De gedifferentieerde waarborg van de lokale autonomie (1/2): Spelen Anderlecht, Brugge, Charleroi en Eupen in dezelfde liga?

Print Friendly, PDF & Email

In het unitaire Belgique à papa ressorteerden alle gemeenten onder de uniforme wetgeving van één en dezelfde eenheidsstaat. Sinds de wetgevende macht door het federaliseringproces wordt gedeeld tussen de federale overheid en de deelstaten vallen de Belgische gemeenten onder meerdere, en bovendien per taalgebied verschillende, hogere overheden. Dit heeft gevolgen voor de draagwijdte van de lokale autonomie van de gemeenten in de verschillende taalgebieden. Deze blogpost van drs. Karel Reybrouck suggereert dat de gemeenten Anderlecht, Brugge, Charleroi en Eupen daardoor over een gedifferentieerde waarborg van lokale autonomie beschikken.

Komt de waarborg van de lokale autonomie op dezelfde wijze toe aan alle Belgische gemeenten? Deze vraag zal menig rechtsgeleerde de wenkbrauwen doen fronsen. Hoewel de lokale autonomie een veelbesproken thema is, schenkt de rechtsleer amper aandacht aan de vraag of de gemeentelijke autonomie wel overal even rigide is. A priori lijken er ook geen redenen voorhanden om aan te nemen dat bepaalde gemeenten over meer of minder lokale autonomie zouden beschikken dan anderen. De waarborg van de gemeentelijke autonomie ontspruit immers aan internationale en constitutionele normen, die identiek zijn voor alle gemeenten op het grondgebied.

De lokale autonomie

Het beginsel van de gemeentelijke autonomie wordt gewaarborgd door de artikelen 41, eerste lid en 162, tweede lid, 2° van de Grondwet en door het Europees Handvest inzake Lokale Autonomie. Dit principe stelt de gemeenten in staat om “zich elke aangelegenheid toe te eigenen waarvan zij menen dat het tot hun belang behoort en die aangelegenheid te regelen zoals zij dat opportuun achten.” (zie overw. B.25)

Het voordeel van de niet-afgebakende bevoegdheidssfeer van de gemeenten is dat zij over een zeer breed actieveld beschikken, aangezien zij in alle domeinen ‘van gemeentelijk belang’ kunnen optreden. De keerzijde van de medaille is dat de hogere overheden (de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten) deze ongedefinieerde gemeentelijke werkingssfeer kunnen inperken.

Beperkingen van de lokale autonomie

Hoewel de gemeente volgens art. 41 Gw. in het algemeen bevoegd is voor “alles wat van gemeentelijk belang is”, is de autonomie van de lokale besturen niet zo uitgebreid als de Grondwet doet uitschijnen. De gemeentelijke bevoegdheidssfeer is immers wel onbepaald, maar niet onbeperkt. De gemeenten staan onderaan in de hiërarchie der normstellers en zijn onderworpen aan het administratief toezicht van de hogere overheden. De hogere overheden kunnen de gemeentelijke bevoegdheidssfeer ook inperken door bepaalde gemeentelijke aangelegenheden gedeeltelijk of volledig te harmoniseren, te centraliseren of volledig te usurperen.

De gemeentelijke autonomie is dus aan voortdurende verandering onderhevig, en die verandering hangt in de eerste plaats af van het optreden van de hogere overheden. Zo veroorzaakten de eerste staatshervormingen (1970-1988) meteen een centraliseringsgolf binnen de aangelegenheden die werden gedefederaliseerd. De recent opgerichte (cultuur)gemeenschappen en gewesten vulden hun nieuwe bevoegdheden (o.m. de ruimtelijke ordening, het leefmilieu en het waterbeleid) meteen actief in, en naarmate de deelstaten hun bevoegdheden uitbreidden, bleef er minder actieruimte over voor de gemeenten.

Proportionaliteit en subsidiariteit

De gemeentelijke autonomie kan echter niet onbeperkt worden ingeperkt. De waarborg van de lokale autonomie beschermt de gemeentelijke bevoegdheidssfeer tegen al te ingrijpend optreden van een centralistisch ingestelde hogere overheid. De Raad van State en het Grondwettelijk Hof waken erover dat het optreden van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten geen “kennelijk onevenredige inbreuk” vormt op het principe van de lokale autonomie (zie p. 14 e.v., zie overw. B.26)). Aan de hand van deze marginale proportionaliteitstoets acht het Grondwettelijk Hof (zie overw. B.8.3) de gemeentelijke autonomie in elk geval geschonden indien het optreden van de hogere overheden de essentie van de gemeentelijke bevoegdheden ontzegt, of indien de bevoegdheidsinperking niet kan worden verantwoord door het feit dat die bevoegdheden beter zouden worden uitgeoefend op een ander bevoegdheidsniveau (d.i. het subsidiariteitsbeginsel).

In het licht van het subsidiariteitsbeginsel moet de hogere overheid aantonen dat zij doeltreffender kan optreden dan de lagere overheid. Een dergelijke motivering veronderstelt een argumentatie op basis van, onder meer, de realiteit van het beleidsdomein in kwestie, de kenmerken van het gemeentelijk landschap, de verhouding tussen de hogere en de lagere overheid en de eigenschappen van de hogere overheid zelf (zie p. 106). Deze factoren variëren aanzienlijk in de vier taalgebieden. Het gemeentelijk landschap in Vlaanderen, dat landelijke gemeenten afwisselt met meer dichtbevolkte voorsteden en (middel)grote centrumsteden, verschilt sterk van de zeer verstrengelde situatie van de negentien verstedelijkte gemeenten van de Brusselse agglomeratie. De grote mate van nabijheid tussen de Duitstalige Gemeenschap en de 9 gemeenten op haar grondgebied staat in schril contrast met de afstand tussen de 253 gemeenten van het Franse taalgebied en hun hogere overheden.

Zoals vermeld, zijn de regionale situatie waarin een gemeente zich bevindt en de nabijheid van de hogere overheid belangrijke factoren bij het beoordelen van de proportionaliteit van een inperking van de lokale autonomie. Omdat die elementen sterk variëren in de verschillende gewesten, is het mogelijk dat een identieke wetgevende bepaling uitgevaardigd door het ene gewest een kennelijk onevenredige schending van de lokale autonomie vormt, terwijl het in een ander gewest wel de proportionaliteitstoets doorstaat. De bescherming van de lokale autonomie lijkt dus niet meer in dezelfde mate toe te komen aan de gemeenten Anderlecht, Brugge, Charleroi en Eupen.

Deze hypothese biedt interessante pistes voor verder onderzoek. Vooreerst rijst de vraag of er, naast de artikelen 41 en 162 Gw., nog andere grondwetsbepalingen bestaan die, onder invloed van het federaliseringsproces, een gedifferentieerde uitwerking kennen in de verschillende landsdelen. Daarnaast moeten we ons afvragen wat de concrete gevolgen zijn van de theorie van de gedifferentieerde waarborg van de lokale autonomie. Vermoedelijk zullen deze gevolgen zich het meest laten gevoelen in de kleinste taalgebieden (Brussel en Oost-België), waar de hogere overheden het minst ver verwijderd zijn van de gemeenten en de realiteit op het terrein. Een volgende blogpost onderzoekt de effecten van deze theorie door in te zoomen op de specifieke situatie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de negentien gemeenten.

Karel Reybrouck is als doctoraal onderzoeker in het Constitutioneel Recht verbonden aan het Leuven Centre for Public Law.

Deze blogpost is een beknopte bespreking van de bijdrage “De grondwettelijke waarborg van de gemeentelijke autonomie, federalisme en Brussel”, aan het verzamelwerk Themis 114 – Actualia gemeenterecht 2020.

Opmerkingen over de inhoud van deze blogpost? Stuur je feedback zeker door naar [email protected]!


K. REYBROUCK, "De gedifferentieerde waarborg van de lokale autonomie (1/2): Spelen Anderlecht, Brugge, Charleroi en Eupen in dezelfde liga?", Leuven Blog for Public Law, 24 August 2020, https://www.leuvenpubliclaw.com/de-gedifferentieerde-waarborg-van-de-lokale-autonomie-1-2-spelen-anderlecht-brugge-charleroi-en-eupen-in-dezelfde-liga (geraadpleegd op 1 December 2020)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.