De dialoog tussen het Grondwettelijk Hof en het EHRM

Print Friendly, PDF & Email

Op vrijdag 22 november had aan KU Leuven de emeritaatsviering van Paul Lemmens plaats, in het gezelschap van heel wat vrienden en collega’s. Naar aanleiding hiervan schreven een aantal onder hen een bijdrage voor het prachtige Liber amicorum Paul Lemmens. In deze blogreeks zetten we een aantal bijdragen uit dit boek in de kijker. Deze week gaan prof. emeritus André Alen en praktijklector en referendaris Willem Verrijdt in op de dialoog tussen het Belgisch Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Het onderwerp van onze bijdrage in het Liber amicorum Paul Lemmens lag voor de hand. Paul Lemmens gaat steeds graag in dialoog met zijn collega’s en studenten. Tussen ‘zijn’ EHRM en ‘ons’ Grondwettelijk Hof bestaat bovendien een vruchtbare dialoog die beide rechtscolleges ten goede komt. We pasten in onze bijdrage eerst de rechtstheorie over de rechterlijke dialoog toe op de verhouding tussen het EHRM en het Belgische Grondwettelijk Hof. Vervolgens analyseerden we de houding van beide rechtscolleges in die dialoog aan de hand van hun rechtspraak.

Constitutioneel pluralisme en rechterlijke dialoog

In een context van constitutioneel pluralisme vereist het rechtszekerheidsbeginsel een permanente dialoog tussen de Europese en de hoogste nationale rechtscolleges, die niet alleen met de eigenheden van ‘hun’ eigen ‘grondwetten’, maar ook met elkaars belangen rekening moeten houden.

In de verhouding tussen het EHRM en de nationale grondwettelijke hoven is alvast voldaan aan de mogelijkheidsvoorwaarden voor een succesvolle dialoog, zoals uitgewerkt door Jürgen Habermas. Mensenrechten zijn immers bij uitstek open normen. Ook worden in het objectieve contentieux door een grondwettelijk hof andere klemtonen gelegd dan in de in concreto toetsing door het EHRM. Er is dus zeker ruimte voor meningsverschillen over de invulling en de toepassing van de mensenrechten. Tegelijk bieden die mensenrechten het gemeenschappelijke referentiekader voor een dialoog in dezelfde ‘taal’. Dit geldt met name voor het Belgische Grondwettelijk Hof, dat de grondrechten in de Belgische Grondwet interpreteert aan de hand van de Straatsburgse rechtspraak over de analoge grondrechten gewaarborgd door het EVRM.

Daarnaast bestaat er geen formeel-hiërarchische verhouding tussen het EHRM en de grondwettelijke hoven, die elkaars arresten niet kunnen vernietigen. De wederzijdse erkenning als gesprekspartner is wel aanwezig, nu beide rechtscolleges regelmatig naar elkaars rechtspraak verwijzen. Beide rechtscolleges hebben ook voldoende mogelijkheden om met elkaar in dialoog te treden, zowel in hun rechtspraak als via andere kanalen. Tot slot is de dialoog voortdurend. Een bestaande consensus heeft immers geen eeuwigheidswaarde, daar elk argument kan worden tegengesproken in een later arrest.

Het Grondwettelijk Hof als gesprekspartner

Het Grondwettelijk Hof stelt zich in die dialoog op als een loyale gesprekspartner, die de rechtspraak van het EHRM, zowel tegen België als tegen de andere lidstaten, nauwgezet implementeert en zelden of nooit bekritiseert. Het past het EVRM toe in 1/3 van zijn arresten en verwijst naar de rechtspraak van het EHRM in 1/4 van zijn arresten. Het past zijn rechtspraak ook aan na een kentering in de Straatsburgse rechtspraak. Daarnaast neemt het Hof ook concepten en technieken uit de rechtspraak van het EHRM over, zoals de autonome interpretatie, de appreciatiemarge en de positieve verplichtingen. Zelfs de toets aan het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie, nog steeds de core business van het Hof, is afgeleid van de standaard die het EHRM ontwikkelde in de Belgische Taalzaak.

Ook op procedureel vlak waarborgt het Hof de correcte toepassing van het EVRM. Zo past het zijn eigen procedureregels toe in het licht van artikel 6 EVRM, schort het het beraad in een zaak op in afwachting van een relevant arrest van de Grote Kamer, heropent het de debatten indien na de pleidooien de EHRM-rechtspraak wijzigt en stelt het prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU indien het een onverzoenbaarheid tussen de Luxemburgse en de Straatsburgse rechtspraak vaststelt.

De meeste auteurs zijn het eens met de houding van het Hof. Toch duiken soms kritieken op, bijvoorbeeld op het feit dat het Hof een Straatsburgs arrest toepast op een wezenlijk verschillende casus, of op de ‘blinde volgzaamheid’ van Straatsburgse rechtspraak die zelfs als te verregaand wordt bekritiseerd.

Het EHRM als gesprekspartner

Het EHRM erkent het Grondwettelijk Hof als gesprekspartner die aan alle standaarden van artikel 6 EVRM voldoet. Dat het Hof voor de helft uit gewezen parlementsleden bestaat, doet daaraan geen afbreuk.

In zaken tegen België oordeelt het EHRM vaak pas nadat het Grondwettelijk Hof zich al over de toepasselijke wetgeving heeft uitgesproken. In een bijdrage naar aanleiding van de dertigste verjaardag van het Grondwettelijk Hof schreef Paul Lemmens dat het Hof ‘zeer goed scoort in Straatsburg’. In de meeste van die zaken onderschrijft het EHRM inderdaad de conclusies van het Grondwettelijk Hof. Soms doet het dat zelfs in zaken tegen andere lidstaten, zoals in een zaak over het beroepsgeheim van advocaten en in een zaak over het Franse boerkaverbod.

In slechts drie materies heeft het EHRM België veroordeeld nadat het Grondwettelijk Hof tot niet-schending had besloten: het toepassingsgebied van artikel 1 EP EVRM, het recht op verzet in strafzaken en het verbod om een hoofddeksel te dragen in de rechtbank. In de twee laatste zaken was dat veeleer het gevolg van het feit dat het Grondwettelijk Hof de prejudiciële vragen onontvankelijk moest verklaren. En in de eerste zaak bracht het Grondwettelijk Hof zijn rechtspraak in overeenstemming met de Straatsburgse rechtspraak.

Zaken waarin onenigheid bestaat tussen de hoogste Belgische rechtscolleges, eindigen vaak voor het EHRM, al is het maar om de rechtsonzekerheid aan te kaarten die daar het gevolg van is. In dergelijke zaken sluit het EHRM zich doorgaans aan bij de positie die door het Grondwettelijk Hof was ingenomen (bv. arresten Vermeire, Silvester’s Horeca Service, Cottin, Loncke, RTBF, Ronald Vermeulen).

Voordelen van de dialoog

De rechterlijke dialoog tussen het Grondwettelijk Hof en het EHRM heeft voordelen voor beide hoven, voor de partijen en voor de rechtsorde. Indien het Grondwettelijk Hof er in de interne rechtsorde in slaagt om zo veel mogelijk schendingen van het EVRM te voorkomen of recht te zetten, bespaart dit het overbelaste EHRM heel wat zaken. Het EHRM zou die rol van het Grondwettelijk Hof kunnen versterken door een procedure voor het Grondwettelijk Hof als uit te putten nationaal rechtsmiddel (vgl. art. 35, 1 EVRM) te kwalificeren telkens wanneer de aangevoerde schending van het EVRM een wettelijke grondslag heeft.

Voor het Grondwettelijk Hof heeft deze dialoog als voordeel dat het aan de bepalingen van Titel II van de Belgische Grondwet een evolutieve interpretatie kan geven, dat het zijn eigen positie in de interne rechtsorde beter legitimeert, en dat het krediet opbouwt bij het EHRM voor wanneer het ooit de Straatsburgse rechtspraak zou moeten bekritiseren.

Voor de partijen biedt de houding van het Grondwettelijk Hof het voordeel dat zij hun argumenten gebaseerd op het EVRM (en op het EU-recht) kunnen voorleggen aan dezelfde rechter als hun argumenten gebaseerd op de Grondwet. Dit zal hen doorgaans tijd en geld besparen.

Meer algemeen is de ganse rechtsorde gebaat bij de houding van het Grondwettelijk Hof. Deze afstemming van de interpretatie van de Grondwet op de minimumstandaarden die de Straatsburgse rechtspraak oplegt, vermijdt de rechtsonzekerheid die zou volgen uit de uiteenlopende rechtspraak van twee van de hoogste rechtscolleges. Ook de justitiële en administratieve rechter worden niet tussen twee vuren geplaatst. Daarnaast neemt ook het risico op een Straatsburgse veroordeling van België daardoor af.

Tot slot houdt de rechterlijke dialoog alle betrokkenen, en met name de betrokken rechtscolleges, scherp. Zij moeten elkaars rechtspraak opvolgen en hun eigen oordelen in het licht daarvan voldoende sterk motiveren. Een dergelijke dynamiek leidt in de praktijk veeleer tot betere rechtspraak dan tot aanhoudende conflicten.

Willem Verrijdt is referendaris bij het Grondwettelijk Hof en praktijklector aan de KU Leuven (Leuven Centre for Public Law).

André Alen is voorzitter van het Grondwettelijk Hof en emeritus gewoon hoogleraar aan de KU Leuven (Leuven Centre for Public Law).


W. VERRIJDT, "De dialoog tussen het Grondwettelijk Hof en het EHRM", Leuven Blog for Public Law, 28 April 2020, https://www.leuvenpubliclaw.com/de-dialoog-tussen-het-grondwettelijk-hof-en-het-ehrm (geraadpleegd op 1 December 2020)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.