De juridische tweedelijnsbijstand hervormen: graag niet enkel voor maar ook mét mensen in armoede!

17 oktober was werelddag van verzet tegen extreme armoede, maar de aandacht voor de problematiek duurt hopelijk langer dan die ene dag. Deze blogpost van dr. Els Vandensande vormt een oproep om ook in de juridische wereld volop gebruik te maken van de ervaringskennis van mensen in armoede. Een oproep om niet enkel voor maar juist samen met mensen in armoede structurele verandering na te streven in hun toegang tot de rechter en de realisatie van hun rechten.

De juridische tweedelijnsbijstand – het pro-Deosysteem – staat onder druk en het debat tussen politici, academici en practici over een hervorming woedt volop. Centraal staat de vraag hoe we ook voor mensen met beperkte bestaansmiddelen tegen een redelijke kostprijs de toegang tot de rechter en tot kwaliteitsvolle juridische bijstand kunnen waarborgen. Vreemd genoeg kregen mensen in armoede tot op dit moment nauwelijks een stem in dat debat. Dat is een gemiste kans: mensen in armoede hebben als geen ander inzicht in de uitsluitingsmechanismen die aan het werk zijn bij hun toegang tot de rechter. Die ervaringskennis is essentieel om goed te begrijpen hoe en waar het huidige systeem van juridische tweedelijnsbijstand tekortschiet.

In tegenstelling tot domeinen zoals de gezondheidszorg, de administratie en de hulpverlening – waar de waarde van ervaringskennis al langer wordt erkend en aangewend – wordt er in de juridische wereld nauwelijks verder gebouwd op de ervaringskennis van mensen in armoedeVeel waardevolle inzichten gaan hierdoor verloren. Zelfs in materies zoals de juridische tweedelijnsbijstand wordt er geen beroep gedaan op de ervaringskennis van mensen in armoede (al zijn er uitzonderingen zoals het zwartboek van het Platform Recht voor Iedereen of de verslagen over justitie van het steunpunt tot bestrijding van armoede ).  Terwijl mensen in armoede  bij uitstek goed geplaatst zijn om in die materie pijnpunten aan te reiken en werkbare oplossingen uit te werken.  

Onder de titel Praat Advocaat sprak ik in het najaar van 2018 en het voorjaar van 2019 verschillende keren met een groep mensen in armoede  over hun ervaringen met (pro-Deo)advocaten. In die gesprekken werd al snel duidelijk dat de input van en een dialoog met mensen in armoede ook het debat over de juridische tweedelijnsbijstand enorm zou kunnen verrijken. Mensen in armoede identificeren immers als geen ander de belangrijke pijnpunten, signaleren (nieuwe) gevaren, brengen oplossingen aan en wijzen op een aantal hardnekkige misverstanden over hun leefwereld die maatregelen bij aanvang ondoelmatig dreigen te maken. Ik geef hieronder kort vier voorbeelden van dergelijke inzichten die uiteraard geenszins een volkomen reflectie zijn van de rijkdom van de inzichten van mensen in armoede.

Staatsadvocaten zijn geen mirakeloplossing

Zo waren de deelnemers aan Praat Advocaat kritisch over het voorstel om advocatenkantoren op te richten met staatsadvocaten die zich enkel met pro-Deozaken zouden bezig houden. Ze vonden het interessant dat je in dat geval beroep zou kunnen doen op een heus advocatenkantoor maar waren ook sceptisch. De praktijk zal moeten leren of een systeem van staatsadvocaten kan garanderen dat mensen voor al hun problemen de hulp zullen krijgen van een goede specialist, dat de staatsadvocaten voldoende tijd en middelen kunnen besteden aan elk dossier en dat de vergoedingen voor de staatsadvocaten voldoende hoog zijn om goede advocaten aan te trekken. De deelnemers willen ook niet dat een systeem van staatsadvocaten afbreuk doet aan hun vrije keuze van een advocaat (zie ook artikel 508/9 van het Gerechtelijk Wetboek).

Meer opleiding is goed maar het moeten wel de juiste opleidingen zijn

De deelnemers aan Praat Advocaat vinden het ook positief dat de Orde van Vlaamse Balies (OVB) advocaten die zich inschrijven op de lijst van de tweedelijnsbijstand, wil verplichten meer opleidingen te volgen.  Ze begrijpen echter niet waarom de OVB pro-Deoadvocaten wil verplichten bijkomende inhoudelijk-juridische opleidingen te volgen en niet opleidingen inzake maatschappelijke kwetsbaarheid, communicatie of andere transversale thema’s eigen aan het pro-Deowerk. Daar knelt immers juist het schoentje… Tegelijkertijd waarschuwen de deelnemers dat die bijkomende verplichtingen advocaten niet mogen ontmoedigen om ook na hun stagejaren actief te blijven als pro-Deoadvocaat.

Hou rekening met het bestaande wantrouwen

Een aantal deelnemers aan Praat Advocaat zagen in dit voorstel van de OVB wel onmiddellijk hun vrees bevestigd dat pro-Deoadvocaten minder goede advocaten zouden zijn: waarom zouden anders juist die advocaten nood hebben aan extra juridische opleidingen? Die reactie geeft goed aan hoe groot het wantrouwen van mensen in armoede tegenover hun (pro-Deo)advocaten is. Dit wantrouwen verbaast trouwens niet. Juist mensen in armoede worden vaak geconfronteerd met (pro-Deo)advocaten die het niet zo nauw nemen met de regels. Alleen al de deelnemers aan Praat Advocaat hadden ervaring met advocaten die bovenop de pro-Deovergoeding geld vragen om de zaak “ook echt te winnen”, advocaten die bij het zien van de huidskleur van hun cliënt ontkennen een afspraak met hen gemaakt te hebben, advocaten die nooit de telefoon opnemen en hun cliënt zelfs niet informeren over de beslissing van de rechter, enz. Het is dan ook cruciaal om met dat wantrouwen rekening te houden bij een hervorming van het systeem. Doen we dat niet, dan dreigen goedbedoelde maatregelen hun doel alsnog voorbij te schieten.

Verkeerde opvattingen over de leefwereld van mensen in armoede

Een open dialoog met mensen in armoede kan tot slot ook helpen om een einde te maken aan een aantal hardnekkige misverstanden over de leefwereld van mensen in armoede die nog steeds een rol spelen in het debat over de hervorming van de juridische tweedelijnsbijstand. In tegenstelling tot wat velen denken, weten veel mensen die in armoede leven bijvoorbeeld niet dat er zoiets bestaat als pro-Deoadvocaten. Verschillende deelnemers aan Praat Advocaat vertelden hoe ze in het verleden niet de hulp van een pro-Deoadvocaat hadden ingeroepen omdat ze toen niet wisten dat dit systeem bestond.  Ondanks de vaak gehoorde klacht van overconsumptie of misbruik, moeten we dus wel degelijk blijven inzetten op het breed verspreiden van informatie over juridische tweedelijnsbijstand en het actief op zoek gaan naar diegenen die  van hun recht verstoken blijven. Het is de taak van de wet- en regelgever om de regels zo te verfijnen dat zowel onder- als overconsumptie worden tegengegaan. De inbreng van ervaringskennis van mensen in armoede is daarbij  onontbeerlijk.

Naar een expertiseopbouw niet enkel voor maar samen met mensen in armoede

De bovenstaande voorbeelden maken duidelijk hoe de inbreng van de ervaringskennis van en een diepgaande dialoog met mensen in armoede het debat over de hervorming van de juridische tweedelijnsbijstand kan verrijken. Mensen in armoede houden ons allemaal een kostbare spiegel voor en dagen ons uit het probleem op een andere manier te bekijken. Laat ons in de toekomst dus niet enkel voor maar nog meer samen met mensen in armoede expertise opbouwen over effectieve juridische bijstand voor mensen in armoede. De dialoog die daaruit volgt tussen mensen in armoede en de brede juridische wereld is een noodzakelijke stap om te komen tot structurele veranderingen die moeten garanderen dat het recht op juridische bijstand en op toegang tot de rechter ook in de 21ste eeuw een daadwerkelijk en doeltreffend recht blijft voor mensen in armoede.

Els Vandensande is vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuven Centre for Public Law en doctoreerde in 2018 op een proefschrift over de impliciete en inherente machten van rechtbanken. Momenteel is zij werkzaam als juriste bij het Netwerk tegen Armoede, het netwerk van 59 Verenigingen waar Armen het Woord Nemen in Vlaanderen en Brussel.

Het project Praat Advocaat kwam tot stand in samenwerking met A’kzie Vereniging waar Armen het Woord Nemen in Kortrijk en de vele bezoekers die zich inzetten voor dit project en hun ervaringen en inzichten deelden. In het bijzonder Kenneth, Maxim, Deequa, Besharo, Ahmed, Jean-Marie, Johny, Natalie, Jeroom, Mark, Bruno, Fadoussa, Steve, Mariam, Adama, Dorien, Cathérine, Padje, Ginette, Connie, Annie, Madina, Sandra, Tine, Amina, Habiba, Farida, Rik, Diederick, Mattias, Kris , Roger, Wilma, Baria, Marjam en Robby die allen verkozen enkel met hun voornaam vermeld te worden.

Een uitgebreide neerslag van de gesprekken met mensen in armoede over hun ervaringen met advocaten in het algemeen en pro-Deoadvocaten in het bijzonder verschijnt binnenkort in het tijdschrift Panopticon.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.