Brieven aan het beleid (5): onderwijs over EU-burgerschap

Het maatschappelijke debat woedt volop. In de blogreeks ‘Brieven aan het beleid’ geven we het woord aan enkele onderzoekers over wat volgens hen zeker niet onbesproken mag blijven. Geen ivorentorenwaarheden maar aanzet tot discussie. In deze vijfde blogpost van de reeks vraagt dr. Kris Grimonprez aandacht voor de implicaties van EU-lidmaatschap voor kwaliteitsvol onderwijs in Vlaanderen, inzonderheid voor de juridische ijkpunten voor kwaliteitsvol onderwijs.

“We worden niet geboren als burger, we worden gevormd als burger.” (aforisme)

“Democratie moet in elke generatie opnieuw geboren worden en het onderwijs is haar vroedvrouw.”
(John Dewey)

Vlaamse burgers zijn tegelijk ook EU-burgers (art. 9 VEU). Wat leert de gemiddelde Vlaamse jongere echter over de EU? De beleidsmakers voor onderwijs in Vlaanderen, in het bijzonder de ontwerpers van eindtermen en leerplannen, dragen een grote verantwoordelijkheid voor het vormen van burgers voor democratie, niet alleen democratie op Vlaams en Belgisch niveau, maar ook op EU-niveau. Er staat veel op het spel. Het Brexit-referendum en de daaropvolgende onzekerheden illustreren de structurele gevolgen die de kloof met de burgers kan hebben.

Welke plaats zal het toekomstige Vlaamse onderwijsbeleid toekennen aan EU-burgerschap? Twee blogposts schetsen het juridische kader voor de beleidsopties en belichten hierbij twee luiken: de juridische ijkpunten voor kwaliteitsvol onderwijs (in deze blogpost) en het juridische kader van EU-burgerschap (in de volgende blogpost). Deze luiken worden nog te zelden aan elkaar gekoppeld. In een democratie is dit nochtans essentieel. Een uitdaging voor het onderwijsbeleid in Vlaanderen.

Luik 1: Juridische ijkpunten voor kwaliteitsvol onderwijs

De vrijheid van staten (en hun regio’s) om hun onderwijsbeleid uit te stippelen is niet onbegrensd. Kwaliteitsvol onderwijs wordt juridisch omkaderd door normen op het niveau van de VN, de Raad van Europa en de EU.

Verenigde Naties

België is juridisch gebonden door internationale overeenkomsten die – naast andere mensenrechten – ook het recht op onderwijs vaststellen. Zo stelt het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) dat het onderwijs iedereen in staat moet stellen een nuttige rol te vervullen in een vrije samenleving en eerbied bijbrengt voor de rechten van de mens (art. 13, lid 1). Het Verdrag inzake de rechten van het kind vermeldt dat onderwijs het kind ook dient voor te bereiden op het dragen van verantwoordelijkheid in een vrije samenleving (art. 29). Het recht van het kind op kwaliteitsonderwijs omvat het recht op onderwijs gericht op de verplichte onderwijsdoelstellingen. Het gaat hier over de sociale dimensie van het recht op onderwijs. In een mensenrechtelijke benadering moet die evenzeer gerespecteerd worden als de vrijheidsdimensie. De staat heeft de verplichting om kwaliteitsvol onderwijs te voorzien. Het Comité voor economische, sociale en culturele rechten stelt als kernverplichting dat staten moeten verzekeren dat de leerplannen voor alle niveaus van het onderwijsstelsel gericht zijn op de doelstellingen genoemd in art. 13, lid 1 IVESCR. Staten moeten op lange termijn werken naar de volledige verwezenlijking van dit recht, maar hebben een onmiddellijke (resultaats)verplichting om alle passende maatregelen te nemen, ook naar de onderwijsdoelstellingen toe (art. 13, lid 1 juncto lid 2). Het curriculum moet rechtstreeks relevant zijn voor de sociale, culturele, ecologische en economische context van het kind. In een hedendaagse interpretatie omvat het recht op onderwijs ook het recht op onderwijs voor democratie en mensenrechten.

Raad van Europa

De doelstellingen van kwaliteitsonderwijs zoals vastgesteld op VN-niveau werden op het niveau van de Raad van Europa onder meer omgezet in het Handvest inzake onderwijs voor democratisch burgerschap en mensenrechteneducatie. Staten, ook België, namen een politiek engagement op om iedereen op hun grondgebied de mogelijkheid te geven van onderwijs voor democratisch burgerschap en mensenrechten en om voor updates van curricula te zorgen zodat ze relevant blijven in een evoluerende maatschappij. Deze standaarden voor democratische burgerschapsvorming (soft law) worden mede ondersteund door de Aanbeveling inzake kwaliteitsonderwijs van het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Kwaliteitsonderwijs is aangepast aan de eisen van moderne, complexe samenlevingen en verzekert dat het volledige potentieel van de leerlingen als burgers wordt ontwikkeld.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelt dat de staat verantwoordelijk is voor kwaliteitsonderwijs. Bij de vervulling van zijn onderwijstaken dient de staat te verzekeren dat de informatie of kennis die in het curriculum is opgenomen, op een objectieve, kritische en pluralistische manier wordt overgebracht, zonder dat er sprake is van indoctrinatie.

Europese Unie

Het EU-recht op onderwijs (art. 14 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie) moet worden geïnterpreteerd in het licht van het bovenvermelde Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en het Verdrag inzake de rechten van het kind. De genoemde internationale onderwijsdoelstellingen worden hierdoor ook in de EU relevant en vinden trouwens een echo in het recht op kwaliteitsonderwijs in de Europese pijler voor sociale rechten (art. 1). Het onderwijsdoel is hier ‘ten volle aan het maatschappelijk leven te kunnen deelnemen en overgangen op de arbeidsmarkt met succes te kunnen opvangen’.

In de Aanbeveling inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren wijst de Raad erop dat de lidstaten het recht op hoogwaardig en inclusief onderwijs moeten ondersteunen. Kwaliteitsnormen voor acht sleutelcompetenties worden omschreven. De 16 sleutelcompetenties van het Vlaams decreet op de onderwijsdoelen zijn hier duidelijk op geïnspireerd.

Belangrijke vragen

Hoe moet het recht op kwaliteitsvol onderwijs en de plicht van de staat om dit te verstrekken, toegepast worden in de Vlaamse samenleving? Deze samenleving wordt gekenmerkt door EU-lidmaatschap. Welke invloed heeft EU-burgerschap op het nastreven van de onderwijsdoelstellingen die kwaliteitsonderwijs kenmerken? Moeten ‘burgerschapsvorming’ en ‘EU-burgerschap’ überhaupt aan elkaar worden gekoppeld?

Het antwoord hierop en het juridische kader van EU-burgerschap als tweede luik van het gevoerde betoog, vindt u in de volgende blogpost van deze reeks.

Kris Grimonprez verdedigde haar doctoraatsthesis ‘The EU dimension in Education for Democratic Citizenship: a Legal Analysis’ in december 2018 (University of Luxembourg, Faculty of Law, Economics and Finance) en is verbonden aan het Leuven Centre for Public Law als vrijwillig wetenschappelijk medewerker.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.