Belgische klimaatzaak: enkel(e) vaststellingen? (Deel I)

Print Friendly, PDF & Email

"Earth - Global Elevation Model with Satellite Imagery (Version 4)" by Kevin M. Gill is licensed under CC BY 2.0

Klimaat en duurzaamheid blijven de maatschappelijke gemoederen beroeren en staan steeds prominenter op de agenda. Dit roept ook belangrijke juridische vragen op. Een bijzondere blogreeks plaatst deze belangrijke en omvangrijke thematiek in de kijker. In drie blogposts gaan Françoise Auvray, Christopher Borucki en Pieter Gillaerts in op de spraakmakende Belgische Klimaatzaak. Deze eerste post schetst de zaak en gaat in op de rechtsmacht van de Belgische rechter.

In vergelijking met andere landen moest België geduldig zijn, maar het eerste vonnis ten gronde in de Klimaatzaak is sinds 17 juni 2021 een feit. De Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel verklaart dat de Belgische Staat en de drie gewesten tekortschieten in hun klimaatbeleid. Hierdoor handelen ze onzorgvuldig en schenden ze fundamentele mensenrechten. Anders dan in de Nederlandse Urgendazaak, legt de rechtbank geen reductie van de uitstoot aan broeikasgassen op.

In de globale zoektocht naar middelen om de verandering van het klimaat een halt toe te roepen, zijn de klimaatzaken de voorbije jaren steeds prominenter aanwezig. Klimaatzaken variëren qua insteek en resultaat. In de bekende Urgendazaak beval de rechter de Nederlandse overheid bijvoorbeeld om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In Duitsland floot het Grondwettelijk Hof de Duitse regering terug omdat de Duitse klimaatwet van 2019 grondrechten schond. En ook landen als Frankrijk, Australië en de Verenigde Staten hebben hun klimaatzaken. Het bestaan van een Belgisch klimaatzaakvonnis is dus een te verwachten evolutie in de ruimere context van klimaatacties. Voor een correcte kadering daarvan in dat ruimere debat is een goed begrip van het vonnis in kwestie cruciaal.

Setting the scene

Ter opfrissing: de zaak werd in april 2015 opgestart met de dagvaarding van de Belgische Staat en de drie gewesten door verschillende natuurlijke personen en de vzw Klimaatzaak. Tussen 2015 en 2021 bleef het in deze zaak hoofdzakelijk warmlopen. De jarenlange discussie over de taal waarin de procedure moest worden gevoerd, beproefde het geduld van velen. Het debat ten gronde kwam dan ook geen dag te vroeg.

In maart 2021 vonden de hoorzittingen en pleidooien plaats. De vorderingen – in de laatste besluiten – beoogden onder het meer het volgende:

  1. een feitelijke vaststelling: aan de rechtbank werd gevraagd vast te stellen dat de overheden in de feiten de doelstellingen voor emissiereductie voor 2020 niet hadden gehaald;
  2. verklaringen voor recht: aan de rechtbank werd gevraagd om te oordelen dat de manier waarop de overheden handelden, foutief was in de zin van 1382 oud BW en grondrechten schond; maar ook
  3. concrete bevelen: aan de rechtbank werd gevraagd uitdrukkelijke en cijfermatige emissiereductiepaden op te leggen.

In het langverwachte vonnis van 17 juni 2021 werd de vordering tot feitelijke vaststelling afgewezen bij gebrek aan bewijs. De gevraagde verklaringen voor recht werden daarentegen in grote mate verleend. De rechtbank oordeelde meer bepaald dat de overheden bij het uitoefenen van hun klimaatbeleid niet handelen als voorzichtige en redelijke personen, waardoor zij, enerzijds, een fout begaan in de zin van artikel 1382 oud BW en, anderzijds, ook fundamentele rechten van de eisers schenden. De rechtbank legde evenwel geen welbepaalde (bijkomende) percentages voor emissiereducties op. Vooral door dat laatste verschilt de Belgische klimaatzaak van de Nederlandse Urgendazaak. In drie blogposts volgt een overzicht van de door de rechtbank gevolgde redenering.

Beschikt de rechtbank over rechtsmacht?

De eerste onvermijdelijke vraag in het kader van overheidsaansprakelijkheidsvorderingen betreft de rechtsmacht van de gewone rechter. Mag de rechtbank wel oordelen over de aansprakelijkheidsvraag wanneer deze problematiek raakt aan de klimaatpolitiek? Zoals vaker weerklonk in de argumentatie van de overheid het argument van de scheiding der machten. Sterk samengevat werd aangevoerd dat het niet aan de rechter is om het klimaatbeleid van de overheden te bepalen.

Het ingeroepen principe van de scheiding der machten moet echter goed worden begrepen. Het staat rechtsbescherming van de particulier tegen de overheid immers geenszins in de weg. Het is intussen vaste cassatierechtspraak dat de hoven en rechtbanken zich mogen en moeten uitspreken over de aansprakelijkheid van de overheid die voor hen wordt aangevoerd. Dit geldt zelfs wanneer aan de publieke overheid een fout wordt verweten in de uitoefening van haar discretionaire bevoegdheid (huidige interpretatie van artikel 144 van de Grondwet).

Het vonnis verbaast dan ook niet in dit opzicht. Het stelt dat de eisers op basis van artikel 1382 oud BW beschikken over een subjectief recht tot vergoeding van de schade te wijten aan een fout van de overheid. Dit recht kunnen ze nastreven voor de gewone hoven en rechtbanken.

Het beginsel van de scheiding der machten kan wel nog een beperkende rol spelen op het vlak van de beoordelingsbevoegdheid van de rechter. Het is immers zo dat de rechter bij de beoordeling van de aansprakelijkheid niet op de stoel van de overheid mag gaan zitten. Zo moet die bijvoorbeeld voorzichtig zijn bij het bevelen van maatregelen tot vergoeding van de schade. Hoe doordringend de beoordelingsbevoegdheid van de rechter is, is echter een probleem ten gronde dat niet moet worden gehanteerd bij de beoordeling van de rechtsmacht.

Toch zien we dat de rechtbank in deze zaak hierop anticipeert door van in het begin uitdrukkelijk mee te geven dat de rechter bij diens rechterlijke controle (in casu op basis van 1382 oud BW) de ultieme grens van de wettigheid niet mag overschrijden. Het vonnis zegt met zoveel woorden dat nagaan of aan de voorwaarden van 1382 oud BW is voldaan, een wettigheidscontrole inhoudt en dus niet neerkomt op een opportuniteitsoordeel.

Met de eerste overwegingen staat dus vast dat de betwisting thuishoort in de rechtbank. De vervolgvraag was dan wie de aansprakelijkheid van de overheid  aan de rechter kon voorleggen. Wie beschikt daarvoor met andere woorden over het vereiste belang? Die vraag komt in een volgende blogpost aan bod.

Christopher Borucki en Françoise Auvray zijn verbonden aan het Instituut voor Verbintenissenrecht van de KU Leuven, UHasselt.

Dr. Pieter Gillaerts is vrijwillig wetenschappelijk medewerker van de KU Leuven.

Deze blogpost is een herwerkte versie van een bijdrageBelgische klimaatzaak: enkel(e) vaststellingen?” die eerder verscheen in De Juristenkrant (2021, afl. 436, 3 en 6-7).


Christopher BORUCKI, Françoise AUVRAY & Pieter GILLAERTS, "Belgische klimaatzaak: enkel(e) vaststellingen? (Deel I)", Leuven Blog for Public Law, 26 November 2021, https://www.leuvenpubliclaw.com/belgische-klimaatzaak-enkele-vaststellingen-deel-i (geraadpleegd op 19 May 2022)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

We reserve the right to refuse, without any correspondence or notification, the publication of comments, for example, due to an insufficient link with the blogpost.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.