgdheid omtrent de (omvang en aard van) taak van de vrederechter, blijft gelukkig vaak van theoretische aard. De vrederechters gaan dagdagelijks als echte manusjes-van-alles de juridische uitdaging aan en vellen ook in toepassing van het Vlaamse onteigeningsdecreet kwaliteitsvolle vonnissen. Hoe de onteigeningsprocedure voor de vrederechter in de praktijk verloopt, wordt verder toegelicht tijdens het CROW colloquium “Onteigenen in Vlaanderen na het Onteigeningsdecreet” op 22 oktober 2021 in het aangename kader van Alden Biezen. 

Dr. Claire Buggenhoudt is advocate bij Demos Public Law.

Deze blogpost werd geschreven naar aanleiding van het CROW-colloquium “Onteigenen in Vlaanderen na het Onteigeningsdecreet”, waarvan het referatenboek verschijnt bij Boom juridisch Antwerpen.

English summary

On the first of January, 2018, the Flemish Expropriation Decree entered into force through which the Council for Permit Disputes acquired the competence to rule on actions for annulment of final expropriation decisions. However, the Council’s specialised expropriation chamber declares itself incompetent to rule on the legality of an expropriation decision as soon as the judicial expropriation procedure is initiated before the Justice of the Peace. This particular, historically grown division of powers between the administrative judge and the civil judge has important consequences. As true jacks-of-all-trades, the justices of the peace have to rule on complex legal issues (including administrative law issues) in order to assess the legality of an expropriation decision.


Claire BUGGENHOUDT, "De vrederechter: manusje-van-alles in het Vlaamse onteigeningsrecht", Leuven Blog for Public Law, 28 September 2021, https://www.leuvenpubliclaw.com/de-vrederechter-manusje-van-alles-in-het-vlaamse-onteigeningsrecht (geraadpleegd op 25 October 2021)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

We reserve the right to refuse, without any correspondence or notification, the publication of comments, for example, due to an insufficient link with the blogpost.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.