De juridische aanpak van voedselverspilling: not a piece of cake?

Dit jaar was het al op 29 juli overshoot day, de dag waarop de mensheid meer heeft verbruikt van de planeet dan onze planeet tijdens dat jaar kan (re)genereren. In veel van onze huidige patronen van grondstofwinning, productie, productgebruik en afvalbeheer moeten dan ook verdere veranderingen plaatsvinden.  Nadenken over een meer circulaire economie en de rol van het recht biedt hierbij interessante perspectieven. Deze bijdrage werpt een korte blik op de aanpak van voedselafval en de manieren waarop het recht die kan ondersteunen.

De circulaire economie is een economie waarin de waarde van producten, materialen en middelen zo lang mogelijk in de economie blijft en de productie van afval wordt geminimaliseerd. De hoeveelheid afvalproductie, in het bijzonder voedselafvalproductie, wordt internationaal en Europees gezien als een belangrijke indicator voor de vooruitgang op het gebied van circulaire economie.

Voedselafvalproductie, of -verspilling, vormt een breed en complex probleem. Van productie tot eindverbruik door consumenten gaat volgens de Food and Agriculture Organisation (VN-agentschap) ongeveer één derde van het geproduceerde voedsel verloren. De oorzaken en de gevolgen van voedselverspilling zijn meervoudig. Vooral in landen met een middelhoog en hoog inkomen wordt voedsel verspild, en dan voornamelijk op consumentenniveau. Vlaamse gezinnen verspillen bijvoorbeeld jaarlijks zo’n 241 miljoen kilo voedsel, gemiddeld 88 kilo per huishouden. Dit heeft grootschalige, nefaste gevolgen op ecologisch, economisch en sociaal niveau.

De juridische aanpak van voedselverspilling: op een kruispunt van rechts- en beleidsgebieden

Gezien de omvang van het probleem is de aanpak van voedselverspilling geen sinecure.  De vraagt rijst dan ook welke rol het recht hierbij zou kunnen spelen. Het recht kan immers een hulpmiddel zijn, een waardevol instrument om voedselverspilling terug te dringen. De aanpak van voedselverspilling staat echter op een kruispunt van vele verschillende rechts- en beleidsgebieden.

Enerzijds kan een aanzienlijk aantal beleidsmaatregelen immers een impact hebben op het gebied van voedselverspilling: van voedselveiligheid en hygiëneregels (volksgezondheid) tot economisch beleid zoals landbouw- en visserijbeleid, energiebeleid, milieubeleid (omgaan met natuurlijke bronnen, afval), enzovoort.  In het bijzonder vergt het Europeesrechtelijke integratiebeginsel (art. 11 TFEU) bovendien dat doelstellingen en beginselen van milieubeleid eigenlijk in aanmerking moeten genomen worden bij het scheppen en uitvoeren van een beleid in élke sector.

Anderzijds zullen ook ingrepen in en via het recht complex zijn. Om voedselverspilling coherent tegen te gaan, zal het Europese, nationale en regionale recht dat uiting geeft aan deze ruime waaier van beleidsmaatregelen, wellicht heroverwogen of gewijzigd moeten worden. Omdat meerdere beleidsniveaus betrokken zijn bij de aanpak van voedselverspilling, is de bevoegdheidsverdeling echter erg versnipperd tussen de verschillende machtsniveaus (Europese Unie, federale Staat, gemeenschappen, gewesten en gemeenten). Er bestaat immers geen specifieke bevoegdheid “voedselverspilling”. Systeemdenken, coöperatie en coördinatie bevorderen is dus ook hier essentieel voor een doeltreffend beleid.

De prioriteitenladder als houvast voor de beleidsmaker

Een van de voornaamste juridische kapstokken voor een dergelijk coherent en doeltreffend afvalbeleid  is de afvalhiërarchie.  Deze hiërarchie is wettelijk verankerd en stelt prioriteiten voor afvalbeheer: een overheid zal dus steeds maatregelen moeten nemen in functie van deze hiërarchie. Aan de top van deze prioriteitenladder staat de preventie van afvalstoffen, met daaronder de volgende oplossingen (van hoog naar laag): hergebruik, recyclage, energieterugwinning en verwijdering.

De prioriteitenladder kan dan ook worden toegepast om de opportuniteit te beoordelen van beleidskeuzes in de aanpak van de voedselafvalstroom. Deze beleidskeuzes betreffen enerzijds de aanpak van het probleem in de voedselvoorzieningsketen en anderzijds de aanpak op het niveau van de consument.

De aanpak van voedselverspilling in de voedselvoorzieningsketen

In de voedselvoorzieningsketen zijn er verschillende oorzaken maar eveneens verschillende manieren van aanpak van voedselverspilling. Oneerlijke handelspraktijken worden hier geïdentificeerd als één van de belangrijkste veroorzakers van voedselafval. Wanneer bijvoorbeeld een sterke economische actor, zoals een grote supermarktketen, misbruik maakt van zijn machtspositie en op het allerlaatste moment een bestelling annuleert, moet de (vaak kwetsbaardere) producent zijn productie weggooien, wat tot vermijdbare voedselverspilling leidt. De Europese Unie trad dan ook recent wettelijk op om zulke handelspraktijken te verbieden, in toepassing van de bovenvermelde voorkeur voor preventie. Deze regels zullen uiteraard ook in ons land correct moeten worden omgezet.

Ook voedselschenking is een strategie om verspilling in de voedselvoorzieningsketen aan te pakken, maar zou eerder als een ultimum remedium tegen voedselverspilling moeten worden beschouwd. Een beleid dat louter focust op het faciliteren van voedselschenking moedigt immers niet aan tot het vermijden van voedselverspilling in een vroeger stadium. Bijgevolg vormt voedselschenking slechts een lagere trap in de toegepaste afvalhiërarchie (na preventie). Toch is het om voedselschenking bij ons aan te moedigen zeker noodzakelijk om een gunstig aansprakelijkheidsregime in te voeren dat de schenkers beter beschermt. Wat het fiscale regime voor schenkers betreft, heeft België alvast enkele interessante maatregelen aangenomen, zoals bijvoorbeeld een mogelijke btw-vrijstelling. Voorts bepalen we ook beter juridisch wie net de kosten zou moeten dragen van het beheer en vervoer van dergelijke voedseloverschotten. Hier brengt een interpretatie van het vervuiler-betaalt-beginsel (artikel 191, 2 TFEU) wellicht soelaas: de veroorzaker van het voedseloverschot moet instaan voor deze kosten. Liefdadigheidsinstellingen beschikken momenteel in elk geval vaak niet over voldoende middelen om dit beheer en vervoer in goede banen te leiden.

Daarnaast dient het recht ervoor te zorgen dat de talrijke bestaande privé-initiatieven om voedselverspilling te vermijden het geschikte juridische kader krijgen voor hun ontwikkeling en ontplooiing.  Too Good To Go is bijvoorbeeld zo’n digitale toepassing waarop supermarkten en lokale handelaars hun dagelijkse overschotten te koop aanbieden voor een lagere prijs. De toepassing won de Belgische Food Waste Award 2019 in de categorie “changemakers”. Too Good To Go is tot nu toe de enige digitale toepassing die zo’n dienst aanbiedt. Een gunstig juridisch kader kan bijvoorbeeld belastingvoordelen voorzien bij de verkoop van voedseloverschotten aan een lagere prijs of de digitale toepassing beschermen op het niveau van mogelijke  aansprakelijkheid bij problemen qua voedselhygiëne. Een dergelijk faciliterend juridisch kader kan handelaars aanmoedigen om met Too Good To Go samen te werken en de ontwikkeling van gelijkaardige digitale toepassingen bevorderen.

De aanpak van voedselverspilling bij de consument

Op het niveau van de consument hebben bijvoorbeeld houdbaarheidsdata dan weer een aanzienlijke impact op het weggooigedrag van consumenten. Consumenten begrijpen niet vaak het verschil tussen “te gebruiken tot” en “ten minste houdbaar tot”. Hierbij is het aangewezen te streven naar rechtsregels die een beter evenwicht bevatten tussen voedselveiligheid enerzijds en vermijden van voedselafval anderzijds en beleidsmatig in te zetten op bijvoorbeeld een beter begrip door consumenten van de betekenis van deze houdbaarheidsdata. Door consumenten beter in te lichten zou men preventief handelen (en dus opnieuw de eerste trap in de afvalhiërarchie toepassen).

De bovenstaande aanbevelingen bieden slechts een greep uit de mogelijke juridische initiatieven om voedselafval tegen te gaan en er is zeker nog een lange weg te gaan. De groeiende aandacht voor voedselverspilling en de al bestaande, hoewel bescheiden, juridische initiatieven op dit vlak bieden echter hoop voor de toekomst. Internationale, Europese en Belgische politieke instanties zijn zich gelukkig bewust van de nood om voedselafval op de politieke agenda te zetten om naar een duurzame, circulaire economie te evolueren.

Anna Saccomano studeerde in 2019 af aan de KU Leuven. Zij bereidde haar masterthesis voor over het onderwerp van deze post in het domein van het milieu-en energierecht onder begeleiding van Raf Callaerts.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.