Betuigen wij ook beter onze spijt dan ons te verontschuldigen?

Print Friendly, PDF & Email

Naar aanleiding van 60 jaar onafhankelijkheid van Congo schreef Koning Filip een brief aan president Tshisekedi waarin hij zijn “diepste spijt” betuigde voor de wonden uit het verleden. Koning Filip bood evenwel geen excuses aan. Deze demarche zet aan tot nadenken. Bestaat er een verschil tussen een spijtbetuiging en een verontschuldiging? Moeten wij ook op onze passen tellen wanneer wij onze excuses aanbieden nadat wij een misstap hebben begaan? Dr. Wannes Vandenbussche licht toe.

Op 30 juni 2020 werd het land wakker met opvallend nieuws. In een brief aan de Congolese president naar aanleiding van 60 jaar onafhankelijkheid van de voormalige Belgische kolonie betuigt koning Filip zijn ‘diepste spijt’ voor de wandaden die tijdens het bewind van Leopold II en de koloniale periode werden aangericht. De koning bood evenwel geen excuses aan. Een uiting van spijt zou minder verregaande juridische gevolgen hebben dan officiële verontschuldigingen. Het zou enkel wijzen op een persoonlijk gevoel bij de koning. Volgens experts in het internationaal publiekrecht zou het bij officiële verontschuldigingen mogelijk zijn dat een land als Congo België dagvaardt voor het Internationaal Gerechtshof en genoegdoening wil. Indien België de reële schuld zou moeten uitbetalen, zou dat zelfs het faillissement van ons land betekenen.

De vraag rijst of wij hieruit ook lessen moeten trekken voor ons dagelijks leven. Als gewone stervelingen maken wij ook constant fouten. In bepaalde gevallen brengen wij door onze misstappen of onachtzaamheden schade toe aan anderen. Lopen wij dan eveneens het risico om tot schadevergoeding te worden veroordeeld als wij onze excuses aanbieden? Betuigen wij dus ook beter onze diepste spijt in plaats van ons te verontschuldigen?

Definitie van verontschuldiging

Alvorens deze centrale vraag te kunnen beantwoorden, moeten wij eerst nagaan wat nu precies het verschil is tussen een verontschuldiging en een spijtbetuiging. In de “law & apologies”-literatuur is er reeds heel wat inkt gevloeid over deze kwestie. Als uitgangspunt wordt vaak verwezen naar de definitie van een verontschuldiging door de Amerikaanse professor Aaron Lazare: “an encounter between two parties in which one party, the offender, acknowledges responsibility for an offense or grievance and expresses regret or remorse to a second party, the aggrieved”. Volgens Lazare omvat een verontschuldiging dus zowel een fouterkenning als een uiting van spijt of medeleven. Andere auteurs voegen daar nog twee elementen aan toe: een aanbod tot herstel en een engagement om toekomstig gedrag te wijzigen. In de meest extensieve betekenis (een zgn. “full apology”) bestaat een verontschuldiging derhalve uit vier bouwstenen: een uitdrukking van spijt of medeleven, een schuld- of fouterkenning, een bereidheid tot herstel en een engagement tot gedragsverandering.

Zijn het aldus de andere bouwstenen van een verontschuldiging – in het bijzonder de schulderkenning en de bereidheid tot herstel – die ons in een juridische valstrik kunnen doen terechtkomen? Is het daarom aangewezen om ons te beperken tot een uiting van medeleven (een zgn. “partial apology”) nadat wij een schade hebben veroorzaakt?

Schulderkenning

Prima facie bestaat er een natuurlijke terughoudendheid om over te gaan tot een schulderkenning. In het Belgische recht kennen wij immers de figuur van de buitengerechtelijke bekentenis. Dat is het bewijsmiddel waarbij een partij de juistheid erkent van een feit dat men tegen haar inroept (art. 1354-1355 BW, toekomstig art. 8.31 BW). Niettemin hoeven wij niet beducht te zijn dat een goedbedoelde fouterkenning als buitengerechtelijke bekentenis een volledig bewijs tegen ons zou opleveren in de rechtbank. In de literatuur bestaat er eensgezindheid dat een bekentenis nooit betrekking kan hebben op een juridische kwalificatie en dus op de oplossing die aan een geschil moet worden gegeven. Een erkenning van fout, schuld of aansprakelijkheid komt dus niet in aanmerking als buitengerechtelijke bekentenis.

Zo weigert de rechtspraak een bekentenis af te leiden uit de verklaring van een vader wiens kind een vrouw doet struikelen in een supermarkt, dat hij “zich verantwoordelijk acht voor het ongeval veroorzaakt door toedoen van zijn kind” (Brussel 4 maart 2014, T.Verz. 2015, 220). Hetzelfde geldt voor een grootmoeder wiens kleinkind een fietser ten val brengt en “onmiddellijk haar aansprakelijkheid heeft erkend” (Pol. Brugge 24 juni 2008, RW 2009-10, 975). Let wel, verklaringen afgelegd door een partij onmiddellijk na een ongeval kunnen wel relevant zijn in de mate dat zij betrekking hebben op de erkenning van materiële feiten. Toch maakt het daarbij geen verschil uit of die erkenning van materiële feiten gepaard gaat met een echte verontschuldiging of een loutere spijtbetuiging.

Ook voor een mogelijk verval van dekking door onze familiale verzekering hoeven wij geen schrik te hebben. Artikel 149, tweede lid Wet Verzekeringen luidt immers als volgt: “Het erkennen van feiten of het verstrekken van eerste geldelijke of medische hulp door de verzekerde kunnen voor de verzekeraar geen grond opleveren om zijn dekking te weigeren”. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat deze bepaling is ingevoerd als reactie op clausules in polissen die de aansprakelijkheidsverzekeraar van dekking vrijstelden wanneer de verzekerde bepaalde toegevingen of erkenningen had gedaan zonder akkoord van de verzekeraar. Onder het huidige wettelijk kader is de verzekeraar dus tot uitkering gehouden, ook indien wij zijn overgegaan tot het aanbieden van onze excuses.

Bereidheid tot herstel

Is het dan de laatste bouwsteen van een verontschuldiging, het tonen van een bereidheid tot herstel, die ons de das zou kunnen omdoen? Opnieuw kan een louter voorstel om tot een minnelijk akkoord te komen, niet gekwalificeerd worden als een buitengerechtelijke bekentenis. Toch zou men een bereidheid tot herstel ook kunnen benaderen als een verbindende eenzijdige wilsuiting, waarbij een verbintenis tot schadeloosstelling wordt aangegaan. In het Belgische recht zijn er uitspraken te vinden die het aanbod van de vermeende schadeveroorzaker om de kosten te betalen, beschouwen als een bindende belofte (Bergen 4 februari 2009, For.ass. 2009, 207; Pol. Turnhout 30 maart 2006, T.Pol. 2007, 43). Toch kan er maar sprake zijn van een dergelijke verbintenis uit eenzijdige wilsuiting als (i) de wil op ondubbelzinnige wijze gericht is op het ontstaan van rechtsgevolgen, (ii) voldoende precies is en (iii) de essentiële en substantiële bestanddelen vaststaan. Bijgevolg kan het op algemene wijze kenbaar maken van een bereidheid tot herstel, zonder daarbij de hoogte van de schadevergoeding te specificeren, bezwaarlijk in aanmerking komen als een verbindende belofte.

Besluit

Uit het voorgaande volgt dan ook dat vanuit Belgisch perspectief het antwoord op de centrale vraag “neen” is. Meer zelfs, een volwaardige en authentieke verontschuldiging kan op lange termijn voor beide partijen zelfs meer opleveren dan een loutere spijtbetuiging. Dit blijkt uit verschillende empirische studies. Zo zou er 60% minder kans zijn dat een benadeelde een schadeveroorzaker aanklaagt die zich verontschuldigt na een fout of onzorgvuldigheid (WOODS 2007). Daarnaast zou een minnelijke schikking na het uiten van verontschuldigingen 2,42 keer vaker voorkomen en zou de duurtijd voor de afwikkeling van een geschil aanzienlijk dalen (HYMAN & SCHECHTER 2006). Ten slotte kan een verontschuldiging naast een loutere monetaire schadevergoeding ook bijdragen tot het morele herstel van een slachtoffer (FOLMER, DESMET & VAN BOOM 2018). Ook al is sorry “the hardest word to say”, puur juridisch hoeven wij er niet al te veel schrik voor te hebben.

Dr. Wannes Vandenbussche is vrijwillig wetenschappelijk medewerker bij het team Gerechtelijk Recht aan het Leuven Centre for Public Law van de KU Leuven en advocaat aan de Balie van Brussel.


W. VANDENBUSSCHE, "Betuigen wij ook beter onze spijt dan ons te verontschuldigen?", Leuven Blog for Public Law, 2 July 2020, https://www.leuvenpubliclaw.com/betuigen-wij-ook-beter-onze-spijt-dan-ons-te-verontschuldigen (geraadpleegd op 31 October 2020)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.