Brieven aan het beleid (2): energie

Het maatschappelijke debat woedt volop. In de blogreeks ‘Brieven aan het beleid’ geven we het woord aan enkele onderzoekers over wat volgens hen zeker niet onbesproken mag blijven. Geen ivorentorenwaarheden maar aanzet tot discussie. In deze post laat drs. Simon Vanhove zijn licht schijnen op de energiewetgeving.

De liberalisering van de Europese elektriciteitsmarkt ontplooit zich verder en doet hiervoor beroep op de consument. De opmars van hernieuwbare energiebronnen vereist immers een omschakeling naar een dynamisch marktmodel, waarbij (groepen van) consumenten ook optreden als energiedienstverleners. De elektriciteitsgebruiker neemt dus een actievere rol op en de wetgever werkt hier best aan mee.

Het Clean Energy for all Europeans-pakket omvat een bundel aan maatregelen die deze nieuwe rol van de Europese consument vorm geven. Zo voorzien twee richtlijnen een bijzonder juridisch statuut voor groepen van afnemers. Aan de ene kant voert de herschikte Elektriciteitsrichtlijn het concept ‘energiegemeenschap van burgers’ in (artikel 16). Aan de andere kant ziet met de Herbruikbare-energierichtlijn de ‘hernieuwbare-energiegemeenschap’ het levenslicht (artikel 22). Ik verwijs naar beide begrippen samen als ‘energiegemeenschappen’. Deze blogpost verduidelijkt deze nieuwe begrippen en wijst op belangrijke bijhorende beleidskeuzes.

Het belang van energiegemeenschappen

Energiegemeenschappen zijn rechtspersonen waarvan de leden of aandeelhouders tot beperkte categorieën behoren.  Algemeen geldt dat natuurlijke personen, kmo’s en lokale overheden er de touwtjes in handen hebben. Het doel van deze rechtspersonen is het verschaffen van sociale, economische of milieuvoordelen, eerder dan winst, aan de leden of aandeelhouders.

Los van de moeilijkheden die de vage bewoordingen van beide definities bij de omzetting kunnen veroorzaken, zijn de gevolgen van de kwalificatie als energiegemeenschap belangrijk. Samenvattend waarborgen de richtlijnen het verbod op discriminerende of onredelijke administratieve belemmeringen. Zo genieten deze energiegemeenschappen “niet-discriminerende, eerlijke, evenredige en transparante procedures en tarieven, ook wat betreft registratie en het verlenen van vergunningen, en aan transparante en niet-discriminerende nettarieven die de kosten weerspiegelen […], waarbij wordt gewaarborgd dat zij op voldoende en evenwichtige wijze bijdragen aan het delen van de totale kosten van het systeem.” (art. 16, 1, e; een vergelijkbare regeling is voorzien in art. 22, 4, a, d en e).

Op Vlaams niveau kan als voorbeeld van zo’n omslachtige procedure de aanvraagprocedure van directe lijnen buiten eigen site (art. 1.1.3, 26° en 4.5.1. Energiedecreet) dienen. Een directe lijn laat toe om een productie-installatie (zoals een windturbine) rechtstreeks te verbinden met een elektriciteitsafnemer. Het publieke net wordt dus niet gebruikt. Dergelijke directe lijnen zullen voor energiegemeenschappen cruciaal zijn.

Het belang van ondersteunend beleid

Bij de omzetting van de Derde Elektriciteitsrichtlijn wenste de decreetgever nog “parallelle structuren [zoals directe lijnen] zoveel mogelijk te vermijden” (zoals blijkt uit de Memorie van Toelichting). Vanuit het standpunt van het publieke net heeft dit twee voordelen. Ten eerste laat dit toe de investeringskosten (via de verschuldigde nettarieven) over zo veel mogelijk afnemers te spreiden. Ten tweede is het inefficiënt dat bepaalde gebruikers over een volwaardige aansluiting beschikken, maar slechts energie afnemen voor het gebruik dat niet gedekt wordt door de directe lijn. Immers beschikt deze gebruiker dan over de voordelen van het distributienet, zonder bij te dragen aan de uitbouw en het onderhoud.

Uit mijn analyse van de beslissingspraktijk van de VREG van 2012 t.e.m. 2018 blijkt dat de meerderheid van de aanvragen in verband met directe lijnen onsuccesvol waren (ruim 60%). Van de 26 beslissingen in die periode werden er 16 geweigerd. Acht aanvragen kregen een toelating (waarvan twee onder voorwaarden). Twee aanvragen waren onontvankelijk. Vervolgens onderzocht ik ook welke weigeringsgrond werd ingeroepen. Met name de inefficiënte uitbating van het distributienet en veiligheidsrisico’s vormden de motivering voor de weigeringen. Het is duidelijk dat door te strikte wetgeving projecten voor decentrale energieproductie in de kiem gesmoord werden.

Sinds 1 januari 2019 zijn de toelatingsvoorwaarden echter versoepeld: voor nieuwe installaties kan het risico op inefficiënte netexploitatie niet meer ingeroepen worden. Ook de invloed van de netbeheerder (bijvoorbeeld bij de beoordeling van de veiligheid) werd ingeperkt. De recente hervorming voerde bovendien een oplossing in voor het financieringsprobleem dat decentrale productie met zich meebrengt: een heffing op de exploitatie van een directe lijn (artikel 14.3.1 Energiedecreet). De hervorming lijkt ook meteen vruchten af te werpen: alle aanvragen onder het nieuwe regime werden goedgekeurd (weliswaar onder voorwaarden).

De energiegemeenschappen hebben het potentieel om decentrale productie in Vlaanderen aan te wakkeren. Vlaanderen kan het zich niet permitteren om deze tendens te bedelven onder een administratieve rompslomp, waarbij bovendien netbeheerders de status quo (en bijhorende inkomensstromen) verdedigen. Onder impuls van het Clean Energy-pakket zal Vlaanderen soepele energiewetgeving moeten introduceren om zo innovatieve energieproductie te stimuleren. Ook de traditionele financieringsmethode via de elektriciteitsfactuur zal op de schop moeten. Het voorbeeld van de directe lijnen kan hierbij als leidraad tellen.

Simon Vanhove (Twitter) is doctoraal onderzoeker in het energierecht (IEEL, Leuven Centre for Public Law) en werkt mee aan het FWO-project “Secure and privacy-friendly peer-to-peer electricity trading” (SNIPPET).


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.