De rechtsstaat afgevlakt

Print Friendly, PDF & Email

De manier waarop de corona­regels gehandhaafd worden is allerminst onschuldig, schrijven Raf Geenens en Stefan Sottiaux. Zelfs niet wanneer er mensenlevens op het spel staan.

In de herfst van 1830 krijgen Jean-Baptiste Nothomb, Joseph Lebeau en een aantal andere jonge snaken de kans van hun leven. Na het plotse ontstaan van België houden zij de pen vast bij het schrijven van de nieuwe grondwet. Hoewel er ook rijpere figuren bij betrokken zijn, is het opvallend hoe jong veel van onze ‘founding fathers’ zijn. Nothomb, misschien wel de belangrijkste, is in juli 1830 pas 25 geworden.

In hun jeugdige enthousiasme schrijven ze een bijzonder moderne grondwet, waarin vrijheid centraal staat. Die vrijheid wordt echter altijd bedreigd door arbitraire machtsuit­oefening en moet daarom beschermd worden, onder meer door een twee­kamerstelsel en de scheiding der machten. Een andere belangrijke ­beschermingslinie is de publieke opinie, die de macht altijd ter verantwoording moet kunnen roepen. Ze ontleenden die ideeën aan filosofen als Montesquieu en – in het bijzonder – Benjamin Constant, die benadrukte dat goede wetten en instituties nooit volstaan: de ultieme garantie van onze vrijheid is de waakzame houding van onze medeburgers.

Indien wij vandaag de uitholling van onze rechtsstaat zo gelaten ondergaan, dan is het misschien omdat we die boodschap uit 1830 gaandeweg vergeten zijn. Eerst worden kleine hapjes uit de rechtsstaat geknabbeld. En zodra we dat gewend zijn, wordt er weer wat doorgeknabbeld. Dat is ­precies wat na een klein jaar corona zichtbaar wordt. Minder dan de maatregelen zelf, is het de harde uitvoering ervan, de afwezigheid van een wettelijk kader, en de institutionele nonchalance die ons op een gevaarlijk hellend vlak brengen. Beslissingen worden verlengd zonder parlementair debat. De avondklok wordt door sommigen verward met een normaal handhavingsinstrument. De politie doet gespierde invallen in synagoges. ‘Betrapping op heterdaad’ wordt zo opgerekt dat een huiszoekingsbevel niet meer nodig is. Kinderen moeten overnachten in cellen. En rechters spreken straffen uit die we eerder associëren met zwaar delinquent gedag. Maar zowel bij de instellingen als bij veel burgers lijkt de gewenning zich te hebben ingezet

Arbitraire macht

Merkwaardig genoeg wordt kritiek op die misstanden soms weggezet als een uiting van egoïsme. Men veronderstelt dan dat er een tegenstelling speelt tussen individuele vrijheid (geclaimd door hen die gewoon hun zin willen doen) en het collectieve belang (verdedigd door hen die bekommerd zijn om de gezondheid van hun medeburgers). Maar dat is een valse tegenstelling. Want ook respect voor grondrechten en de rechtsstaat is een ­gemeenschapsgoed. Maar het is een gemeenschapsgoed dat immaterieel is, waardoor het zich slecht laat meten en waarnemen. En waardoor het in ­deze positief-wetenschappelijke tijden gemakkelijk als secundair wordt weggezet.

Heel wat burgers hebben in het ­afgelopen jaar de betekenis van arbitraire macht leren kennen. Zelfstandigen ontdekten dat de overheid met een vingerknip hun zaak kan sluiten. Reizigers werden bij thuiskomst onaangekondigd tot quarantaine en loonverlies gedwongen. Burgers werden beboet op basis van warrige regels over verplaatsingen of bubbels, regels die voortdurend veranderden en die zelfs de beleidsmakers niet helder konden uitleggen. En in de meeste ­gevallen was de rechtbank niet ­beschikbaar om verhaal te halen. In een rechtsstaat moeten regels echter duidelijk, voorspelbaar en evenredig zijn, en moet er een alerte rechterlijke macht zijn. Vrijheid, in de definitie van Montesquieu, betekent gemoedsrust: de zekerheid hebben dat niemand, burger of overheid, op willekeurige wijze in je leven kan ingrijpen. In het afgelopen jaar heeft onze overheid dat basisvertrouwen op lichtzinnige wijze beschadigd.

Wollige vaardigheden

Soms wordt gezegd dat we aan die inbreuken op de rechtsstaat niet te zwaar mogen tillen, omdat ze gebeurden met goede bedoelingen. De overheid is toch mensenlevens aan het redden? En is er iemand die oprecht gelooft dat onze politici totalitaire verlangens koesteren? Die opwerpingen zijn naast de kwestie. Van het ‘Comité de salut ­public’ tot Amerika’s ‘war on terror’: telkens wordt het algemeen welzijn ingeroepen om tijdelijk een loopje te ­nemen met de normale rechtsbescherming.

Verwijzen naar het goede karakter van onze huidige beleidsmakers is al helemaal zinloos. Het zijn de principes die tellen en die steeds opnieuw bevestigd moeten worden. Als er binnen enkele jaren populisten in de regering zitten en we geconfronteerd worden met een nieuwe terreurdreiging, dan kan de modus operandi die het voorbije jaar ontwikkeld werd een bijzonder inspirerend precedent worden. Zodra de ­gedachte ingang heeft gevonden dat de grondwet niet zo belangrijk is als er mensenlevens op het spel staan, en dat rechten en vrijheden langdurig ­beperkt kunnen worden bij ministerieel besluit, zijn we heel ver van huis. Het ondermijnen van de ­integriteit van onze constitutionele en democratische orde is geenszins onschuldig.

Onze ‘founding fathers’, die steeds de uitwassen van de Franse Revolutie in hun achterhoofd hadden, waren zich sterk bewust van dergelijke gevaren. Precies daarom benadrukken ze in de grondwet, in een formulering geïnspireerd door Benjamin Constant, dat de grondwet in geen enkel geval mag worden opgeheven.

Waarom is dat bewustzijn bij ons verzwakt? En hoe komt het dat wij onze ‘founding fathers’ zo slecht kennen en veelal geen besef hebben van de kernwaarden die ze in onze grondwet hebben ingeschreven? Een deel van het antwoord moet gezocht worden in ons onderwijs, dat weinig moeite doet om constitutionele cultuur over te brengen. Zelfs de nieuwe eindtermen burgerschap, waarin nochtans plaats werd gevonden voor een eindeloze reeks wollige vaardigheden, lijken voorbij te gaan aan het belang van ­onze grondwet. Als onze vrijheid afhangt van de houding van onze medeburgers, dan hangt ze ook rechtstreeks af van ons onderwijs.

Een eerdere versie van deze post verscheen in De Standaard.


Raf GEENENS & Stefan SOTTIAUX, "De rechtsstaat afgevlakt", Leuven Blog for Public Law, 23 March 2021, https://www.leuvenpubliclaw.com/de-rechtsstaat-afgevlakt (geraadpleegd op 29 July 2021)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

We reserve the right to refuse, without any correspondence or notification, the publication of comments, for example, due to an insufficient link with the blogpost.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.