Belgisch Arbitragehof voor de Sport trekt rode kaart voor de Pro League. Belgisch profvoetbal op ramkoers met de rechtsstaat?

Print Friendly, PDF & Email

Op 8 juli 2020 deed het BAS uitspraak over de ingevolge COVID-19 door de voetbalinstanties genomen beslissing tot onder meer de degradatie van Waasland-Beveren. In die arbitrale uitspraak wordt de redelijkheid van de degradatiebeslissing onderzocht. Het BAS trok een rode kaart door te oordelen dat de degradatiebeslissing kennelijk onredelijk is. Dat oordeel is volgens David Keyaerts terecht, maar hij stelt tegelijkertijd vast dat de voetbalinstanties de draagwijdte van dat oordeel niet begrijpen, dan wel bewust miskennen. Aldus lijkt het Belgische profvoetbal op ramkoers te liggen met de rechtsstaat en te verzanden in een chaos van juridische procedures.

De beslissingen inzake de afwikkeling van de competities in het Belgische profvoetbal

Zelden is het Belgische profvoetbal zo boeiend, wispelturig en gejuridiseerd geweest als de laatste maanden. De licentieperikelen van vele profclubs en COVID-19 hebben voor grote onzekerheid in de sector en discussievoer voor juristen gezorgd. De door de overheid in maart opgelegde lockdown heeft ook in het profvoetbal immers controverse en geschillen met zich meegebracht.

De juridische saga is begonnen op 2 april 2020 met het voornemen van de raad van bestuur van de Pro League om de voetbalcompetitie 2019-2020 definitief stop te zetten. De raad besloot ook een werkgroep de gevolgen voor de titel, de UEFA-tickets, de daler en de stijger te laten onderzoeken en een voorstel uit te werken, dat finaal door de algemene vergadering bevestigd zou moeten worden. Op 15 mei 2020 besloot de algemene vergadering van de Pro League na het wekenlang spuien van allerlei scenario’s inzake de sportieve afwikkeling van een stopzetting van de competitie 2019-2020 en de gevolgen wat de daler, de stijgers en het competitieformat betreft, met een ruime meerderheid (84%) tot het definitief vaststellen van een rangschikking 2019-2020 voor 1A na 29 van de normale 30 speeldagen. In het verlengde van die beslissing werd beslist dat Waasland-Beveren, dat na 29 speeldagen allerlaatste stond in de rangschikking 1A, diende te degraderen naar 1B. In het kader van een package deal werd onder meer nog besloten dat de terugwedstrijd van de finale 1B om te bepalen wie de plaats inneemt van Waasland-Beveren, wel nog kon worden gespeeld.

De misnoegde “verliezer” countert naast het veld

Waasland-Beveren gaf snel te kennen dat zij opgeofferd en ernstig benadeeld werd door de degradatiebeslissing. Na een korte bezinning koos de club voluit voor het juridisch aanvechten van de degradatie(beslissing) via verschillende procedures.

Als één van de gekozen juridische pistes stelde zij overeenkomstig de statuten van de Pro League (artikel 34) na een pro forma poging tot verzoening een procedure in bij het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (hierna: BAS). Waasland-Beveren vorderde de vernietiging van de beslissing van de Pro League van 15 mei 2020 (en de daaropvolgende en verweven beslissing van de Hoge Raad van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (hierna: KBVB)). Een dergelijke vordering tot vernietiging is dagelijkse praktijk in het publiekrecht, meer bepaald als onderdeel van het zogenaamde objectief contentieux. De door het BAS geboden rechtsbescherming dient dan ook in die context te worden geanalyseerd. De vordering betreft een betwisting over de geldigheid van de door de voetbalinstanties genomen beslissingen. In het kader van die vordering voerde Waasland-Beveren vijf middelen aan tegen de bestreden beslissingen, waaronder dewelke afgeleid uit een schending van de regels inzake mededinging, en van de beginselen inzake rechtszekerheid en redelijkheid.

Wat dat laatste beginsel betreft, betoogde de verzoekende partij Waasland-Beveren dat de degradatie kennelijk onredelijk is en dat er alternatieve oplossingen mogelijk zijn. Ze verwijst daarvoor naar de reële sportieve kansen op redding, haar gezonde financiën, de nefaste financiële gevolgen van een degradatie voor inkomsten, budgetten en personeel. De Pro League en de KBVB repliceerden dat 96% van de voetbalcompetitie was afgerond en dat de bestreden beslissing zoveel mogelijk aanleunde bij de reglementen, wat de degradatie en de stijgers betreft.

Het BAS tackelt de voetbalinstanties en trekt een rode kaart

In zijn uitspraak van 8 juli 2020 oordeelde het BAS terecht dat het middel, afgeleid uit de schending van het redelijkheidsbeginsel, gegrond is: “Het Arbitragecollege is van oordeel dat de beslissing om Waasland-Beveren te doen degraderen wel degelijk kennelijk onredelijk is”. Blijkens de motivering van het BAS is het niet uitgesloten dat Waasland-Beveren de degradatie nog had kunnen afwenden op de allerlaatste speeldag, hetgeen meerdere voorbeelden uit het verleden aantonen. Bijgevolg heeft het BAS de bestreden degradatiebeslissing vernietigd: een rode kaart voor de voetbalinstanties. Gelet op de verhouding tussen de beslissende instantie en de controlerende rechter, stelde het BAS terecht dat de bevoegde voetbalinstanties een nieuwe, evenwichtigere beslissing dienen te nemen over de sportieve gevolgen van de stopzetting van de competitie zonder dat hij het behoud van Waasland-Beveren in 1A kon bevelen. Dit neemt niet weg dat het oordeel van het BAS wel dient te worden gevolgd (zie infra), dat de uitspraak de degradatie uitsluit en dat de betrokken partijen zich naar de uitspraak dienen te gedragen.

De uitspraak van het BAS was voor de voortvarende Pro League een grote verrassing. Zij leunt echter sterk aan bij de beschikking van de Franse Conseil d’État van 9 juni 2020, waarbij die laatste zich op verzoek van twee degradanten in het kader van een schorsingsprocedure moest buigen over de Franse stopzetting van de competitie (m.i.v. de degradatie van de twee laagst geklasseerde clubs Toulouse en Amiens). De Franse Conseil d’État schorste de beslissing tot degradatie van beide clubs op grond van de volgende overweging: “D’autre part, la décision de reléguer en Ligue 2 les deux derniers clubs de Ligue 1 est de nature à porter une atteinte grave et immédiate aux intérêts des clubs concernés, qui doivent notamment gérer leurs effectifs et leur politique de recrutement en vue de la saison 2020-2021. Ni l’intérêt d’autres clubs ni l’intérêt public attaché au bon déroulement du championnat de Ligue 1 2020-2021 ne sont susceptibles, en l’espèce, de contrebalancer cette atteinte […]”. De beoordeling van de Conseil d’État komt in wezen neer op een redelijkheidstoezicht. De Franse rechter komt hierbij tot het besluit dat de degradatie een onmiddellijke en ernstige aantasting van de belangen van de betrokken clubs is, die niet kan worden verantwoord.

Kunnen de tackle en de rode kaart van het BAS worden ontweken?

Geconfronteerd met de vernietigingsuitspraak kwam de raad van bestuur van de Pro League bijeen om de gevolgen te bespreken en een nieuwe beslissing voor te bereiden, die op 31 juli 2020 (d.i. enkele dagen voor de terugwedstrijd van de finale 1B en voor de start van de nieuwe voetbalcompetitie 1A 2020-2021) door de algemene vergadering nog definitief dient te worden genomen. Het lijkt erop dat de Pro League het pad van de Franse collegae gaat volgen. Deze laatsten beslisten om na de uitspraak van de Franse rechter de eerdere degradatiebeslissingen en beslissingen over het competitieformat voor 2020-2021 te bevestigen, hetgeen de club Amiens ertoe heeft gebracht een nieuwe kortgedingprocedure in te stellen. Deze keer evenwel verrassend zonder succes.

Blijkens verklaringen in de media wordt er door de raad van bestuur van de Pro League – mogelijkerwijs ingegeven door de tweede Franse uitspraak – met het oog op de nieuwe te nemen beslissing vastgehouden aan hetzelfde competitieformat, en dus met de degradatie van Waasland-Beveren. Volgens diezelfde verklaringen zou op basis van een grondige lezing van de uitspraak van het BAS een “betere motivering” van de vernietigde beslissing volstaan om opnieuw dezelfde beslissing te nemen. Die houding doet menig jurist echter de wenkbrauwen fronsen.

De uitspraak van het BAS verschilt zowel procedureel als inhoudelijk van de beschikkingen van de Franse Conseil d’État in de kortgedingprocedure. Zo besliste het BAS ten gronde en definitief over de ingestelde vorderingen. De hoogste Franse administratieve rechter dient zich daarentegen nog finaal en ten gronde uit te spreken over de bestreden beslissingen. De inhoudelijke draagwijdte van de uitspraak van het BAS laat daarnaast weinig speelruimte over aan de voetbalinstanties. In tegenstelling tot wat de Pro League lijkt aan te nemen, is een (kennelijk) onredelijke niet hetzelfde als een gebrekkig gemotiveerde beslissing. Zo kan een beslissing wel steunen op feitelijk juiste en juridisch relevante motieven zonder dat zij echter de nadelige gevolgen van de beslissing kunnen verantwoorden. De materiële motiveringsplicht dient te worden onderscheiden van het redelijkheidsbeginsel. Een onredelijke beslissing veronderstelt volgens de Belgische Raad van State dat een instantie bij het nemen van zijn beslissing onredelijk heeft gehandeld, met andere woorden dat zij haar beleidsvrijheid onjuist heeft gebruikt (zie o.a. RvS. 14 september 2017, nr. 239.067; RvS. 12 april 2016, nr. 234.348). Zo is het vaste rechtspraak dat het redelijkheidsbeginsel wordt geschonden indien een instantie een beslissing neemt die dermate afwijkt van het normale beslissingspatroon, dat het niet denkbaar is dat een andere zorgvuldig handelende instantie in dezelfde omstandigheden tot deze besluitvorming zou komen.

Door de kennelijke onredelijkheid van de bestreden degradatiebeslissing vast te stellen, heeft het BAS geoordeeld dat de motieven van de Pro League (zo dicht mogelijk bij de sportieve logica c.q. reglementen blijven) deugdelijk waren, maar dat de beslissing, rekening houdend met de gevolgen, toch niet overeind kon blijven. Meer nog, volgens het BAS zou geen enkele redelijke instantie in dezelfde omstandigheden tot dezelfde beslissing zijn gekomen. Met dat oordeel geeft het BAS blijk van een grondige beoordeling van de in het geding zijnde sportieve, financiële en sociaalrechtelijke gevolgen die kleven aan een degradatie. Aangezien enkel redelijke beslissingen  juridisch aanvaardbaar zijn, kan een degradatie van Waasland-Beveren niet meer. Het louter pro forma overwegen van alternatieven door voor te houden dat een beslissing om met 16 teams in 1A te blijven, met de degradatie van Waasland-Beveren, de enige mogelijke beslissing is die een meerderheid haalt, kan niet worden aanvaard. Dat argument weegt niet op tegen wettigheidsbezwaren en een finale, bindende uitspraak van een rechter. Respect voor de rechtsstaat impliceert dat finale rechterlijke uitspraken worden uitgevoerd. De pertinente vraag rijst dan ook waarom de Pro League nogmaals de vernietigde beslissing zou bevestigen. Dat is weigeren om gevolg te geven aan de rode kaart. Zulks kan immers worden begrepen als een miskenning van het gezag van gewijsde dat kleeft aan een rechterlijke – te dezen een arbitrale – definitieve uitspraak. Immers, alle partijen voor het BAS hebben zich ertoe verbonden zijn uitspraken na te leven en uit te voeren (artikel 27 BAS-reglement; artikel 34 Statuten Pro League). Deze weigering zou prima facie ook een precedent zijn. Waasland-Beveren zou met toepassing van de artikelen 1719 tot 1721 van het Gerechtelijk Wetboek de uitspraak van het BAS meer dwingende uitvoerbare kracht kunnen geven. Andere juridische procedures door Waasland-Beveren kunnen eveneens druk uitoefenen om de uitspraak  te doen naleven.

Slotbedenkingen

Overigens brengt de juridische redding van Waasland-Beveren niet met zich mee dat alles kan blijven zoals het was (1A met 16, waaronder Waasland-Beveren). Een gelijke toepassing van het redelijkheidsbeginsel noopt ertoe dat de potentiële promovendi uit 1B niet worden benadeeld. Aldus lijkt enkel een uitbreiding van het aantal teams in 1A de enige juridische uitweg uit dit kluwen. Indien de kandidaat-promovendi 1B-clubs OH Leuven en/of Beerschot niet zouden worden toegelaten tot 1A omdat Waasland-Beveren niet degradeert, kunnen zij de redelijkheid daarvan ook via juridische procedures in vraag stellen, op dezelfde gronden.

De vraag is of de redelijkheid zal zegevieren in de besluitvorming van het Belgisch profvoetbal of dat de rechtsstatelijkheid in het gedrag komt. Immers, ook de start van de voetbalcompetitie – onder voorbehoud van COVID-19-maatregelen – staat voor de deur en dreigt door juridische procedures een chaos met veel onzekerheden te worden. Bezint derhalve voor ge (her)begint met dezelfde beslissing en a fortiori met de voetbalcompetitie 2020-2021.

Dr. David Keyaerts is referendaris bij het Grondwettelijk Hof en vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuven Centre for Public Law

English summary

On 8 July 2020 the Belgian Court of Arbitration in sports delivered its judgment on the Belgian football league decisions in the aftermath of COVID-19 measures to end the competition 2019-2020, which comprises the relegation of Waasland-Beveren. In its judgment the court examines the reasonableness of the relegation. The Belgian Court of Arbitration in sports showed a red card reasoning that the relegation was unreasonable. According to David Keyaerts this ruling is justified, but meanwhile he establishes that the Belgian football bodies are either unaware of or unwilling to comply with the decision of the court. It seems the Belgian professional football is in a collision course with the rule of law, which could end up in a legal skein.


Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.