De Brusselse bevoegdheidsknoop: de touwtjes ontward?

De Brusselse institutionele architectuur is complex, ondoorgrondelijk en inefficiënt. Dat is ondertussen genoegzaam bekend. Op de conferentie ‘Quelle Constitution après 2019?/Welke Grondwet na 2019?’ lanceerden Johan Lievens en Karel Reybrouck een gedachtenexperiment om de Brusselse instellingen te vereenvoudigen. In deze blogpost geven zij tekst en uitleg.

Het Brussels imbroglio

Zes opeenvolgende staatshervormingen hebben Brussel opgezadeld met een complexe  en inefficiënte institutionele architectuur. Dat werd ook benadrukt in het Institutioneel akkoord over de zesde staatshervorming, het zogenaamde Vlinderakkoord:

Brussel heeft een ingewikkelde institutionele architectuur gekregen in de opeenvolgende akkoorden die gesloten werden in de vorige staatshervormingen. Een groot aantal instellingen voeren er belangrijke opdrachten uit (…). Deze grote versplintering van bevoegdheden hindert in heel wat gevallen de efficiëntie en de samenhang in het grootstedelijk beleid.

Die “versplintering van bevoegdheden binnen Brussel” doet zich voor op twee niveaus. Op het lokale niveau regelen de negentien gemeenten alles wat van gemeentelijk belang is. De spanningen tussen deze gemeentebesturen (zowel onderling als t.o.v. de hogere overheden) zorgen voor beleidsincongruenties en inefficiëntie. Op het deelstatelijke niveau doet de versplintering zich voornamelijk voor op het vlak van de gemeenschappen. In Brussel staan zes verschillende overheden in voor de uitoefening van de gemeenschapsbevoegdheden: de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapsscommissie (GGC), de ‘Commission communautaire française’ (COCOF), de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), de federale overheid en – sinds de zesde staatshervorming – het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (het BHG). Die wildgroei aan bevoegde overheden staat een overkoepelend en daadkrachtig beleid voor alle Brusselaars in de weg. Wie is bijvoorbeeld bevoegd voor het reguleren van deelsteps? Wie is verantwoordelijk voor de opvang (of het weren) van zogenaamde ‘transmigranten’ aan het Noordstation? Wie voor vaccinatiecampagnes tegen mazelen? Onderstaand schema schetst de bevoegdheidsverdeling tussen deze overheden (vóór de zesde staatshervorming).

Monoculturele en monopersoonsgebonden aangelegenheden betreffen Brusselse instellingen die wegens hun activiteiten of organisatie als behorende tot één specifieke gemeenschap – de Vlaamse of de Franse – kunnen worden beschouwd, zoals eentalige musea of eentalige ziekenhuizen. Biculturele en bipersoonsgebonden instellingen zijn instellingen die “gemeen” zijn aan beide gemeenschappen.

Intra-Brusselse vereenvoudiging

Geconfronteerd met de huidige bevoegdheidsversplintering hebben wij een voorstel uitgewerkt – een gedachtenexperiment – waarbij de Brusselse instellingen worden vereenvoudigd door een versterking van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (het BHG). Het BHG is immers de enige overheid die een overkoepelend, geïntegreerd beleid kan garanderen voor héél Brussel (i.t.t. de gemeenten) en álle Brusselaars (i.t.t. de gemeenschappen).

De zesde staatshervorming zette al stappen in die richting. Die hervorming versterkte de greep van het BHG op het gemeentelijk beleid en maakte het BHG bevoegd voor een beperkt aantal gemeenschapsaangelegenheden, met name de beroepsopleiding, de gemeentelijke sportinfrastructuur en biculturele aangelegenheden van gewestelijk belang (bv. Kanal en de Zinnekeparade; zie art. 135bis Gw. en art. 4 Bijzonder Brusselwet). Dat zijn alledrie bi-culturele aangelegenheden (sensu lato) die voordien, doordat ze niet onder één van beide gemeenschappen ressorteren, aan de federale overheid toekwamen, die ter zake evenwel niet optrad.

Ons gedachtenexperiment gaat verder op de ingeslagen weg en maakt het Gewest bevoegd voor álle gemeenschapsaangelegenheden. Institutioneel zou de GGC daarbij opgaan in het Gewest. Het BHG zou zo ook bevoegd worden voor de bi-persoonsgebonden aangelegenheden. In navolging van Dumont en El Berhoumi, behouden we wel het onderscheid tussen de bevoegdheden van artikel 127 van de Grondwet (i.e. cultuur en onderwijs) en artikel 128 van de Grondwet (i.e. persoonsgebonden aangelegenheden). Op het vlak van cultuur en onderwijs blijven de Gemeenschappen principieel bevoegd, en kan het BHG slechts aanvullend optreden, bijvoorbeeld wanneer de gemeenschappen in gebreke blijven. Voor persoonsgebonden aangelegenheden wordt het BHG bevoegd, en kunnen Vlaanderen en de Franse Gemeenschap desgewenst aanvullend optreden, al dan niet asymmetrisch, eventueel via hun verlengstukken de COCOF en de VGC. We passen het schema dus als volgt aan:

Door de bi-culturele en bi-persoonsgebonden gemeenschapsbevoegdheden toe te kennen aan het Gewest slinkt het aantal bevoegde overheden. Door de rol van het Gewest in communautaire aangelegenheden te vergroten (ter vervanging van mono-communautaire initiatieven) kan het Gewest een overkoepelend beleid voeren voor heel Brussel, wars van het verschil tussen gemeenschaps- en gewestbevoegdheden en zonder onderscheid tussen Franstaligen, Nederlandstaligen en anderstaligen.

Voorstanders van dit gedachtenexperiment verwelkomen de vereenvoudiging en efficiëntiewinsten die deze hervorming met zich meebrengt. Tegenstanders vrezen een verslechtering van de positie van de Vlaamse minderheid in Brussel. De Brusselse Vlaming is erg gesteld op het sterke netwerk van Vlaamse gemeenschapsinstellingen in zijn stad. We wijzen er dan ook graag op dat ons gedachtenexperiment dat netwerk allerminst opdoekt. De positie van de Vlaamse scholen en culturele instellingen in Brussel blijft ongewijzigd (het Gewest kan hier enkel aanvullend optreden, bijvoorbeeld door tweetalige onderwijsinitiatieven zoals TADA desgewenst van volwaardige ‘Brusselse’ steun te voorzien). Dat ligt anders voor de Vlaamse zorginstellingen, en andere persoonsgebonden instellingen, in Brussel. Er komt in principe één gewestelijk Brussels systeem, de Gemeenschappen zouden dan slechts aanvullend optreden.

Een sterk Gewest

Het doel van deze regionalisering is de verhoging van de efficiëntie en de vereenvoudiging van de institutionele architectuur. Deze hervorming valt daarom perfect te combineren met een centraliseringsoperatie in de vorm van een fusie van de 19 Brusselse gemeenten. Door de gefuseerde gemeenten te laten opgaan in het Gewest, krijgt het Gewest meteen ook de bevoegdheid voor alles wat van lokaal (Brussels) belang is. Bovendien kan de hervorming van de Brusselse instellingen die we in dit gedachtenexperiment schetsen, passen in het kader van een bredere evolutie van de federale staat naar een model met vier deelstaten.

Enkele vragen blijven onbeantwoord. Blijven de beschermingsmaatregelen voor Nederlandstaligen inzake bipersoonsgebonden aangelegenheden (de huidige bevoegdheden van de GGC) gehandhaafd? Zijn bijkomende maatregelen nodig om Nederlandstalige Brusselaars dienstverlening, bijvoorbeeld in zorginstellingen, in de eigen taal te waarborgen? Zijn de unieke Brusselse burgemeester en de minister-president voortaan een en dezelfde persoon? En hoe verhoudt die zich dan tot de andere overheden? Die vragen hoeven wat ons betreft evenwel geen beperking te zijn.

De Brusselse institutionele architectuur is een kluwen, waarin het vaak zoeken is naar wie precies waarvoor bevoegd is. Een doortastend beleid lijkt daardoor op allerlei domeinen onhaalbaar. Onze ambitie is het debat aan te zwengelen over hoe de Brusselse bevoegdheidsknoop kan worden ontward. Einddoel: een moderne, transparante en efficiënte overheid ten dienste van alle Brusselaars.

Johan Lievens is Universitair Docent staatsrecht aan de VU Amsterdam en vrijwillig medewerker aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven)

Karel Reybrouck is als doctoraatsstudent en voltijds assistent in het Constitutioneel Recht verbonden aan het Leuven Centre for Public Law (KU Leuven).


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.