Brieven aan het beleid (8): justitie

Print Friendly, PDF & Email

Het maatschappelijke debat woedt volop. In de blogreeks ‘Brieven aan het beleid’ geven we het woord aan enkele onderzoekers over wat volgens hen zeker niet onbesproken mag blijven. Geen ivorentorenwaarheden maar aanzet tot discussie. In deze achtste blogpost van de reeks gaat prof. dr. Benoît Allemeersch nader in op de problematiek van middelen voor justitie.

Met de regelmaat van de klok weerklonk de voorbije legislatuur opnieuw de klacht dat de overheid te weinig investeert in justitie. De hoogste hoven trokken aan de alarmbel en magistraten trokken zelfs de straten op om te klagen over de lamentabele werkomstandigheden. Ook is er een breed gedeelde bezorgdheid dat voor veel gewone mensen de toegang tot justitie onbetaalbaar wordt. Er is dus blijkbaar geld nodig, veel geld.  Wat betekent dit voor de toekomstige regering?

Dat er van alles schort aan het justitie-apparaat is intussen een gemeenplaats. Onderkomen infrastructuur, haperende informatica, onderbemande rechtbanken, ontevreden cipiers,… de klachtenlijst is intussen genoegzaam bekend. Er moet meer geld komen voor justitie, luidt het. Ook de politiek lijkt het daarmee eens. Op 13 maart 2019 vroeg Koen Geens op het RTBF programma “A votre avis” zelfs een budgetverhoging van 500 miljoen euro voor het departement justitie, waarvan 300 miljoen voor de rechterlijke orde en 200 miljoen voor de Regie der Gebouwen.

Bezwaar

De roep om meer middelen voor justitie botst echter op een praktisch bezwaar: de schatkist is leeg, de Belgische Staat is armlastig. De begroting voor 2020 die de ontslagnemende regering indiende bij de Europese Commissie vertoont een deficit van maar liefst 11 miljard euro. Dat komt neer op een tekort gelijk aan 2,3% van het bruto binnenlands product, veel slechter dan de 0,2% die België vorig jaar nog aan Europa beloofde. Om dat nog iets beter te kaderen: het tekort is meer dan 5 maal zo groot als het ganse budget dat de Staat jaarlijks veil heeft voor justitie, dat voor 2019 op 1,932 miljard euro afklokte. De overheid zou natuurlijk kunnen proberen het gat dicht te rijden door meer ontvangsten te genereren maar dat is weinig realistisch. De belastingdruk is met 47,5% al de tweede hoogste in Europa. Het overheidsbeslag, d.w.z. het aandeel van het bruto binnenlands product dat door handen van de overheid passeert, zal in 2020 uitkomen op een stevige 54,1%.

Prioriteiten

Het ziet er dus naar uit dat de taart groter maken geen optie is: het overheidsbudget zit aan zijn limiet. Boze magistraten antwoorden dat de regering dan maar prioriteiten moet stellen. Justitie is  fundamenteel en moet dus voorrang krijgen op andere uitgavenposten. Het probleem is dat  andere sectoren eenzelfde betoog houden. De klimaatuitdaging is levensbedreigend, de sociale zekerheid staat onder druk door de vergrijzing, defensie en staatsveiligheid vragen meer geld om ons te beschermen tegen terrorisme, de hulpdiensten zijn onderbemand… Zijn al die overheidsnoden niet even belangrijk?

Toch niet zo’n slechte leerling

De toekomstige regering houdt de mensen best geen rad voor de ogen: justitie zal het allicht moeten rooien met het budget dat er nu is. En toch moet dat geen reden tot wanhoop zijn. Een vergelijking met het buitenland leert immers dat onze FOD Justitie niet bepaald de pauper van Europa is. Uit de cijfers van de Europese Commissie (EU Justice Scoreboard 2018) blijkt dat België wat betreft uitgaven voor de rechterlijke orde (inclusief de juridische bijstand) in verhouding tot het aantal inwoners boven het Europese gemiddelde scoort. We doen weliswaar onder voor landen als Luxemburg, Duitsland, Zweden, Oostenrijk en Nederland, maar presteren wel beter dan Italië, Finland, Spanje, Denemarken, Frankrijk en Portugal.

Bron: EU Justice Scoreboard 2018

Als we onze uitgaven voor de rechterlijke orde (incl. juridische bijstand) bekijken in verhouding tot het bruto binnenlands product, dan zit België precies op het gemiddelde van de Europese Unie (0,3%). Dat is evenveel als Nederland, Oostenrijk, Zweden, Italië en Portugal en zelfs beter dan Denemarken of Frankrijk.

Bron: Eurostat

Ook als we het personeelsbestand nemen, is België geen zwak broertje. België telt gemiddeld 14 beroepsmagistraten per 100.000 inwoners en fietst daarmee keurig in het West-Europese peloton.

Bron: Raad van Europa, CEPEJ Rapport 2018

Als we kijken naar het ondersteunende gerechtspersoneel (dat dus geen magistraat is), zit België zelfs veeleer in de kopgroep van West-Europa.

Bron: Raad van Europa, CEPEJ Rapport 2018

Opvallend is ook de volgende statistiek. Ondanks het feit dat de kritiek op de onderbemande justitie vaak het scherpst weerklinkt als het om strafzaken gaat, scoort België precies in dat domein meer dan behoorlijk met zijn personeelsbestand. Ons land zit namelijk boven het West-Europese gemiddelde met het aantal procureurs per 100.000 inwoners.

Bron: Raad van Europa, CEPEJ Rapport 2018

Het probleem lijkt dus niet zozeer te zijn dat we verhoudingsgewijs minder geld uittrekken voor onze rechtbanken en parketten dan vergelijkbare landen. En evenmin dat we te weinig magistraten of gerechtspersoneel hebben. Waar knelt het schoentje dan wel?

Geen objectief bestedingsmodel

Allicht loopt er iets mis in de wijze waarop we ons budget aanwenden. Het begint al met de verdeling van de middelen. België heeft anno 2019 nog steeds geen accurate werklastmeting. Dat is te wijten aan het verzet van bepaalde magistraten. Ons land werkt immer nog met “kaders” die de wet van 3 april 1953 vastlegde per rechtscollege. Een objectief model met betrouwbare, statistisch relevante parameters om te verifiëren of elke eenheid wel de juiste middelen krijgt, ontbreekt. Het ligt voor de hand dat zonder wetenschappelijk onderbouwde cijfers de verdeling quasi willekeurig is. Voor elke rechtbank (of parket) die schreeuwt over een tekort aan middelen, is er ongetwijfeld een rechtbank (of parket) die veel te gul bediend werd. Dat is een realiteit die de meeste magistraten kennen, maar er zelden in het openbaar gewag van durven te maken.

Werklast

De middelen toewijzen aan diegenen die ze het meest nodig hebben, is niet de enige maatregel die zich opdringt. Een modern justitiebeleid behoort ook te zoeken naar de meest efficiënte manier om met het binnenkomende werk om te gaan. De voorbije legislaturen hebben opeenvolgende ministers al tal van wetgevende ingrepen gedaan om de werklast te verlagen, maar er is nog een hele weg te gaan. Het is nu vooral van de digitalisering dat justitie heil kan verwachten. Wie een gemiddelde inleidingszitting heeft bijgewoond, bijvoorbeeld, kan zich vrij makkelijk inbeelden dat het grootste deel daarvan geautomatiseerd zou kunnen verlopen.

En over het binnenkomende werk gesproken: hoe is het eigenlijk mogelijk dat niemand zich vragen stelt over het feit dat jaarlijks in geen enkele van de 28 Europese lidstaten, op één land (Roemenië) na, zoveel gerechtelijke procedures worden ingeleid als in België?

Bron: Raad van Europa, CEPEJ Rapport 2018

Deze statistiek is ontstellend en niemand heeft er een steekhoudende verklaring voor. Hier moet dringend onderzoek naar verricht worden, en vervolgens moeten er maatregelen genomen worden om dit cijfer naar een aanvaardbaar gemiddelde te brengen.

Besluit

Samengevat: van een nieuwe regering valt redelijkerwijs geen ernstige budgetverhoging voor Justitie te verwachten. Maar elke goedmenende waarnemer kan wél hopen dat het geld beter besteed wordt, en dat daarvoor beroep gedaan wordt op een objectieve, wetenschappelijke analyse. Werk aan de winkel voor de volgende minister van Justitie.

Benoît Allemeersch is deeltijds hoogleraar Belgisch en Europees proces- en bewijsrecht aan de KU Leuven, verbonden aan het Leuven Centre for Public Law, gastprofessor aan de UHasselt en advocaat te Brussel (Quinz).


B. ALLEMEERSCH, "Brieven aan het beleid (8): justitie", Leuven Blog for Public Law, 3 January 2020, https://www.leuvenpubliclaw.com/brieven-aan-het-beleid-8-justitie (geraadpleegd op 30 November 2020)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

One Reply to “Brieven aan het beleid (8): justitie”

  1. Fantastisch gestoffeerde studie.
    Eindelijk een nuttige tool om concreet de problemen van justitie bespreekbaar te maken en oplossingen uit te werken zonder rekening te houden met de waan van de dag en vastgeroeste maar verkeerde verzuchtingen omtrent de organisatie en het budget voor een performante justitie

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.