De doodstraf: dood en begraven of toch nog springlevend?

Donderdag 10 oktober is de Werelddag tegen de Doodstraf en sinds 2007 ook de Europese dag tegen de doodstraf. Traditioneel vormt het een gelegenheid om de strijd voor de afschaffing van de doodstraf onder de aandacht te brengen. Maar is zo’n dag nog wel noodzakelijk? Zijn we weldra toe aan een feestdag ter herdenking van de wereldwijde afschaffing van de doodstraf of blijft deze alsnog voer voor discussie leveren?

Van toen tot nu

Ruim 250 jaar geleden liet de Italiaanse filosoof Cesare Beccaria zich in zijn traktaat over misdaden en straffen (‘Dei delitti e delle pene’) kritisch uit over de toepassing van de doodstraf. Vooral de wreedheid ervan en het gebruik zonder enig aangetoond afschrikwekkend effect stootten hem tegen de borst. Toen was de doodstraf nog wijdverspreid en vormde Beccaria’s betoog een verfrissende wind in een nog ontluikend debat.

Vandaag wordt in onze contreien de onwenselijkheid van de doodstraf vaak als een evidentie beschouwd. Het Europese mensenrechtelijke kader kan dienen ter bevestiging daarvan. Aanvankelijk merkte het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (1950) de doodstraf nog aan als toegelaten uitzondering op het recht op leven (art. 2 EVRM). Ondertussen poneren het zesde (1983) en dertiende protocol (2002) bij dit Verdrag echter de afschaffing van de doodstraf respectievelijk tijdens vredestijd en onder alle omstandigheden. Beide protocollen zijn geratificeerd door een groot aantal leden van de Raad van Europa. Daardoor is de doodstraf als toegelaten uitzondering op het recht op leven volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zelfs als het ware verwijderd uit artikel 2 EVRM (Al-Saadoon en Mufdhi/Verenigd Koninkrijk).

Bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten zien we een gelijkaardige evolutie. Het tweede protocol bij dit instrument (1989) introduceerde ook daar de abolitie, minstens in vredestijd. Tot slot is het verbod op oplegging en uitvoering van de doodstraf ook opgenomen in het Handvest van de grondrechten van de EU (art. 2.2).

What about us?

Ook België legt uiteraard geen doodstraffen meer op, maar het heeft wel even geduurd vooraleer de (grond)wetgever tussengekomen is. Formeel is de doodstraf zelfs nog geen kwarteeuw uit het Strafwetboek verdwenen. Daarvoor werd deze gelukkig al lange tijd niet meer voltrokken. Sedert 1865 werden de uitgesproken doodvonnissen voor gemeenrechtelijke misdrijven in de praktijk stelselmatig niet meer uitgevoerd via het koninklijk genaderecht (huidig art. 110 Gw.). Dit mechanisme liet toe een door de rechter opgelegde doodstraf niet uit te voeren, maar om te zetten in een minder zware straf. Het tijdperk volgend op de beide wereldoorlogen leverde daarna wel nog een relatief groot aantal executies op voor militaire misdrijven en collaboratie. De laatste van deze terechtstellingen vond plaats in 1950 toen een Duitse commandant geëxecuteerd werd met de kogel.

Pas met de wet van 10 juli 1996 schrapte de wetgever uiteindelijk de verwijzingen naar de doodstraf uit het Strafwetboek. In de daaropvolgende jaren ratificeerde ons land daarenboven alle hierboven vermelde protocollen bij de mensenrechtenverdragen. Finaal werd de afschaffing van de doodstraf in 2005 ook verankerd in artikel 14bis Gw.

Maar… niet iedereen gaat voor de bijl

Hoewel er dus internationaal en nationaal heel wat in beweging gezet is, blijft de doodstraf nog steeds geen marginaal feit. Volgens Amnesty International ging het in 2018 om 690 geregistreerde executies en 2.531 geregistreerde terdoodveroordelingen wereldwijd. Koplopers op vlak van executies zijn Iran (253+), Saudi-Arabië (149) en Vietnam (85+). In de USA vonden in 2018 daarentegen ‘slechts’ 25 executies plaats. Een nuancering bij dit rapport is wel dat China geen gegevens doorspeelt omdat het aantal doodstraffen daar een staatsgeheim is. Het geschatte aantal uitgevoerde terdoodveroordelingen in China zou vermoedelijk tot in de duizendtallen oplopen.

Ook bij ons blijft de doodstraf de gemoederen beroeren. Zo dienden in 2016 de parlementsleden van het Vlaams Belang nog een wetsvoorstel tot wederinvoering van de doodstraf in. Deze zou wel ‘automatisch omgezet worden in een levenslange opsluiting, zonder mogelijkheid tot vervroegde vrijlating’. Ook een bekende Antwerpse strafpleiter heeft in het verleden al gesteld dat het invoeren van de doodstraf voor terroristen een debat verdient. En eerder dit jaar nog deed het feit dat Belgische IS-strijders elders tot de doodstraf veroordeeld werden, stof opwaaien.

Een (te) groot aantal nadelen

Zowel het actief uitvoeren van de doodstraf als het passief oogluikend toelaten dat ze elders opgelegd en toegepast wordt, verdient afkeuring. De nadelen verbonden aan de doodstraf zijn immers veelvuldig. Zo is er bijvoorbeeld de onomkeerbaarheid van de executie van onschuldigen, wat wel degelijk voorkomt. Om het voorgaande te vermijden en de rechten van de verdediging niet tot dode letter te maken, zijn ook heel wat procedurele waarborgen nodig. Dat doet de kostprijs van de doodstraf al vlug boven de maatschappelijke kost van een levenslange vrijheidsstraf uitsteken.

Tevens het feit dat de etnische origine van slachtoffer of verdachte een invloed lijkt te hebben op de beslissing om al dan niet een doodstraf uit te spreken, pleit tegen deze sanctie. Bovendien is het gebrek aan enig afschrikwekkend effect ook na Beccaria herhaaldelijk aangehaald als argument. En dan laten we minder praktische, maar meer pertinente overwegingen als moraliteit en eerbied voor de menselijke waardigheid nog achterwege.

Blijvend nut van een dag tegen de doodstraf

Tot een volledige afschaffing van deze primitieve praktijk is het nog niet gekomen, maar de dalende trend van de afgelopen jaren zette zich in 2018 wel verder. Er is dus enige reden voor euforie, maar een dag tegen de doodstraf blijft nog altijd een verantwoorde noodzaak. Laat ons die dag niet enkel aanwenden om landen die nog terechtstellingen uitvoeren op hun morele plicht en de vele nadelen te wijzen, maar ook om goedkeurend taalgebruik over de doodstraf in eigen land even scherp te veroordelen.

Sem Careel is doctorandus aan het Instituut voor Strafrecht, KU Leuven.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.