De obscure federale bevoegdheidssfeer – van haar nevelen ontdaan?

In 2020 blaast het Belgische federalisme vijftig kaarsjes uit. Staatshervorming na staatshervorming werden meer en meer federale materies toegekend aan de deelstaten. Na zes etappes beschikken de gemeenschappen en de gewesten over sterke, volwassen instellingen en een ruim scala aan bevoegdheden. Maar wat is vandaag dan nog federaal?

Geen eenvoudige vraag. Een omvattend overzicht van de bevoegdheden van de federale overheid was tot voor kort niet voorhanden. Die lacune hoopt de nieuwe publicatie ‘De federale bevoegdheden’ te vullen. Uit het onderzoek blijkt dat veel federale bevoegdheden onbenoemd en residuair (niet toegewezen) zijn. De bevoegdheden van de federale overheid die wel werden benoemd, liggen verspreid over verschillende grondwetsartikels en bepalingen in de bijzondere wetten. Obscuriteit troef. Dat brengt ons tot volgende suggestie: waarom lijsten we de kernbevoegdheden van de federale overheid niet op in de Grondwet?

Een inventaris van de federale bevoegdheden?

Een van de bijzonderheden van het Belgische federalisme is het ontbreken van een expliciete en systematische opsomming van de bevoegdheden van de federale overheid. In centrifugale federaties, die ontstaan door de devolutie van bevoegdheden van het centrale niveau naar de deelstaten, ligt het voor de hand om in de eerste plaats de deelstatelijke bevoegdheden op te lijsten. Toch vinden we ook in dit soort federaties systematische opsommingen van de federaal gebleven bevoegdheden terug (bv. Spanje). Heel wat federale grondwetten bevatten trouwens meerdere lijsten, met zowel een opgave van federale bevoegdheden als deelstatelijke bevoegdheden (bv. India, Zuid-Afrika en Canada).

Zoals bekend gingen de staatshervormingen in ons land steeds gepaard met de toewijzing van nieuwe bevoegdheden aan de deelstaten. Die bevoegdheden worden opgesomd in de Grondwet en de bijzondere wetten. De federaal gebleven bevoegdheden bleven daarentegen veelal onbenoemd. Als zij toch werden geëxpliciteerd, gebeurde dit meestal ad hoc, als uitzonderingen op deelstatelijke bevoegdheden. Een inventaris van de federale bevoegdheden is er in België dus niet.

Waarvoor is de federale overheid bevoegd?

Door hun grotendeels onbenoemde en heel diverse karakter is het opsommen van de federale bevoegdheden geen sinecure. Voor een volledige en systematische bespreking verwijzen we door naar het boek. In wat volgt, beperken we ons tot een beknopte, niet-exhaustieve opsomming en classificatie van de verschillende soorten federale bevoegdheden.

Vooreerst zijn er federale kernbevoegdheden, of bevoegdheden die (quasi) volledig op het federale niveau liggen. Zo blijft het materiële grondwettelijke recht een federale bevoegdheid. Dit omvat o.a. de staatsstructuur, het grondgebied, de bevoegdheidsverdeling en de organisatie van de overheid. De federale overheid staat ook in voor de ordehandhaving (politie), de veiligheid (staatsveiligheid, civiele veiligheid, private veiligheid, het wapenbeleid) en de defensie. De federale regering heeft de leiding van de buitenlandse betrekkingen. Op het vlak van justitie bepaalt de federale overheid onder meer de inrichting, de organisatie en de bevoegdheid van de hoven en de rechtbanken en de rechtspleging. Ook de rechtsorde (o.a. het burgerlijk recht, het strafrecht en de strafuitvoering, het sociaal recht, het handelsrecht, het vennootschapsrecht, het financieel recht, het mededingingsrecht, enz.) is grotendeels federale materie. Met uitzondering van de gezinsbijslagen, behoort ook de sociale zekerheid in de klassieke zin integraal tot het federale niveau. De federale overheid deelt bovendien de lakens uit in de fiscaliteit.

Andere bevoegdheidsdomeinen zoals het mobiliteits-, energie- en gezondheidsbeleid vertonen een gedeeld karakter. Met betrekking tot het economisch beleid heeft de federale overheid zowel volledig exclusieve bevoegdheden (bv. het muntbeleid en de industriële en intellectuele eigendom) als kaderbevoegdheden (bv. overheidsopdrachten en consumentenbescherming).

Tot slot beschikt de federale overheid ook over enkele concrete uitzonderingen op toegewezen bevoegdheden van de gemeenschappen en de gewesten (bv. bepalen van begin en einde leerplicht voor onderwijs). Quasi elke toewijzing van bevoegdheden aan de deelstaten ging gepaard met enkele federale uitzonderingen.

De nevelige federale bevoegdheidssfeer is dus deels benoemd en deels onbenoemd, soms toegewezen en anders residuair.

De Copernicaanse omwenteling

Uit de artikelen 35, 38 en 39 van de Grondwet volgt dat de federale overheid instaat voor alle materies die niet zijn toegewezen aan de deelstaten. Het gaat om de zogenaamde residuaire bevoegdheden. Artikel 35 van de Grondwet draait dit schema om, althans in theorie. De residuaire bevoegdheden gaan naar de deelstaten en het federale niveau krijgt enkel nog toegewezen bevoegdheden. Artikel 35 is echter nog niet uitgevoerd. Daarvoor moet eerst aan twee voorwaarden zijn voldaan. Ten eerste dient de bijzondere wetgever de wijze te bepalen waarop de deelgebieden de residuaire bevoegdheden kunnen uitoefenen. Ten tweede dient een nieuwe grondwetsbepaling te worden aangenomen die de federale bevoegdheden bepaalt. Het boek over de federale bevoegdheden kan een basis vormen voor het opstellen van die lijst.

Het opnemen van een lijst van federale bevoegdheden in de Grondwet kan evenwel ook worden losgekoppeld van de overdracht van de residuaire bevoegdheden zoals voorzien door artikel 35. Waarom nemen we de kernbevoegdheden van de federale overheid niet op in de Grondwet? Dat zou de leesbaarheid van de bevoegdheidsverdelende regels ten goede komen en de federale bevoegdheidssfeer van haar nevelen ontdoen. Om niet te belanden in aartsmoeilijke politieke onderhandelingen rond de normatieve vraag ‘wat moet de federale overheid in de toekomst nog doen?’, kan de lijst zich beperken tot een louter declaratieve opsomming van de bevoegdheden waarover de federale overheid vandaag beschikt. Die lijst hoeft overigens niet exhaustief te zijn, tenminste zolang de residuaire bevoegdheden op federaal niveau blijven. Door de belangrijkste federale bevoegdheden te benoemen en toe te wijzen, wordt dat residu bovendien sterk gemarginaliseerd. Daarmee verliest de discussie rond artikel 35 van de Grondwet meteen fors aan belang.

Het opstellen van een lijst van federale bevoegdheden veronderstelt uiteraard een goed begrip van welke bevoegdheden op federaal niveau worden uitgeoefend. Laat net dat de vernieuwing zijn van dit boek: een volledige en systematische bespreking van de federale bevoegdheden.

Karel Reybrouck is als doctoraatsstudent en voltijds assistent in het Constitutioneel Recht verbonden aan het Leuven Centre for Public Law.

Stefan Sottiaux is professor grondwettelijk recht verbonden aan het Leuven Centre for Public Law en advocaat bij Demos Public Law.

Bestel het boek ‘De federale bevoegdheden’ (2019) via deze site.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.