Brieven aan het beleid (6): onderwijs over EU-burgerschap (bis)

Het maatschappelijke debat woedt volop. In de blogreeks ‘Brieven aan het beleid’ geven we het woord aan enkele onderzoekers over wat volgens hen zeker niet onbesproken mag blijven. Geen ivorentorenwaarheden maar aanzet tot discussie. In deze zesde blogpost van de reeks gaat dr. Kris Grimonprez nader in op de implicaties van EU-lidmaatschap voor kwaliteitsvol onderwijs in Vlaanderen, inzonderheid inzake het juridische kader van EU-burgerschap.

Hoe moet het recht op kwaliteitsvol onderwijs en de plicht van de staat om dit te verstrekken, toegepast worden in de Vlaamse samenleving? Deze samenleving wordt gekenmerkt door EU-lidmaatschap. Welke invloed heeft EU-burgerschap op het nastreven van de onderwijsdoelstellingen die kwaliteitsonderwijs kenmerken? Moeten ‘burgerschapsvorming’ en ‘EU-burgerschap’ überhaupt aan elkaar worden gekoppeld? In deze blogpost wordt voor een antwoord op die vragen bij het juridische kader van EU-burgerschap stilgestaan. Aldus bouwt de blogpost verder op de vorige post in deze reeks, die de juridische ijkpunten voor kwaliteitsvol onderwijs uiteenzette.

Luik 2: Juridisch kader van EU-burgerschap

Vergeleken met wereldburgerschap is EU-burgerschap zeer concreet en een zaak van hard law. Het Unieverdrag bepaalt dat EU-burger is: iedereen die de nationaliteit van een lidstaat bezit (art. 9 VEU). De Vlaamse EU-burgers leven dus in een systeem met een gelaagd beleid (regionaal, federaal en EU). De lidstaten droegen belangrijke bevoegdheden over aan de EU.  Een blik op de Titels in het Werkingsverdrag maakt meteen duidelijk dat er vele EU-beleidsgebieden bestaan.

In deze context zou ‘EU-burgerschapsvorming’ bepaald kunnen worden als de vorming van individuen tot actieve, geïnformeerde en verantwoordelijke EU-burgers. Waakzaamheid is echter geboden voor adders onder het gras. Voor sommigen wekt EU-burgerschapsvorming op school hoge verwachtingen: het creëren van een sterke EU-identiteit en méér EU. Anderen reageren met achterdocht: gaat het niet om EU-propaganda die de soevereiniteit van België – en van Vlaanderen – alleen maar verder zal uithollen? Burgerschapsvorming via het onderwijs werd in de 19de eeuw ruim toegepast bij de vorming van natiestaten. Burgerschapsvorming via het onderwijs kan in die traditionele vorm niet op de EU toegepast worden. De EU is geen staat en beoogt niet dit te worden.

Een veilige houvast bij het stappen door het gras wordt geboden door het afstemmen van burgerschapsvorming op het grondwettelijke systeem. Grondwetten leggen de basiskeuzes voor de samenleving vast. Het is daarom noodzakelijk én legitiem om burgers op te voeden in de geest van hun grondwet. Het grondwettelijke systeem waarop de Vlaamse samenleving berust, bevat niet alleen de Belgische grondwet, maar ook de EU-Verdragen (VEU en VWEU) en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Ze werden door België goedgekeurd en bekrachtigd in overeenstemming met de Belgische grondwettelijke vereisten. Dit benadrukt hun objectiviteit en soliditeit als basis voor onderwijs. Het afstemmen van burgerschapsvorming op dit grondwettelijke systeem biedt een dubbele waarborg.

Enerzijds waarborgt het dat onderwijs respectvol is voor de sfeer van de lidstaten. Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) stelt: ‘Het burgerschap van de Unie komt naast het nationale burgerschap en treedt niet in de plaats daarvan’ (art. 9 VEU). Overeenstemmend hiermee dient een EU-dimensie in het onderwijs te worden toegevoegd als aanvulling naast nationale burgerschapsvorming, niet in de plaats ervan. Het VEU vraagt verder ook respect voor de nationale identiteit en voor regionaal zelfbestuur (art. 4,2 VEU). Om misverstanden te vermijden kan het daarom aangewezen zijn om de uitdrukking ‘EU-burgerschapsvorming’ te vervangen door ‘de EU-dimensie van burgerschapsvorming’. Een EU-identiteit gaat perfect samen met een Belgische en een Vlaamse identiteit. Het Verdrag inzake de rechten van het kind vermeldt trouwens als één van de verplichte onderwijsdoelstellingen: het bijbrengen van eerbied voor voor zijn eigen culturele identiteit, zijn taal en culturele waarden; voor de nationale waarden van het land waar het kind woont, het land waar het is geboren, … (art. 29,1,c).

Anderzijds garandeert de afstemming van burgerschapsvorming op het grondwettelijke systeem ook een correcte plaats voor de EU. België stemde ermee in om een aantal bevoegdheden over te dragen naar het EU-niveau. Corresponderend hiermee kan dan ook verwacht worden dat ‘vorming voor democratie’ de Vlaamse leerlingen een minimaal inzicht geeft in het wat en (vooral) het waarom van die overdracht.

Volgens art. 25 van het  Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten heeft iedere burger het recht om deel te nemen aan de behandeling van openbare aangelegenheden. Deze openbare aangelegenheden situeren zich ook op EU-niveau. Democratie gaat niet over staten; democratie gaat over de uitoefening van de openbare macht, en de EU (dit zijn de lidstaten samen) oefent een substantieel deel van de openbare macht uit (wetgevend, uitvoerend en rechterlijk). Een aanzienlijk percentage van de nationale wetgeving bestaat uit de omzetting van EU-richtlijnen. Nationale administraties en rechterlijke instanties passen EU-recht toe, leggen het nationale recht uit in overeenstemming met het EU-recht en moeten tegenstrijdige nationale regels terzijde schuiven.

Dit alles heeft onvermijdelijk gevolgen voor burgerschapsvorming. Onderwijs voor democratisch burgerschap – zoals afgesproken in het Handvest van de Raad van Europa – beoogt, ten eerste, empowerment van de lerenden om ‘hun democratische rechten en verantwoordelijkheden in de samenleving’ uit te oefenen en te verdedigen. Het gaat hierbij om alle rechten, ongeacht of ze uit Vlaamse, Belgische of EU-regelgeving volgen. Vlaamse EU-burgers moeten mondig gemaakt worden om ook hun EU-rechten te verdedigen. Ook voor zij die ‘gewoon’ thuis in Vlaanderen leven (en geen grenzen oversteken) is de lijst EU-rechten quasi onbegrensd: EU-rechten inzake arbeidstijd; consumentenrechten; privacyrechten; milieurechten; rechten met betrekking tot gezondheid, product- of voedselveiligheid; gelijkheidsrechten (niet-discriminatie op grond van geslacht, ras, godsdienst, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid) en andere grondrechten in vele situaties; rechten i.v.m. vrij verkeer van goederen en diensten, enz. Vele EU-rechten zijn gebaseerd op de rechtstreekse werking (en voorrang) van het EU-recht. De combinatie met het recht op effectieve rechtsbescherming maakt de EU-rechten des te relevanter. Uit het EU-recht vloeien ook plichten voort, vaak als keerzijde van rechten van anderen (bijvoorbeeld niet-discriminatieplichten).

Ook de tweede en derde empowerment-doelstellingen van onderwijs voor democratisch burgerschap, namelijk diversiteit waarderen en een actieve rol spelen in het democratische leven, hebben essentiële EU-dimensies. Diversiteit waarderen is inherent aan het EU-project: ‘in verscheidenheid verenigd’ is niet enkel het devies van België, maar ook dat van de EU. Het VEU geeft elke EU-burger ook het recht om aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen (art 10,1). Dit recht kan op vele wijzen uitgeoefend worden zoals via deelname aan de verkiezingen voor het Europees Parlement, burgerinitiatieven, burgerdialogen en consultaties, petities… Ook deelname aan nationale verkiezingen of referenda hebben een cruciale impact op de Europese Unie.

Twee luiken samengebracht

Het is aan de toekomstige onderwijsminister om de gevolgen te trekken uit het samenbrengen van de twee luiken. Wanneer het juridische luik voor kwaliteitsvol onderwijs en dat van EU-burgerschap aan elkaar worden gekoppeld, rijst mijns inziens de wenselijkheid (zelfs noodzaak) van een EU-dimensie in het onderwijs van elke Vlaamse EU-burger. Het EU-recht beïnvloedt steeds meer aspecten van het maatschappelijke leven in Vlaanderen. Idealiter kan het onderwijs deze evolutie volgen en is- evenredig met de impact van het EU-recht – een aangepaste EU-dimensie in de eindtermen en leerplannen aanwezig met het oog op kennis en reflectie. Kwaliteitsonderwijs dient een adequate EU-dimensie te integreren in meerdere sleutelcompetenties (SC) zoals geformuleerd in het Vlaams decreet op de onderwijsdoelen (niet enkel in burgerschapscompetenties, maar bijvoorbeeld ook in SC 4, SC 6, SC 7, SC 10, SC 11, SC 12, SC 13, SC 15). Het volstaat niet langer om de EU uit te leggen aan een beperkte groep leerlingen in een keuzevak, noch een buitenschoolse activiteit of gastlezing over de EU te organiseren. Het ernstig nemen van democratie, en van vorming voor democratie, vraagt dat een adequate EU-dimensie aanwezig is in mainstream education, in het onderwijs van elke jonge EU-burger in Vlaanderen.

En de vrijheid van onderwijs?

Bij dit alles blijft kritisch denken cruciaal. Het doel van een EU-dimensie in het onderwijs is niet het verstrekken van EU-propaganda, maar het bevorderen van kennis en kritisch nadenken over de EU. Het gaat om de vorming van geïnformeerde en mondige EU-burgers, klaar voor de arbeidsmarkt én voor actief burgerschap. Dat over EU-burgerschap dient geleerd te worden volgt mijns inziens uit het recht op onderwijs (in zijn sociale dimensie), want een EU-dimensie is noodzakelijk om in de huidige maatschappij de verplichte onderwijsdoelstellingen te bereiken. Hoe over EU-burgerschap wordt geleerd, kan in de vrijheidsdimensie van het recht op onderwijs vele invullingen krijgen. Waarden, doelstellingen en beginselen van de EU vragen om balancing: het afwegen van regionale, nationale en EU-wijde belangen; eigenbelang en maatschappelijk belang; rechten en verantwoordelijkheden… Onderwijskoepels en scholen kunnen hierin hun eigen keuzes maken. De EU is work in progress en EU-leren biedt ruimte voor pluralisme.

Een uitdaging…

Het Europees rapport van de International Civic and Citizenship Education Study bracht in kaart wat de leerlingen rapporteerden over hun mogelijkheden om op school over Europa te leren (leren over andere landen in Europa, Europese geschiedenis, politieke en economische integratie in de EU, enz). België scoorde het laagst, op basis van de gegevens van Vlaanderen. Het integreren van een sterkere EU-dimensie in het onderwijs zou Vlaanderen niet alleen een betere plaats geven in internationale evaluaties, maar het zou vooral de jonge burgers beter voorbereiden op hun toekomst als Vlaams, Belgisch én tegelijk EU-burger.

Kris Grimonprez verdedigde haar doctoraatsthesis ‘The EU dimension in Education for Democratic Citizenship: a Legal Analysis’ in december 2018 (University of Luxembourg, Faculty of Law, Economics and Finance) en is verbonden aan het Leuven Centre for Public Law als vrijwillig wetenschappelijk medewerker.

Op 22 november organiseren LCPL, het Instituut voor Europees Recht van de faculteit Rechtsgeleerdheid en van de Educatieve Master Maatschappijwetenschappen aan de KU Leuven een studiedag over het lesgeven over de EU.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.