Gemeentewegendecreet overleeft eerste toets Grondwettelijk Hof, althans grotendeels

Print Friendly, PDF & Email

Het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen werd op een drafje gestemd op 24 april 2019, nadat het als voorstel van decreet door de meerderheidspartijen was ingediend op 1 februari 2019. Na een eerste toetsing door het Grondwettelijk Hof, maakt em. prof. dr. Marc Boes de eerste, eerder positieve balans op.

Haast en spoed is zelden goed

De snelheid waarmee het werd behandeld en de wijze waarop het werd ingediend (voorstel van decreet en dus geen advies van de Raad van State) maken dat de legistieke kwaliteit van het decreet op een aantal vlakken te wensen overlaat. Maar tot opluchting van velen heeft het een eerste toets van grondwettelijke bezwaren voor het Grondwettelijk Hof (7 oktober 2021, arrest nr. 130/2021) grotendeels doorstaan.

Dat is mogelijk mede te danken (of te wijten, naargelang) aan een gebrek aan kwaliteit van de beide verzoekschriften. Het Hof geeft dat ook zelf aan in overweging B.7: “… het middel [in de ene zaak]..en de middelen [in de andere zaak]… bestaan uit een groot aantal grieven, die vaak elkaar overlappen en herhalingen bevatten.”. In dezelfde overweging stipt het Hof ook aan dat het Hof de middelen in beide zaken maar zal onderzoeken in de mate dat ze voldoen aan de vereisten opgesomd in overweging B.2.2: “welke van de regels waarvan het Hof de naleving waarborgt, zouden zijn geschonden, alsook welke de bepalingen zijn die deze regels zouden schenden, en uiteenzetten in welk opzicht die regels door de bedoelde bepalingen zouden zijn geschonden.”. Ter verontschuldiging van de advocaten die beide verzoekschriften hebben ingediend kan allicht gelden dat ze slechts in een laat stadium door hun cliënten benaderd werden, wat – zoals de rechtspractici uit ervaring weten – niet goed is voor de kwaliteit van de verzoekschriften. In zo’n situatie zullen advocaten dikwijls alle argumenten aanvoeren die op het eerste gezicht niet compleet onredelijk lijken, zodat hen achteraf niet verweten kan worden dat ze dit of dat argument ten onrechte niet hebben aangevoerd.

Er werden in totaal 24 grieven door het Hof beoordeeld. De belangrijkste daarvan komen in deze blogpost aan bod. De andere grieven die hier niet worden besproken, hadden betrekking op de afpaling, het beheer van de wegen, het initiatiefrecht van derden, het wegenregister, de handhaving, en de overgangs- en wijzigingsbepalingen.

Het kleine problematische deel

De enige grief die het Hof gegrond achtte, is de grief dat de gemeente alleen maar verplicht is gronden te verwerven die nodig zijn voor de aanleg van een nieuwe gemeenteweg, en niet in geval van gronden getroffen door een verplaatsing van een bestaande gemeenteweg. In dat laatste geval wordt de beslissing van de gemeenteraad geacht een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang te vestigen. De verplaatsing van een weg komt er evenwel op neer dat de weg (of een deel daarvan) wordt opgeheven, en op een ander tracé wordt gelegd. Er valt niet in te zien waarom in het ene geval er wel een verwervingsplicht is, en in het andere geval niet. Dit onderscheid schendt dan ook het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel (art. 10-11 Gw.). Voor wijzigingen van een weg is dit onderscheid echter gerechtvaardigd. Een wijziging is immers alleen maar een verandering in de breedte van de weg, en is in de meeste gevallen ook niet meer dan de bevestiging van een bestaande toestand.

Om die reden vernietigt het Hof de woorden “of verplaatsing” in artikel 26, § 3 van het decreet.

Het grote deel dat overeind is gebleven

Wat betreft de minder- of meerwaarde die moet worden betaald ten gevolge van het aanleggen, verplaatsen, wijzigen of opheffen van een weg, bevestigt het Hof dat die berekend moet worden op het perceel dat getroffen is, en niet alleen de grondstrook die betrokken is bij de weg. Daarbij kan de eigenaar natuurlijk een eigen schatter aanstellen die samen met de door de gemeente aangestelde schatter de waarde zal bepalen. Bovendien kan de eigenaar de zaak voorleggen aan de rechter, aangezien het een geschil over een burgerlijk recht in de zin van artikel 144 Gw. betreft.

Dat is ook het geval wanneer de gemeenteraad een weg opneemt zonder vergoeding omdat hij meer dan dertig jaar door het publiek wordt gebruikt. Ook al beoogde de decreetgever een eigen systeem van verjaring in het leven te roepen, toch kunnen de eigenaars in ieder geval aan de rechter vragen om te oordelen of de weg al meer dan dertig jaar door het publiek werd gebruikt. Of de gewesten bevoegd zijn om een eigen regeling van de verjaring in te voeren, laat het Hof in het midden, omdat niet blijkt dat de decreetgever wilde afwijken van de criteria voor publiek gebruik (dat tot verjaring kan leiden) zoals die afgeleid kunnen worden uit de rechtspraak van het Hof van Cassatie (overweging B.23.5).

In een aantal middelonderdelen voeren de verzoekers aan dat sommige definities van begrippen zoals geformuleerd in artikel 2 van het decreet onduidelijk zijn. Het Hof merkt terecht op dat die kritiek maar relevant is voor zover het decreet aan die begrippen, elders dan in artikel 2, rechtsgevolgen koppelt. Die kritiek kan dan ook enkel onderzocht worden samen met de kritiek op andere bepalingen van het decreet, waar rechtsgevolgen aan die begrippen gekoppeld worden.

In een volgende grief die het Hof onderzoekt, voeren de verzoekers aan dat wijzigingen aan het gemeentelijk wegennet steeds in het algemeen belang moeten gebeuren, waardoor in de belangenafweging geen plaats is voor de private belangen van de betrokken eigenaars. Die uitsluiting van het private belang zou een ongeoorloofde discriminatie zijn (schending van de artikelen 10 en 11 Gw.) en van het eigendomsrecht zoals beschermd door artikel 16 van de Grondwet en artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol van het EVRM.

Het Hof wijst deze grief terecht af als ongegrond. Het is legitiem dat het decreet bij de belangenafweging het algemeen belang vooropstelt, maar dat sluit geenszins uit dat ook private belangen worden meegenomen in de belangenafweging.

Dit oordeel van het Hof is belangrijk, omdat het bevestigt dat algemeen belang en privaat belang elkaar niet uitsluiten. Die kunnen perfect samengaan.

Eveneens ongegrond is de grief dat niet duidelijk is wie de eigenaars zijn aan wie het openbaar onderzoek over een ontwerp van rooilijnplan moet worden meegedeeld, waardoor eigenaars die geen kennisgeving krijgen mogelijk geen beroep kunnen instellen tegen de eindbeslissing. Volgens het Hof is het wel duidelijk dat alle eigenaars van wie de eigendom zich in het ontwerp bevindt, bedoeld zijn. In het verlengde van deze grief is ook ongegrond de grief dat de eindbeslissing niet aan alle eigenaars moet worden meegedeeld, maar alleen aan hen een bezwaar hebben ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Alle eigenaars zijn immers. op de hoogte gebracht van het openbaar onderzoek, zodat zij kunnen weten dat er een eindbeslissing zal volgen. Bovendien moet de gemeente aan haar eindbeslissing ook voldoende publiciteit geven, onder meer door publicatie op haar website.

Interessant is ook het antwoord van het Hof op de grief dat de Vlaamse regering, bij wie beroep kan worden ingesteld tegen de eindbeslissing van de gemeenteraad, die beslissing alleen maar kan vernietigen op welbepaalde gronden, zodat beroepsindieners die beslissing niet met alle relevante argumenten kunnen aanvechten. Voor zover dat al het geval zou zijn – deze beoordelingsgronden zijn immers ruim omschreven – stelt het Hof dat de beroepsindieners in ieder geval de argumenten die zij niet zouden kunnen voorleggen aan de regering, nog steeds kunnen voorleggen aan de Raad van State. Het Hof verwijst naar een arrest van de Raad van State van 24 januari 2019 (nr. 243.487). Daarin oordeelde de Raad dat een verzoeker die verzuimd had een georganiseerd beroep in te stellen tegen de aangevochten beslissing (waardoor het beroep bij de Raad normaal niet ontvankelijk is), toch op ontvankelijke wijze bij de Raad een annulatieberoep kan indienen, voor zover het gaat over middelen waarvoor de beroepsinstantie niet bevoegd zou zijn.

Wat betreft de grief dat derden zonder beperking in tijd de realisatie van gemeentewegen kunnen afdwingen op grond van artikel 26 van het decreet, is volgens het Hof niet aangetoond dat de gemeente verplicht zou zijn om binnen een bepaalde termijn over te gaan tot de realisatie van de onteigening.

Ten slotte betrof een grief artikel 15 van het decreet. Dat geeft aan de gemeente de mogelijkheid om met particulieren een overeenkomst te sluiten waarbij grondstroken tijdelijk of permanent als gemeenteweg worden bestemd. Die overeenkomsten worden gesloten voor een bepaalde duur van maximum 29 jaar en kunnen alleen door een uitdrukkelijke overeenkomst worden verlengd. De grief dat er een tegenstrijdigheid is tussen de beperking in de tijd van de overeenkomst enerzijds, en de bepaling dat de strook permanent als weg gebruikt mag worden anderzijds, is niet gegrond. Het woord permanent moet immers begrepen worden in de zin dat de weg, gedurende de afgesproken periode, op elk ogenblik gebruikt mag worden, maar niet dat die strook ook voorbij die afgesproken periode als weg mag worden gebruikt.

De balans

Al met al is het gemeentewegendecreet zo goed als integraal overeind gebleven. Er zal evenwel nog heel wat praktijkervaring nodig zijn vooraleer alle vragen over de toepassing van het decreet beantwoord zullen zijn.

Marc Boes is emeritus gewoon hoogleraar aan de KU Leuven (Leuven Centre for Public Law), aanvullend rechter in de Raad voor Vergunningsbetwistingen, gewezen plaatsvervangend raadsheer in het hof van beroep van Brussel en gewezen voorzitter van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen.


Marc BOES, "Gemeentewegendecreet overleeft eerste toets Grondwettelijk Hof, althans grotendeels", Leuven Blog for Public Law, 29 October 2021, https://www.leuvenpubliclaw.com/__trashed (geraadpleegd op 28 November 2021)

Any views or opinions represented in this blog post are personal and belong solely to the author of the blog post. They do not represent those of people, institutions or organizations that the blog or author may or may not be associated with in professional or personal capacity, unless explicitly stated.
Any views or opinions are not intended to malign any religion, ethnic group, club, organization, company, or individual.
All content provided on this blog is for informational purposes only. The owner of this blog makes no representations as to the accuracy or completeness of any information on this site or found by following any link on this site.
The owner will not be liable for any errors or omissions in this information nor for the availability of this information. The owner will not be liable for any losses, injuries, or damages from the display or use of this information.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

We reserve the right to refuse, without any correspondence or notification, the publication of comments, for example, due to an insufficient link with the blogpost.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.