Alles is relatief: over de relativiteitseis en de attentieplicht in het Vlaams bestuursprocesrecht

Print Friendly, PDF & Email

Grote infrastructuurprojecten komen in Vlaanderen maar moeilijk van de grond. Steeds vaker vindt de burger immers– al dan niet verenigd in een collectief – de weg naar de bestuurlijke rechter, tot grote frustratie van bouwheer en overheid. Een verstrenging van de relativiteitseis en de invoering van een attentieplicht moeten dit ‘probleem’ indijken. De decreetgever ziet geen onverenigbaarheid met het recht op toegang tot de rechter, al rijzen er volgens dr. Sven Sobrie toch enkele vragen.

Van zachte naar harde relativiteitseis

De relativiteitseis is op zich niet nieuw. Sinds enkele jaren staat er in het DBRC-Decreet te lezen dat de partij die een onwettigheid aanvoert voor hetzij het Handhavingscollege, hetzij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvV), alleen de vernietiging kan bekomen indien hij/zij wordt benadeeld door de ingeroepen onwettigheid (art. 35, derde lid). Een onwettigheid is derhalve relatief, in die zin dat zij enkel tot vernietiging kan leiden wanneer zij wordt ingeroepen door een partij die belangenschade heeft geleden.

Een dergelijke ‘zachte’ relativiteitseis is allesbehalve wereldschokkend. Het werd al sinds jaar en dag aanvaard in rechtspraak en rechtsleer dat de verzoekende partij belang moet hebben bij het aangevoerde middel. Bovendien werd deze vereiste nogal pragmatisch ingevuld. Met de woorden van de RvV:

Een partij heeft belang bij een middel indien de in het middel aangevoerde onwettigheid haar heeft benadeeld of indien de vernietiging op grond van deze onwettigheid haar een voordeel kan opleveren

Het enkele feit dat men de vernietiging vordert van een nadelige beslissing, is dus al voldoende om te gewagen van een afdoende belang. Meteen is duidelijk dat een dergelijke ‘zachte’ relativiteitseis een weinig effectief middel is om het aantal annulatieberoepen in te dijken.

Ook de decreetgever heeft dit begrepen. Op 19 maart 2021 diende hij een ontwerp in van decreet tot wijziging van het DBRC-Decreet ‘tot optimalisatie van de procedures’. Wat daarin opvalt, is de verstrenging van de relativiteitseis, waarbij in één beweging ook een zgn. attentieplicht wordt ingevoerd. Voortaan kan een onwettigheid niet meer tot vernietiging leiden:

    1. als de partij die de schending aanvoert, niet wordt benadeeld door de ingeroepen onwettigheid. De omstandigheid dat de aangevoerde schending een onwettigheid uitmaakt die mogelijk aanleiding kan geven tot vernietiging, maakt op zich niet dat de partij benadeeld wordt door de ingeroepen onwettigheid;
    2. als de ingeroepen onwettigheid kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept;
    3. als de partij kennelijk nagelaten heeft de ingeroepen onwettigheid aan te voeren op het nuttige ogenblik waarop het kon worden aangevoerd tijdens de bestuurlijke procedure.

Het betreft aldus drie cumulatieve voorwaarden. Ten eerste moet de eiser (nog steeds) een benadeling kunnen aantonen, met dien verstande evenwel dat het loutere feit dat men de vernietiging vraagt van een nadelige beslissing, niet langer zal volstaan. De eiser zal moeten aantonen dat de concreet aangevoerde onwettigheid geleid heeft tot een nadeel in zijn of haar hoofde. Wie bv. een vergunning aanvecht op grond van een formeel gebrek in de bekendmaking van het openbaar onderzoek, zal daarbij geen belang hebben indien hij/zij een bezwaar heeft ingediend tijdens het openbaar
onderzoek, en ook al lijdt men een nadeel door de toegekende vergunning.

Ten tweede moet de eiser behoren tot de categorie van personen die door de geschonden norm worden beschermd. Dit lijkt in grote mate te overlappen met de eerste voorwaarde inzake benadeling: enkel de personen die door een norm worden beschermd, zullen concreet benadeeld zijn door de miskenning van die norm. De burgerlijke proceduralisten zullen hierin een afspiegeling zien van oud art. 861 (nietigheid vereist belangenschade) en 867 (nietigheid vereist miskenning van het normdoel) van het Gerechtelijk Wetboek. Net omdat beide vereisten overlappen, heeft de federale wetgever in 2015 besloten tot de opheffing van art. 867 Ger.W. zodat enkel de vereiste van belangenschade overeind bleef. De Vlaamse decreetgever voert deze twee-eenheid nu opnieuw in.

Ten derde moet de eiser diligent zijn geweest. Hij/zij mag niet (kennelijk) hebben nagelaten de onwettigheid aan te voeren in de bestuurlijke fase. Dit is de zogenaamde ‘attentieplicht’: de burger moet attent zijn in de administratieve fase, op straffe van verval van zijn recht om de onwettigheid aan te voeren in de gerechtelijke fase.

Nederland als lichtend voorbeeld (?)

De Vlaamse decreetgever haalde de mosterd voor deze strengere regeling bij onze Noorderburen. Ook daar geldt immers dat de rechter geen vernietiging uitspreekt indien de ingeroepen regel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van de eiser (art. 8:69a Awb), en dat de belanghebbende in de administratieve procedure reeds zijn bezwaren naar voren moet hebben gebracht (art. 6:13 Awb).

De vraag rijst evenwel of Nederland ons hier wel tot voorbeeld moet strekken. Zo oordeelde het HJEU op 14 januari 2021 dat de Nederlandse attentieplicht ex art. 6:13 Awb strijdig is met het Verdrag van Aarhus in zoverre zij ook betrekking heeft op milieuorganisaties. Dit arrest heeft in Nederland geleid tot grote rechtsonzekerheid. Deze regeling nu invoeren in Vlaanderen, zou op zijn minst getuigen van een slechte timing, nog los van de fundamentelere bezwaren die de attentieplicht doet rijzen. Zo merkte de Raad van State in zijn advies kritisch op dat een burger zich in de administratieve fase niet steeds laat bijstaan door een raadsman. Het valt overigens op dat de decreetgever in de voorbereidende werken met geen woord rept over het arrest van het HJEU.

Een bijkomende complexiteit in de Belgische context is de grondwettelijke standstill-verplichting, krachtens dewelke het bestaande beschermingsniveau inzake (o.m.) leefmilieu niet zomaar mag worden afgebouwd (art. 23 GW). Weliswaar kunnen redenen van algemeen belang een afbouw verantwoorden, doch de vraag rijst of dergelijke redenen hier voorhanden zijn. In de parlementaire voorbereiding van het ontwerp valt daaromtrent opnieuw niets te lezen.

Besluit

De voorgenomen aanpassingen zijn verregaand, en de voorbereidende werken zijn vooralsnog niet van dien aard om de bedenkingen inzake toegang tot de rechter en rechtsbescherming weg te nemen. De decreetgever heeft dus nog huiswerk. Want er zou toch enige ironie schuilen in de vernietiging van een regel die ertoe strekt het aantal vernietigingsberoepen in te dijken.

Sven Sobrie is advocaat bij Omega Law en vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuven Centre for Public Law.


& Sven SOBRIE, "Alles is relatief: over de relativiteitseis en de attentieplicht in het Vlaams bestuursprocesrecht", Leuven Blog for Public Law, 16 April 2021, https://www.leuvenpubliclaw.com/alles-is-relatief-over-de-relativiteitseis-en-de-attentieplicht-in-het-vlaams-bestuursprocesrecht (geraadpleegd op 14 June 2021)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

We reserve the right to refuse, without any correspondence or notification, the publication of comments, for example, due to an insufficient link with the blogpost.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.